Scroll Top
Nieuws of Column?:
NIEUWS
Breaker:
-
2025 - Uitgave 13

De rijkdom van antroposofische gezondheidszorg

| Datum: 4 april 2025
de-rijkdom-van-antroposofische-gezondheidszorg

Beeld: Gepensioneerd antroposofisch huisarts Johanna Priester

“je maakt gebruik van het evenwicht dat de natuur al heeft”

De antroposofische gezondheidszorg past helemaal in de ontwikkeling van de moderne mens. “De zaadjes die Steiner ons heeft aangereikt beginnen te ontkiemen”, aldus gepensioneerd antroposofisch huisarts Johanna Priester (68). “Het is supermodern wat we doen: naast de lichamelijke condities nemen we in onze geneeskundige zorg ook relevante thema’s mee als het gevoelsleven en de levensloop.”

Wat de antroposofische geneeskunde zo rijk maakt volgens Johanna Priester, is dat zij zowel het lichaam als de ziel en de geest wil aanspreken, uitgaand van het principe dat de geest de kern is en zich wil ontwikkelen. Het lichaam dient daarbij als voertuig. De ziel vormt de verbinding tussen lichaam en geest en toont zich in gedachten, gevoelens en wilsimpulsen. Vanuit dat gezichtspunt zijn er bijna geen ziektes die uitsluitend lichamelijk zijn of uitsluitend psychisch. Een antroposofisch arts die gewoon regulier universitair is opgeleid met een aanvullende opleiding, onderzoekt bij een lichamelijke klacht het lichaam en daarnaast is er aandacht voor het gevoelsleven en de levensloop. “We kijken hoe iemand functioneert, wat de rode draad in iemands leven is en of er een thema speelt”, legt Priester uit: “Daar proberen we bewustzijn op te krijgen en dat is echt van deze tijd. De antroposofie is weliswaar meer dan honderd jaar oud, maar deze toepassing is supermodern. De zaadjes die Steiner ons heeft aangereikt, beginnen nu te ontkiemen.”

Uitgangspunt in de antroposofische gezondheidszorg is dat de mens een geestelijk wezen is en dat ook de aarde waarop hij leeft vanuit de geesteswereld is ontstaan. Het fysieke lichaam heeft de mens geïsoleerd van de geestelijke wereld waarvan hij afstamt en vanuit dit isolement is het mogelijk iets nieuws te laten ontstaan. Hoe gaat dat in zijn werk? Johanna Priester: “Kijk naar het kind dat onafhankelijk van zijn ouders op zijn eigen benen leert staan, zich los moet maken om een volgende stap te zetten. Zo ook ontwikkelt de mensheid zich als geheel. Gevangen in de materie hebben wij als mens de mogelijkheid keuzes te maken en dat kan alleen in een stoffelijk lichaam. Voor de mens staat het ontwikkelen van echte vrijheid hierbij centraal. Voor mij persoonlijk was het ontdekken van de antroposofie een grote opluchting en troost tijdens mijn studie geneeskunde. Ik begreep toen dat ik in dit lichaam zit opgesloten, juist omdat ik in deze wereld iets kom doen.”

Digitaal abonnement voor € 7,00 per maand

Volgens de antroposofie bestaat de kern van de geest al voor de geboorte en die geest blijft, ook nadat iemand is gestorven, bestaan. De geest is de zich ontwikkelende kern, het lichaam is het stoffelijke instrument en de ziel is de verbinding tussen beide. Door middel van het lichaam kan de mens denken, voelen en handelen. “Het hoofd is naar binnen gericht. De indrukken komen van buiten naar binnen via de zintuigen in een soort gecentreerd bewustzijn, hier vindt het denken plaats. Aan de buitenkant zit de harde, vaste schedel en wat daarbinnen gebeurt, is het kristalheldere denken. De romp en ledematen zijn meer naar buiten gericht, daar vindt het handelen plaats — de benen bewegen je voort en de handen verrichten handelingen. De buik is gedeeltelijk ook naar buiten gericht door de stofwisseling, de omvorming van dat wat ooit binnen kwam en weer naar buiten gaat. In het middengebied tenslotte bevinden zich hart en longen met de dynamiek van de ritmes van ademhaling en hartslag, het voelen.”

Bij de antroposofische geneeskunde wordt ervan uitgegaan dat de mens met een ziekte iets doormaakt, zich daaraan ontwikkelt. De ziekte maakt deel uit van de mens in ontwikkeling of kan zelfs nodig zijn daarvoor. Priester: “De ziekte kan op verschillende manieren worden benaderd, vanuit zowel het lichaam en de ziel als de geest. Bij de benadering vanuit het lichaam kun je bijvoorbeeld geneesmiddelen gebruiken, maar niet vanuit strijd, zoals wel het geval is bij de meeste reguliere geneesmiddelen. Daar gaat het om het bestrijden van symptomen, de naam van het middel geeft dat al aan: denk aan antibiotica, anti-­epileptica, antiparkinsonmiddelen. Ook bij psychische klachten worden geneesmiddelen gebruikt. De geneesmiddelen die wij daarbij inzetten, kun je beschouwen als een soort voorbeeld, niet als wapen. In feite gaat het daarbij over microkosmos, macrokosmos — alle aspecten die in de mens (microkosmos) een rol spelen vind je terug in de natuur of het geheel (macrokosmos). Als er iets uit evenwicht is geraakt, als je bijvoorbeeld te veel vochtvorming hebt, dan kun je in de natuur zoeken naar een plant of mineraal die dat aspect in zich heeft en daarmee heeft leren omgaan. Je maakt zo gebruik van het evenwicht dat de natuur al heeft. Je brengt het lichaam dan eigenlijk op een idee hoe het daarmee kan omgaan.”
De antroposofische geneesmiddelen zijn enigszins verwant aan homeopathische medicijnen waar ook met verdunningen, met potenties wordt gewerkt. Een verschil is dat er bij de antroposofische middelen vaak minder wordt verdund.

De antroposofische geneeskunde werkt veel met specifieke therapieën. “Als iemand heel chaotisch is of het denken is niet helder, dan zou je bijvoorbeeld met kunstzinnige therapie een exacte kubus kunnen boetseren. Je bent dan bezig met het innerlijk, met je ziel, om het oerbeeld van die ideale kubus voor te stellen en hem met je handen ook werkelijk tot stand te brengen. Misschien ben je wel een half uur bezig met structuur aanbrengen, grenzen stellen en de perfecte kubus vormgeven. Ik noem dat ook wel gymnastiek voor de ziel. En in de euritmietherapie maak je met het lichaam oerbewegingen waaruit alle vormen in de natuur zijn ontstaan. Die bewegingen vind je ook terug in de taal. De beweging die bij A hoort, is bijvoorbeeld een open gebaar, goed voor mensen die te veel in zichzelf zitten opgesloten. De beweging en de klank S is juist heel erg gevormd. De taal is een belangrijke factor. Daar kun je zelfs de volksaard aan afmeten. De Nederlander is wat losser dan de Duitser. Daar kun je therapeutisch ook iets mee. Als je bijvoorbeeld een beetje te streng bent, kun je door bepaalde klinkers of klanken te gebruiken wat soepeler worden. Wie te veel in de vorm zit, kan soepeler worden door spraak- of muziektherapie. De therapieën zijn manieren om ons wezen, ons lichaam bewoond door de ziel waarmee de geest zich wil ontwikkelen, een zetje te geven op het ontwikkelingspad.”

Websites over antroposofische gezondheidszorg:
Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.