De Staat tegen Gideon van Meijeren
Mr. Frank Stadermann | Datum: 9 februari 2026
Gideon van Meijeren met zijn advocate in de rechtszaal op 28 januari 2026 | mkfotografie
Probeert het OM een politieke tegenstander uit te schakelen?
In 2024 veroordeelde de Rechtbank Den Haag Tweede Kamerlid Gideon van Meijeren voor “opruiing tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag”. De rechtbank legde de FVD’er een taakstraf van 200 uur op. Vorige week behandelde het Gerechtshof Den Haag het hoger beroep dat Van Meijeren tegen het vonnis heeft ingesteld. De parlementariër vond namens het OM Advocaat-Generaal Floris Holthuis tegenover zich: “Een politieke tegenstander die zich afzet tegen het gedachtengoed van FVD”, stelt oud-advocaat Frank Stadermann, die de zitting via een livestream volgde. Van Meijeren sprak zelf van een ‘politiek proces’.
Het Openbaar Ministerie (OM) baseerde de strafvervolging op uitlatingen die Van Meijeren had gedaan bij twee optredens. In 2022 was Van Meijeren spreker op een bijeenkomst met boeren. Daar sprak hij over de dreigende onteigening van boeren. Hij zei dat burgers het recht hebben in opstand te komen en geweld te gebruiken als dat noodzakelijk is ter bescherming tegen een wederrechtelijke aanranding door een kwaadaardige, tirannieke overheid.
In datzelfde jaar zei Van Meijeren in een interview met het Belgische online tv-programma Compleetdenkers dat hij hoopte op een fluwelen revolutie. Mensen zouden “bij wijze van spreken” massaal naar het parlement moeten trekken en daar moeten blijven, net zolang tot de regering opstapt. Daarbij hamerde hij op het belang van geweldloosheid. Hij waarschuwde wel dat er bij zo’n actie doden zouden kunnen vallen.
Een politiek proces?
Allereerst voerde Van Meijeren aan dat de rechter de zaak niet in behandeling zou moeten nemen. Want het gaat hier zijns inziens om een politiek proces: een proces dat erop is gericht een lid van de oppositie uit te schakelen. Van Meijeren wees er daartoe onder meer op dat de toenmalig minister van Justitie Yeşilgöz en de toenmalig minister van Financiën Kaag zich openlijk hadden uitgesproken dat zij hoopten dat het OM tegen Van Meijeren zou optreden. Daarmee zetten zij als politici het OM onder druk om Van Meijeren te vervolgen.
Het OM heeft niet gepoogd de indruk weg te nemen dat politieke opvattingen bij het OM een rol speelden. In deze zaak schoof het OM namelijk politiek tegenstander mr. Floris Holthuis als Advocaat-Generaal naar voren (zo heet de Officier van Justitie bij het gerechtshof). Zie kader.
Geweldloos verzet en gewelddadig verzet
Ter zitting stond de vraag centraal in welke mate verzet door burgers tegen de overheid gerechtvaardigd is en wanneer dat verzet gepaard mag gaan met geweld. Van Meijeren benadrukte dat er veel vormen van verzet zijn. De lichtste vorm van verzet is niet meedoen. Ook een lichte vorm van verzet zijn demonstraties. Zwaardere vormen van vreedzaam verzet zijn blokkades en andere vormen van actieve burgerlijke ongehoorzaamheid. “Helemaal onderaan de streep komt pas verzet dat gepaard gaat met geweld.” Hij zei dat we in Nederland die laatste situatie nog niet hebben bereikt. Van Meijeren hamerde er voortdurend op dat hij had opgeroepen tot geweldloosheid.
Aan de Advocaat-Generaal leek dit betoog niet besteed. Hij bleef volhouden dat Van Meijeren had opgeroepen tot verzet en daarmee had opgeruid. En dat viel niet onder het recht op vrije meningsuiting, zo vond het OM.
Dat Van Meijeren wel degelijk aanzette tot geweld, las het OM ook in de waarschuwing dat er bij een opstand doden zouden kunnen vallen. Maar wie eerder had gezien hoe de Mobiele Eenheid onevenredig geweld toepaste jegens vreedzame betogers tegen de coronamaatregelen, begreep wat Van Meijeren met deze uitspraak bedoelde, namelijk dat een vreedzame actie toch levensgevaarlijk kan zijn. Zijn waarschuwing dat er doden zouden kunnen vallen, was dus niet gericht tot de overheid maar tot degenen die in opstand zouden willen komen. Als voorbeeld van zo’n geweldloos verzet waarbij door gewelddadig optreden van de overheid doden vielen, noemde Van Meijeren onder meer de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking in 1989.
De voorzitter van het hof vroeg aan Van Meijeren of het verstandig was geweest, in een tijd van maatschappelijke onrust, mensen toe te spreken over de mogelijkheden van verzet tegen de overheid. Van Meijeren wist die vraag fraai te pareren. Hij vertelde dat hij eens zou spreken op een andere bijeenkomst. Maar de bijeenkomst werd afgelast uit vrees voor ongeregeldheden. Toen Van Meijeren vernam dat er niettemin mensen zouden komen opdagen, besloot hij toch te gaan. Hij vond het belangrijk dat ook boze mensen die misschien wel tot geweld in staat zijn, het idee hebben dat ze worden gehoord door een volksvertegenwoordiger. Na zijn toespraak zeiden die boze mensen: “Nou, dan gaan we maar koffie drinken”. Van Meijeren had dus de angel eruit gehaald. Het hof leek dat te begrijpen. “Dus u bedoelt te zeggen dat uw aanwezigheid daar juist de-escalerend werkte?”, zo concludeerde de rechter.
Wat is opruiing?
De Advocaat-Generaal wees erop dat onder opruiing wordt verstaan “de geesten rijp maken voor het plegen van strafbare feiten voor een publiek dat daar vatbaar voor is”. Dat was wat Van Meijeren zijns inziens had gedaan. De Advocaat-Generaal verwees naar — anonieme — online commentaren onder de opnamen van de optredens van Van Meijeren. Daarin kreeg Van Meijeren bijval van mensen die zich vóór geweld uitspraken. Van Meijeren wees op zijn beurt op een tweet van toenmalig minister van Justitie Grapperhaus. Daarin kondigde de minister aan dat zou worden opgetreden tegen een verboden demonstratie van coronacritici. Die tweet leidde tot commentaren met als strekking dat “de kankerwappies kapotgeslagen geslagen moesten worden” en dat “de ongevaccineerden met Zyklon B moesten worden besproeid”. “ Was de tweet van de minister dan ook opruiing?”, zo opperde Van Meijeren. Dit leidde — tot ergernis van de voorzitter — tot een luid applaus van het publiek.
Bewijs van opzet
Van opruiing kan alleen sprake zijn als de opruier de bedoeling had op te ruien — zijn opzet moet gericht zijn geweest op opruien. Het bewijs van opzet moet worden geleverd door het OM. Van Meijeren hield het hof voor dat de rechtbank in haar vonnis had overwogen dat hij misschien wel zélf een voorstander van vreedzaam en geweldloos verzet is, maar dat zijn publiek dat niet hoeft te zijn. Voor de aanklacht tegen Van Meijeren lijkt dat een belangrijke overweging. Immers, als Van Meijeren een voorstander is van geweldloosheid, lijkt het onlogisch ervan uit te gaan dat hij wel de opzet had tot geweld op te roepen.
Van Meijeren kon niet zwijgen
Tenslotte beriep Van Meijeren zich erop dat hij niet anders kon dan zich te uiten zoals hij deed. Want Nederland glijdt in zijn ogen af naar een schijndemocratie waarin de burger niets meer in te brengen heeft. Hij wees erop dat steeds meer bevoegdheden van de Nederlandse overheid komen te liggen bij internationale organisaties zoals de EU, de WHO, en dat grote bedrijven zoals de farmaceutische industrie veel macht en invloed hebben. Daarnaast noemde Van Meijeren de mensenrechtenschendingen door de overheid. In het bijzonder noemde hij daarbij het buitensporig geweld door de overheid tegen demonstranten die opkwamen tegen coronamaatregelen. Hij memoreerde dat de voormalige VN-rapporteur op het gebied van marteling, Nils Melzer, had geconcludeerd dat sprake was van buitensporig politiegeweld, en dat geweld kwalificeerde als marteling.
“Het was mijn plicht als volksvertegenwoordiger om te waarschuwen voor de noodtoestand waarin ons land zich bevindt, en op te roepen daartegen in verzet te komen” zo zei Van Meijeren. Ofwel: “Ik kon niet anders”, zo vertaal ik zijn boodschap.
Op 5 maart doet het hof uitspraak. In vroeger tijden, toen de rechtspraak nog eerlijk was, zou ik voorspeld hebben dat er een vrijspraak moet volgen. Maar nu durf ik dat niet meer te zeggen.
dakl.nl/uitspraak-2024
dakl.nl/vanmijeren-boerenprotesten
dakl.nl/vanmeijeren-compleetdenkers
Advocaat-Generaal Floris Holthuis hangt het gedachtegoed van D66 aan, blijkt uit zijn inmiddels opgeheven account op X. Zo postte hij vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen de tweet: “Ik weet nog helemaal niet wat ik ga stemmen. Al denken velen D66.” En hij is geen fan van president Trump. Op X schreef hij: “Fuck die Amerikanen! Het is gewoon een misdadig en moordzuchtig bewind dat aan de macht is.” Niet echt een taal die men van een magistraat zou verwachten. Met zijn uitingen gaat hij wel lijnrecht in tegen het gedachtegoed zoals dat bestaat bij aanhangers van Gideon Van Meijeren en diens partij Forum voor Democratie.
Had Holthuis die aanhangers op het oog toen hij op X schreef over “rechtse populisten die niets constructiefs bouwen maar zich gedragen als kleuters”?
Daar bleef het niet bij. Over Amerika schreef Holthuis ook op X: “Ik hoop eigenlijk toch wel op verzet en weerstand van binnenuit.” Maakt deze uitspraak het verwijt aan Van Meijeren met betrekking tot het oproepen tot verzet tegen de overheid niet schijnheilig? Kijken we in werkelijkheid misschien naar een politieke afrekening, zoals Van Meijeren zelf ook betoogt?