Skip to main content Scroll Top
Nieuws of Column?:
NIEUWS
Breaker:
-
2026 - Uitgave 06

Consensus over klimaat blijkt mythe

Bert Weteringe | Datum: 7 februari 2026

consensus-over-klimaat-blijkt-mythe

Voormalig Tweede Kamerlid ziet ‘broeikasgas’ co2 niet als een gevaar voor de planeet

Klimaatwetenschappers zijn voorzichtig en onzeker in hun conclusies over de invloed van CO2 op het klimaat, maar hun twijfels en nuances worden genegeerd door politici en de reguliere media. Dat zegt fysisch geograaf en voormalig Tweede Kamerlid Jules de Waart, die voor zijn boek ‘Crisis or Hoax?’ de rapporten van het IPCC en de geschiedenis van de klimaatwetenschap bestudeerde. Dat 97 procent van de klimaatwetenschappers het erover eens zou zijn dat het klimaat verandert door menselijke invloeden, noemt hij een mythe. “Als je aan een wetenschapper vraagt of er enige menselijke invloed is, dan zegt bijna iedereen ‘ja’. Maar uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat minder dan één procent van de publicaties een dominante invloed onderschrijft.”

Jules de Waart stoort zich aan de veel gehoorde bewering dat er “97 tot 99 procent wetenschappelijke consensus” is over het idee dat het klimaat opwarmt door toedoen van de mens. In zijn optiek worden vragen naar “menselijke invloed” en “dominante menselijke invloed” in publieke communicatie door elkaar gehaald. “De titel zegt dan ‘consensus’ en suggereert dat dit een consensus is met de standpunten van het International Panel on Climate Change, het IPCC. Dit terwijl de werkelijke consensus over deze standpunten minder is dan één procent. Het staat allemaal keurig in twee rapporten uit 2013 en 2021 die nota bene zijn geschreven door klimaatalarmistische wetenschappers”, aldus De Waart.

De Waart is zeker geen tegenstander van milieuzorg en ontkent niet de invloed die de mens heeft op het milieu en het klimaat, maar “bij de huidige stand van de wetenschap is het onmogelijk om met enige zekerheid te zeggen hoe groot de relatieve invloed van natuurlijke factoren versus menselijke factoren is”, zo stelt hij.

De Waart werkte als geoloog in Afrika en merkte daar dat vaste weerspatronen kunnen verschuiven. “Zo kon men in de zeventiger jaren de komst van de moessons en het natte seizoen tot op de dag voorspellen, maar dat veranderde. Er viel niet per se meer regen, maar wel onregelmatiger.” Het is een observatie die in zijn betoog terugkeert: het klimaat is een chaotisch systeem dat reageert op meerdere invloeden tegelijk, waaronder landgebruik, verstedelijking en (lucht)vervuiling.

Als geboren Amsterdammer studeerde hij fysische geografie, een brede opleiding waarin geologie, klimatologie en hydrologie samenkwamen. Na zijn werk als geoloog in het buitenland, keerde hij terug naar Nederland en werkte hij op het ministerie van Volksgezondheid en Milieubeleid. Daar hield hij zich bezig met het Rapport van de Club van Rome (Limits to Growth, 1972), een alarmerend rapport over de toekomst van de aarde en de mens dat werd opgesteld door een groep onderzoekers, technocraten en zakenlieden.

“Klimaat speelde daarin nauwelijks een rol, het ging vooral over grondstoffen, groei en vervuiling.” Daarna werd hij gekozen in de Tweede Kamer voor de PvdA met Defensie en ­Milieu als dossiers. Hij beschouwt zichzelf als een klimaatscepticus en ziet ‘broeikasgas’ CO2 niet als een gevaar voor de planeet. In tegendeel: “Een matige verhoging van de CO2 concentraties zal het klimaat nauwelijks beïnvloeden, maar is wel goed voor de groei van planten en vergroot de landbouwopbrengsten. Iets wat in een tijd met sterk groeiende wereldbevolking niet onbelangrijk is.” Zijn kritiek richt zich op de manier waarop klimaatkennis, en het gebrek daaraan, wordt vertaald tot politieke zekerheid en onverantwoorde kosten voor het terugdringen van broeikasgassen.

De Waart — 84 jaar oud en nog steeds fit en energiek — bestudeerde de afgelopen decennia veel klimaatliteratuur en stelt dat hij “merkte dat veel discussies uiteindelijk niet over exacte wetenschap zoals natuurkunde gaan, maar over aannames, taal en consensusvorming”. Deze waarneming vormde de aanleiding om te gaan schrijven voor lezers die klimaatverandering serieus nemen, maar “niet alles wat in de media verschijnt voor waar aannemen.” Zijn eerste boek, Geloof niet alles, verscheen in 2022. Zijn nieuwste, Engelstalige boek, Crisis or Hoax, is niet alleen een uitbreiding van zijn eerste boek, maar bevat ook de ontwikkelingen van de laatste jaren, die “zowel klimatologisch als politiek zeer interessant zijn geweest”, zegt hij.

De zes IPCC-rapporten die sinds de oprichting van het IPCC in 1988 zijn gepubliceerd,  worden door De Waart uitgebreid geanalyseerd in zijn boeken. “De rapporten bestaan uit dikke, moeilijke, technische hoofdstukken. Duizend pagina’s, vreselijk slecht geschreven, ze worden dan ook door vrijwel niemand gelezen”, vertelt hij. Daardoor zien maar weinig mensen dat bij de conclusies aan het einde van de hoofdstukken wordt aangegeven in welke mate alle auteurs zich daarin kunnen vinden. Volgens De Waart is het IPCC heel open en eerlijk over deze mate van overeenstemming, ofwel confidence. “Vaak heeft een groot deel van de onderzoekers maar een ‘medium’ of ‘low confidence’ en is het dus niet eens met de resultaten van de eigen groep. Gemiddeld heeft slechts 6 procent van de onderzoekers een ‘very high confidence’ in de eigen resultaten.” De verdeeldheid onder de klimaatwetenschappers is dus groot.

Naast de complexe hoofdstukken bevatten de IPCC-rapporten meer toegankelijke samenvattingen voor beleidsmakers, de Summary for Policy­makers, de SPM’s. De mitsen en maren die in de technische hoofdstukken worden aangegeven, klinken daar niet in door.

De SPM’s worden veel vaker gelezen. Deze invloedrijke abstracts worden echter niet geschreven door de wetenschappers van het IPCC, maar worden volgens De Waart “regel voor regel gecomponeerd en afgestemd door en met vertegenwoordigers van de regeringen. Daar wordt gekeken of de tekst door de beugel kan. Dat is geen wetenschap meer, maar politiek.”

Die politieke filtering betekent volgens hem dat belangrijke nuanceringen uit de technische hoofdstukken verdampen voordat ze het publieke domein bereiken. Op de vraag of juist die samenvattingen de basis vormen voor persberichten en alarmistische krantenkoppen ­reageert hij ­zonder aarzelen: “Ja, want die technische hoofdstukken leest vrijwel niemand. Wat blijft hangen, zijn de koppen en een paar figuren uit de samenvattingen.”

Het kantelpunt in het klimaatdebat ligt volgens De Waart in 1992. Tijdens de VN-conferentie in Rio de Janeiro dat jaar, ook wel bekend als de ‘Earth Summit’, werd het klimaatverdrag van de VN opgezet (UNFCCC — zie kader) en ontstond een permanente, diplomatieke infrastructuur voor klimaatonderhandelingen. “Aanvankelijk zou het in Rio vooral gaan over biodiversiteit, woestijnvorming en ontwikkelingssamenwerking, maar aan het begin van de vergadering werd de agenda omgegooid en ging het alleen nog maar over het klimaat”, aldus De Waart. “De snelheid waarmee de nieuwe VN-organisatie UNFCCC werd ingevoerd verraste iedereen.” Hoewel hij er geen sluitend bewijs voor geeft, ziet De Waart de uitzonderlijke snelheid als een signaal van een politieke beslissing die al vooraf is genomen. “Het lijkt erop dat in ’92 eigenlijk al vastlag wat ze wilden.” De Waart verwijst hierbij naar de Heidelberg Appeal, een verklaring van vele duizenden wetenschappers, waaronder tientallen Nobelprijswinnaars, die moeite hadden met de manier waarop wetenschap en politiek door elkaar gingen lopen. “Duizenden sceptische wetenschappers naar wie nooit werd geluisterd. Vanaf dat moment begon ook bij mij het wantrouwen”, zegt De Waart.

Jules de Waart | mkfotografie

Op de vraag waarom juist het thema klimaat werd gekozen en waarom dit uitgroeide tot zo’n krachtige motor voor beleid, verwijst De Waart naar een van de vele publicaties van de Amerikaanse, gerenommeerde klimaatwetenschapper Stephen Schneider. Hierin wordt een Amerikaans-Russische werkgroep van atoomgeleerden beschreven, die in de jaren ’70 het idee hadden om een gemeenschappelijke vijand te formuleren die boven de Koude Oorlog uitsteeg. “Ze wilden een andere vijand dan elkaar en toen kozen ze het toen nog waardevrije CO2 en herschreven het als een gevaarlijke stof — een onzichtbare vijand”, aldus De Waart. In de publicaties komt dit motief weliswaar niet expliciet voor, maar wél dat het onderwerp bewust werd geselecteerd als thema dat de aandacht kon afleiden van de geopolitieke vijandschap. De Waart haalt een citaat aan van de sceptische kernfysicus William Happer. “Hij schrijft over deze periode: we wisten dat het niet waar was, maar accepteerden het om onze opdrachtgevers te plezieren.”

Daarna ging het thema volgens De Waart een eigen leven leiden: “Grote financiers zoals de Rockefellers stootten hun aandelen in de olie- en gasindustrie af en richten zich op meer belovende investeringen in de landbouw, de geneesmiddelen­industrie en in ‘hernieuwbare ­energie’. ‘Fossiele energie’ werd een scheldwoord.”

Daarnaast werd de verstrengeling tussen wetenschap en politiek volgens De Waart structureel. “Het UNFCCC ontwikkelde zich tot de beleidsmachine door middel van internationale klimaatonderhandelingen en het IPCC moest daarvoor de wetenschappelijke legitimatie leveren. De politisering van de wetenschap werd een feit.”

Op inhoudelijk vlak zet De Waart grote vraagtekens bij de belangrijkste conclusies van het IPCC. Volgens hem zijn broeikasgassen, zoals CO2, niet de belangrijkste oorzaken van de opwarming. Hij wijst onder andere op mechanismen als El Niño en La Niña —  temperatuurveranderingen van het zeewater in het centrale en oostelijke deel van de Grote Oceaan —  die in korte tijd forse schommelingen in temperatuur op land kunnen veroorzaken. “De invloed van natuurlijke oorzaken, zoals variaties in de baan van de aarde om de zon, de straling van de zon en stromingen in de oceanen, zijn niet marginaal maar hoogstwaarschijnlijk veel belangrijker dan CO2. Bij de huidige stand van de wetenschap is het onmogelijk om met enige zekerheid te zeggen hoe groot de relatieve invloed van natuurlijke factoren versus menselijke factoren is. Professor Steven Koonin, een belangrijk man in het huidige klimaatdebat, schat het effect van CO2 onder de huidige omstandigheden op 7,6 procent.”

De Waart erkent dat CO2 een opwarmend effect kan hebben, maar het effect vlakt volgens hem af bij hogere concentraties. “De planeet Mars heeft een atmosfeer met 95 procent CO2 en het zou er dus behoorlijk warm moeten zijn: het is er steenkoud. Op de aarde heeft de eerste 0,01 procent het meeste effect gehad op de temperatuur. Boven de huidige concentraties van 0,042 procent is het effect gering”, zo stelt De Waart.

Belangrijker nog, is dat De Waart menselijke invloed breder definieert dan alleen broeikasgassen. “Als het landschap verandert, bijvoorbeeld door grootschalige houtkap, stadsuitbreiding of een andere landbouwmethode, verandert de lichtweerkaatsing van de zon en kan de temperatuur oplopen.” Luchtvervuiling veroorzaakt volgens hem zogeheten brown clouds in grote delen van Azië, zowel boven het land als boven de oceanen. “Die brown ­clouds bestaan uit fijnstof, zwavel- en stikstofverbindingen, aerosolen en koolmonoxide, maar bevatten vrijwel geen CO2 of andere broeikasgassen. Ze leiden wel tot een hogere temperatuur met een klamme warmte”. Dergelijke factoren zijn in zijn ogen fysisch relevant, maar worden — vreemd genoeg — nauwelijks onderzocht. “Beleidsmakers willen één stuurknop, CO2, maar de werkelijkheid biedt er meerdere”, zo stelt hij. “Dat botst met de behoefte van politiek en media aan korte, eenduidige conclusies.”

Op dit punt in het gesprek komt ook de vraag op of grootschalige energieprojecten, zoals  velden met honderden windturbines en duizenden zonnepanelen, lokale klimaateffecten door veranderende luchtstromingen en warmteabsorptie kunnen veroorzaken. De Waart denkt van wel, maar zegt dat hij er geen diepgaande studie naar heeft gedaan en reageert voorzichtig. “Op systeemniveau ontstaan bijwerkingen”, stelt hij, verwijzend naar turbulentie, verdroging en verhoogde warmteabsorptie door zwarte oppervlakken van de zonnepanelen. Hij brengt het probleem terug naar een basale eis aan het beleid: “Wees eerlijk over kosten, onzekerheden en neveneffecten. Dat zijn we nu niet.” Hij sluit niet uit dat al die grootschalige projecten voor ‘duurzame’ energie uiteindelijk een grote vergissing zullen blijken. “De meest logische vervolgstap bij de overgang van fossiele energie naar iets anders is een overgang naar kernenergie, vooral via gedecentraliseerde, kleine kerncentrales en bij voorkeur werkend op thorium.” De ‘tussenstap’, gebaseerd op zon en wind, acht hij “onnodig, extreem duur en een zware aanslag op de natuur”.

De kern van zijn betoog is dat de toekomst zal worden bevochten op het strijdtoneel van wetenschap, politiek en media. “Beleidsmakers willen zekerheid en politieke rugdekking. Wetenschappers kunnen op dit moment die zekerheid niet geven. Zo ontstaat de verleiding om onzekerheid weg te poetsen en twijfel te presenteren als gevaarlijk en verdacht.” Volgens De Waart werkt dit door tot op universiteiten. Tijdelijke contracten en projectfinanciering maken het risicovol om af te wijken van het klimaatverhaal. Niet omdat elke onderzoeker bang is, maar omdat het volgen van het alarmistische narratief wordt beloond met financiering, opdrachten en betere carrièrekansen.

Dat patroon verklaart voor hem ook waarom critici vaak worden weggezet als ‘klimaatontkenners’, terwijl zij in feite de grondslagen van de wetenschappelijke methode gebruiken en verdedigen. Hij ziet dit als een verschuiving van wetenschappelijk debat naar moreel debat, waarbij de feiten minder belangrijk zijn dan het aansturen op het gewenste beleid. In Crisis or Hoax? beschrijft hij dat mechanisme aan de hand van de double ethical bind: de gedachte dat iets zo urgent is dat je in communicatie mag sturen, selecteren en versimpelen, zolang je maar niet letterlijk liegt. Voor De Waart is dat een glijdende schaal, waarbij een klein beetje retoriek al snel verandert in structurele framing, en framing wordt omgezet in beleid.

Aan het einde van ons gesprek blijft vooral één pleidooi overeind: volwassen klimaatbeleid vraagt om eerlijkheid over wetenschappelijke onzekerheid en bereidheid tot bijstelling. Het is geen oproep tot nietsdoen, in tegendeel, en ook geen ontkenning van menselijke invloed op het klimaat, maar het is een oproep om wetenschap niet te reduceren tot een certificeermachine voor politieke besluiten. “Noem de conclusies van IPCC-wetenschappers ‘voorlopige kennis’ en durf ze te herzien als data daar aanleiding toe geven”, besluit De Waart. In een debat waarin urgentie en consensus vaak als eindpunt worden gepresenteerd, vraagt hij om iets wat in de wetenschap vanzelfsprekend zou moeten zijn: de ruimte om twijfel uit te spreken, ook wanneer die twijfel politiek ongemakkelijk is.

De politisering van het klimaatbeleid door het UNFCCC

Het UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change) is het VN-Klimaatverdrag van Rio dat in 1994 in werking trad. Het is de basis geworden voor de jaarlijkse klimaatconferentie, waar internationale klimaatonderhandelingen plaatsvinden. De klimaatconferentie in Parijs in 2015 is de bekendste geworden, vanwege het daar gesloten Klimaatakkoord van Parijs waarin vrijwel alle landen van de wereld overeen zijn gekomen de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graden Celcius door hun nationale broeikasgasemissies sterk te verminderen.

In het Klimaatverdrag van Rio wordt gesteld dat een gevaarlijke verstoring van het klimaat door de mens — de uitstoot van broeikasgassen — vermeden dient te worden. Dit terwijl in het eerste rapport van het in 1988 opgerichte VN-klimaatpanel IPCC, dat werd gepubliceerd in 1990, geen bewijs werd geleverd dat de opwarming van de aarde door CO2 en andere broeikasgassen veroorzaakt werd. Het vormde de start van een gepolariseerd en gepolitiseerd debat dat tot op de dag van vandaag voortduurt.

Het boek ‘Crisis or Hoax’, Climate Change in Science, Media and Politics is te koop als e-book: dakl.nl/crisis-or-hoax-ebook en ook als paperback: dakl.nl/crisis-or-hoax-paperback

Deel dit artikel:

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.