Nieuws Mens en Macht

Let op! Nederland gaat op de schop

let op nederland
💨

Transitie onttrekt zich aan democratische controle​
Transitie onttrekt zich aan democratische controle
Datum: 10 november 2023
Mens en Macht

Elze van Hamelen

Elze van Hamelen

De regering heeft vergevorderde plannen voor een grondige verbouwing van ons land. “Naar analogie van de wederopbouw kunnen we spreken van de wederombouw van Nederland”, zegt minister Hugo de Jonge. Maar in de verkiezingsstrijd horen we hier niets over. De uitvoering is zo onoverzichtelijk dat van echte inspraak geen sprake is. Duidelijk is wel dat voor landbouw en visserij nauwelijks ruimte overblijft. “Het zal voor heel veel boeren onmogelijk worden hun bedrijf te kunnen voortzetten. Als je dat tot je laat doordringen, is dit een zeer grote bedreiging.”

“De nationale ruimtelijke ordening in Nederland is terug”, schrijft Hugo de Jonge op 17 mei 2022 in een brief aan de Tweede Kamer. Het rijk “herneemt de regie” voor een “grote verbouwing van Nederland, met consequenties voor hoe landschappen, steden en dorpen (her)ingericht worden”. De plannen lijken neer te komen op een nieuwe ruilverkaveling, het naoorlogse project waarmee de kleine boeren uit Nederland werden verdreven en vervangen door grootschalige landbouw. De Jonge trekt die vergelijking ook: “De opgaven waarvoor we staan, zijn zo groot dat we naar analogie van de wederopbouw zonder overdrijving kunnen spreken van een wederombouw van Nederland”.

In grote lijnen: de ‘grote verbouwing’ zal worden vastgelegd in de ‘Nota ruimte’. Het project valt nu onder de Nationale Omgevingsvisie (Novi) uit 2020, en zal deze op termijn vervangen. Onder de Novi lopen momenteel 22 nationale programma’s, die allemaal aanspraak maken op landgebruik. Het inmiddels beruchte Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) waar het stikstofbeleid onder valt, is slechts één van die programma’s. Er zijn verder nog zes programma’s die zich richten op bodem en water, zes programma’s die zich bezighouden met het aanleggen van een infrastructuur voor “duurzame energie en een circulaire economie”, nog eens zes programma’s voor “leefbare steden en regio’s”, een nationaal milieuprogramma, een natuurprogramma en een programma voor defensievastgoed.

Landbouwtransitie als gegeven
Op 3 oktober 2023 verscheen de Contourennotitie nieuwe nota ruimte die een voorzet neemt op de Nota ruimte. In deze notitie springt een aantal ­zaken in het oog. Allereerst, ondanks alle boerenprotesten in de afgelopen jaren, staat de “transitie naar kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw” in het overzicht van reeds gemaakte keuzes. In de praktijk is deze transitie voor veel boeren niet haalbaar. Ze zitten gevangen in een bedrijfsmodel waarin schaalvergroting de enige manier is om te overleven. Banken verstrekken hen geen leningen om een overstap te maken naar een kleinschalig model. En wanneer ze hun schulden niet meer kunnen aflossen, staan de overheid of investeerders klaar om het land op te kopen. Eddie van Marum, Statenlid in Groningen voor BBB, zegt hierover: “Er wordt allerlei regelgeving opgelegd aan de boer die het oppervlak waarop je geld kunt verdienen verkleint: de boer moet meer doen op minder land. Dat dwingt tot intensivering.”

Gespecialiseerde onderzoeksjournaliste Geesje Rotgers van de Stichting Agrifacts, merkt op dat de markt voor biologische producten zeer beperkt is. “Voortdurend wordt geframed dat boeren met minder dieren (en werk) meer gaan verdienen. Maar dat de markt zo niet werkt, wordt stelselmatig genegeerd. Als de producten in Nederland te duur worden, worden gewoon goedkopere producten uit het buitenland geïmporteerd”.

Bart Kemp, oprichter van boerenbelangengroep Agractie Nederland, legt uit dat Nederland op grote schaal landbouwproducten importeert die niet aan dezelfde normen hoeven te voldoen als die hier gelden. “Wij mogen tal van medicijnen en gewasbeschermingsmiddelen niet gebruiken die ze in Zuid-Europese landen wel gebruiken. Maar het geldt ook bijvoorbeeld voor legbatterijeieren uit Oekraïne, of gmo-producten uit de VS. Als je regels oplegt waardoor de boeren hier in een rap tempo verdwijnen, dan ben je in feite gewoon de boel aan het wegsaneren.”

Bodem en water
In de nationale programma’s en andere beleidsdocumenten wordt grote nadruk gelegd op het belang van bodem en water. In de praktijk vertaalt dit zich in een verdelingsvraagstuk over wie er toegang krijgt tot zoetwater, en welke activiteiten op wat voor grond mogen plaatsvinden. Kemp legt uit wat dit in de praktijk betekent: “Enerzijds wil men de veengronden voor een flink deel buiten gebruik plaatsen. Daarnaast wil men vergaande teeltverboden toepassen in de beekdalen, dat zijn zandgronden in Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. De hele Gelderse Vallei is bijvoorbeeld een beekdal. Deze gronden liggen buiten de Naturagebieden. Dit gaat om boerenlandbouwgrond”.

Volgens BBB-Statenlid Van Marum krijgt de boer nogal gemakkelijk de schuld van allerlei maatschappelijke problemen: “Wie gebruikt eigenlijk het water, naar wie gaat het toe? De industrie en datacentra zijn grootverbruikers, maar daar hoor je niemand over. De boeren worden vaak beschuldigd van watervervuiling. Komt dat van de boeren? Hier in Groningen is de NAM een grote vervuiler. Nederland zit aan het eind van een delta, en hanteert zwaardere normen dan de landen waar het vervuilde water vandaan komt. Het is belangrijk die andere partijen ook te betrekken wanneer het gaat om waterkwaliteit.”

Uitbreiding natuurgebieden, buffer­zones en ‘dooradering’
Naast de keuze voor de landbouwtransitie ligt de keuze voor een drastische uitbreiding van natuurgebieden en natuurherstel al vast in beleid. Volgens dit beleid moet in 2030 wereldwijd 30 procent van het land en de zee beschermd gebied zijn. Daarnaast dienen op 30 procent van het land ‘natuurherstelwerkzaamheden’ te worden uitgevoerd. Deze hoeven niet samen te vallen met beschermde gebieden. In de Contourennotitie vertaalt zich dit in het beschermen van “huidige natuurgebieden”, het “bufferen met overgangsgebieden” en “groenblauwe dooradering van het landschap”. Een groot deel van het land wordt omgevormd tot een ecologisch netwerk met in de marges nog ruimte voor wonen en economische activiteit.

“Om deze doelen te behalen komt er in totaal 702.000 hectare extra natuur bij in Nederland”, schrijft Rotgers. Dit is meer dan de oppervlakte van de provincie Friesland. “Dit blijkt uit een quick scan van Wageningen Economic Research en bureau Sovon uit Nijmegen, die in opdracht van stikstofminister Christianne van der Wal werd uitgevoerd. Samen met de huidige natuurgebieden zou dan zo’n 40 procent van Nederland moeten zijn ingericht als natuur. Dat is veel meer dan de internationaal afgesproken 30 procent.” Minister Van der Wal had nagelaten de kamer over deze studie te informeren “om een fixatie op hectares te voorkomen”.

De basis voor het natuurbeschermingsbeleid is de aanname dat het dramatisch gesteld is met de natuur en biodiversiteit in Nederland. De vraag is of dit klopt. Bij het instellen van de Naturagebieden tussen 2000 en 2004 had een inventarisatie moeten plaatsvinden. “Dat is niet gebeurd”, volgens Van Marum. “Er wordt data gebruikt uit 1900 of 1950, en er wordt verwezen naar planten en dieren die stikstofgevoelig zijn en niet noodzakelijkerwijs typerend voor het gebied. Ze werken veel met modellen. De uitkomst van zo’n model is afhankelijk van parameters die je invoert.”

Rotgers probeerde met een team van Agrifacts de biodiversiteitsdata boven tafel te krijgen, want de overheid houdt deze wel bij. Zij kregen als burgers en onderzoeker te horen dat de data slechts beschikbaar is voor overheden en natuurorganisaties. Uit een door Rotgers ingediend Woo-verzoek blijkt dat diezelfde natuurorganisaties aan tafel zitten bij de natuurdoelanalyses, waarbij de stikstofgevoelige natuur wordt geanalyseerd. Boerenorganisaties waren niet uitgenodigd.

Kemp: “Natura 2000 is een verdienmodel voor natuurorganisaties. Hoe zwaarder de doelstelling – bijvoorbeeld stikstofarme, schrale natuur – hoe meer vergoeding per hectare zij ontvangen voor een doel dat lastig haalbaar is in de Nederlandse situatie.” Terwijl de organisaties meer geld ontvangen wanneer ze meer land in hun beheer krijgen, hebben zij geen resultaatverplichtingen.

“Laten we kijken naar wat de echte problemen zijn”, bepleit Van Marum. “Gaat het wel om stikstof? Of gaat het om water, of beheer? Kijk naar een breed pakket van factoren – de uitstoot uit het Ruhrgebied, van het vliegverkeer, de industrie, de burgers. Het is zinloos om dan boeren uit te kopen voor problemen die ze niet veroorzaken.”

Energietransitie en circulaire economie
Op het gebied van de energietransitie liggen “grootschalige opwekking van energie op zee”, “kleinschalige opwekking van zonne-energie en windenergie op land als onderdeel van de regionale energiestrategieën” al vast in beleid, naast “de voorbereiding van twee nieuwe kernreactoren voor grootschalige opwekking van elektriciteit”.

Wanneer de ruimte voor alle geplande windparken op zee én de uitbreiding van Naturagebieden op de landkaart worden ingevuld, blijft er nauwelijks ruimte over voor de visserij. De visserij wordt in de hele Contourennotitie niet eens genoemd. Vissers laten zich noodgedwongen in toenemende mate uitkopen. Van de 118 platviskotters die er vorig jaar nog waren, zijn er nog maar 46 over. Hoewel er in de Contourennotitie wordt gesproken van het belang van “voedselzekerheid”, is het de vraag of in de komende jaren nog betaalbare verse vis verkrijgbaar zal zijn.

De energietransitie op het land heeft niet alleen ruimte nodig voor zonne- en windparken, maar ook voor infrastructuur. De NOS meldde onlangs dat hiervoor één op de drie stoepen in Nederland opengebroken moet worden. De plannen worden als gegeven beschouwd, ondanks dat zich wereldwijd signalen opstapelen dat de ‘duurzame’ energietransitie niet haalbaar is: het elektriciteitsnetwerk kan de wiebelstroom niet aan, de energiekosten rijzen de pan uit voor burgers en ondernemers, en de kosten voor de aanleg van windparken stapelen zich dermate op dat investeerders zich terugtrekken.

Ruimte voor defensie
Opmerkelijk is dat de Contourennotitie op alle gebieden – in de natuur, op het platteland en in de stad – ruimte reserveert voor meer militaire activiteiten. In het document wordt gesteld: “De veranderde veiligheidssituatie door de oorlog in Oekraïne en door andere dreigingen heeft tot gevolg dat Nederland de komende jaren meer investeert in defensie.”

Niet alleen het Nederlandse leger, ook de “internationale krijgsmacht zal nadrukkelijker aanwezig zijn in de fysieke leefomgeving. Op land, zee en in de lucht is meer milieu- en fysieke ruimte nodig, om te oefenen en voor de tijdelijke opslag en doorvoer van troepen en materieel van Navo-partners.” Het beschermen van kritische infrastructuur vraagt om “adequate bescherming van stedelijk gebied en daarmee ook vaker oefenen in stedelijk gebied”.

Nieuwe landinrichting
Wat ontbreekt bij al deze plannen is een helder beeld van hoeveel hectare de verschillende transities en de landelijke verbouwing gaat kosten en wiens land herverdeeld gaat worden. Kemp: “De grote verbouwing gaat over enorm veel grond, en daar komen alleen maar claims bij. En die worden grotendeels afgewenteld op de landbouw.”

De boeren hebben hiermee een nog veel grotere uitdaging dan het stikstofprobleem. Er is ook geen duidelijk beeld van welk effect alle transities op de voedselvoorziening en voedselzekerheid zullen hebben. “Al die processen tezamen gaan het voor heel veel boeren onmogelijk maken in de toekomst hun bedrijf te kunnen voortzetten. Als je dat tot je laat doordringen, is dit een zeer grote bedreiging”, aldus Kemp.

Volgens van Marum “zitten we al in een nieuwe landinrichting. Bij de vorige ruilverkaveling namen ze daar dertig jaar de tijd voor. Nu willen ze alles binnen twee jaar doorvoeren. Dat gaat natuurlijk niet werken. Waar wij ons vanuit de BBB zorgen over maken, is dat deze plannen grote maatschappelijke gevolgen hebben, ook voor de economie. Wordt daar wel voldoende rekening mee gehouden?”

Bij de beleidsplannen ontbreekt een kostenraming. Gaan de 24 miljard euro voor de natuur- en landbouwtransitie en 35 miljard voor de energietransitie die nu zijn geoormerkt, voldoen?

Bestuurlijke chaos
Wie gaan de grote verbouwing uitvoeren? De regering heeft hiervoor de provincies aangewezen, maar ook zogeheten ‘Novex’-gebieden – regio’s waar dermate grote transitie-uitdagingen zijn dat deze niet zonder regie van het rijk opgelost kunnen worden. “Het betreft hier gebiedsontwikkelingen waar nationale opgaven in het fysieke domein dusdanig stapelen dat een gebiedsgerichte ordening en prioritering van verschillende nationale opgaven noodzakelijk is om te kunnen komen tot de gewenste herbestemming en/of ingrijpende herinrichting met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit”, aldus de Contourennotitie. Er zijn zestien Novex-gebieden aangewezen, die veelal provinciale en bestuurlijke grenzen doorkruizen. In deze gebieden is een “Rijk-regio governance opgezet” waarin een “duo van een Rijk- en regio­vertegenwoordiger” de regie voert. Hoe worden de taken tussen de provincie en de Novex-regio verdeeld? In oktober 2022 ontvingen alle provincies “startpakketten” met een ruimtelijke “puzzelopdracht” over hoe de 22 nationale programma’s, doelen en uitdagingen in de Novex-gebieden in de praktijk vorm te geven. Van Marum: “Willen we alle opgaven van het rijk realiseren, dan hebben we tweeënhalf keer de oppervlakte van Groningen nodig, merkten wij. Dat gaat niet lukken. We hebben nu aangegeven wat we wel en niet gaan oppakken.” De provincie bepaalt of het beleid vanuit de provincie of de regio wordt uitgevoerd. De criteria hiervoor zijn onduidelijk. Wanneer voor een programma een rijkscoördinatieregeling bestaat, is er voor de provincie sowieso weinig speelruimte, stelt Van Marum.

De rol van de Novex-regio’s is ondoorzichtig. Volgens de Contourennotitie is “Nederland opgebouwd uit een rijkgeschakeerde verzameling regio’s”. Wat er niet bij staat, is dat regio’s in de Nederlandse bestuursstructuur niet bestaan. Deze is opgemaakt uit rijk, provincie en gemeente. In deze lagen is dan ook de democratische verantwoording geregeld. Er zijn wel volksvertegenwoordigers actief in de regio’s, maar het overleg dat zij daar voeren is niet voor het publiek toegankelijk. Daardoor bedreigt de besluitvorming de lokale democratie.

Het rapport Geef richting, maak ­ruimte, van De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur uit november 2021, waarschuwt dat vanwege de regionale samenwerkingsverbanden een democratisch tekort ontstaat. “Door de groei in het aantal regionale samenwerkingsverbanden worden afwegingen over beleid steeds meer op een andere plek gemaakt dan binnen de gemeenteraad of Provinciale Staten, en dus zonder gedegen democratische legitimatie.” Volgens dit rapport is het “regionaal bestuursniveau” niet goed georganiseerd en is er een wildgroei aan dit soort samenwerkingsverbanden, waarvan Nederland er 1284 telde in 2020. Een gemiddelde gemeente neemt deel aan wel 30 van dergelijke overlegtafels. In de praktijk blijken de samenwerkingsverbanden te leiden tot “onwerkbare situaties en moeizame besluitvorming”, stelt het rapport. Bij de grote verbouwing komt hier nog bij dat gemeenten nauwelijks betrokken zijn bij de besluitvorming. Tijdens de ‘puzzelfase’ is het aan de provincie om de gemeenten te betrekken. In de Contourennotitie komen gemeenten in het geheel niet voor. In verschillende reacties op het kabinetsbeleid heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) haar zorgen geuit. In een brief van 24 augustus stelt VNG: “De stapeling van opgaven en structurerende keuzes werkt ontmoedigend wanneer zicht op samenhang en prioritering ontbreekt.”

Terwijl de regio voor de burger een ver-van-mijn-bed show is, biedt deze een platform voor bedrijven en ‘maatschappelijke instellingen’ (ngo’s) om hun invloed te doen gelden. Zij worden onder meer betrokken bij de ‘Regionale investeringsagenda’s’ (RIA’s). Bij provinciale bijeenkomsten zijn veel maatschappelijke organisaties nadrukkelijk aanwezig, stelt Van Marum. “Ze komen met stiften op een kaartje inkleuren wat er met andermans land gaat gebeuren. Boeren worden vaak pas uitgenodigd als de plannen er al liggen. Die krijgen vervolgens de keuze – waar wil je heen, ga je stoppen of omvormen? Boeren zouden veel vroeger in het proces betrokken moeten worden. Er zitten vaak schreeuwerige splintergroepen bij, die meestal niet het gros van de achterban vertegenwoordigen. We zouden ons vaker mogen afvragen wie hier nu eigenlijk achter zit. Hebben deze groepen wel belang bij dit onderwerp? Er is momenteel een hele groep door de Postcodeloterij gefinancierde natuurorganisaties actief om garnalenvissers uit de Waddenzee te krijgen. Het afschaffen van die economische activiteit, is dat in het belang van burgers?”

De regering heeft met de Contouren­notitie ook een ‘participatieplan’ geformuleerd. Rotgers heeft er niet veel vertrouwen in: “De ministers en gedeputeerden van provincies hebben de mond vol van samenwerken, meepraten en vertrouwen. Vooral als er een tv-camera meedraait. In de praktijk zie je dat boeren plotseling een brief op de deurmat vinden, dat er opeens een kaart naar buiten wordt gebracht waarop ze zien wat de overheid met hun grond van plan is, of krijgen boeren lukraak het stempel piekbelaster opgeplakt. Niet omdat zij tot de grotere stikstofuitstoters behoren, maar omdat zij veel hectares natuur in de regio ­hebben.”

Koers 2030, een initiatief van het Solari Report, Enerzijds-Anderzijds en De Andere Krant, roept op tot een maatschappelijk debat over de Grote Verbouwing van Nederland. Op de website proberen we in kaart te brengen welke gevolgen dit heeft voor burgers, boeren en vissers. Samen met u willen we de zelfstandigheid en autonomie van burgers waarborgen. Wat merkt u ervan? Kunnen we er iets aan doen? U kunt reageren via de website.




 
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.




©2024 De Andere Krant.
Alle rechten voorbehouden.