“Energie-opbrengst wind op zee met 50 procent overschat”
Bert Weteringe | Datum: 21 januari 2026
Windturbineveld op de Noordzee | mkfotografie
Het lage rendement van de windturbines op zee is een nieuwe tegenvaller voor het klimaatbeleid
De energie-opbrengst van windturbines op zee wordt door de overheid tot wel 50 procent overschat. Dat concluderen wetenschappers van de Technische Universiteiten van Delft en Denemarken op basis van een analyse van de opbrengsten van 72 grote windenergievelden voor de kust van 6 verschillende landen. De windturbines blijken elkaars wind af te vangen, waardoor de efficiëntie bij een toenemend aantal nog verder zal afnemen. In de praktijk komt het erop neer dat er nog meer subsidies bij moeten om de velden rendabel te houden. Ook zullen de tegenvallende energieopbrengsten de prijs van elektriciteit opdrijven. De wetenschappers waarschuwen voor “grote maatschappelijke en economische gevolgen die meerdere generaties zullen doorwerken”.
Het opwekken van windenergie op zee is een van de pijlers van het Nederlandse energiebeleid. Dat is erop gericht te voldoen aan de Europese Green Deal, het in 2019 door de Europese Commissie gelanceerde plan om in 2050 netto-nul uitstoot van CO2 te behalen. In het Actieplan wind op zee stelt het demissionair kabinet in september 2025 dat “ongeveer de helft van de hoeveelheid elektriciteit die we vanaf het volgende decennium nodig hebben om onze burgers en bedrijven van elektriciteit te voorzien uit windparken op zee moet komen”. Daarnaast moet een derde van de windenergie op zee worden omgezet naar waterstof, zo blijkt uit het Nederlandse programma Verbindingen Aanlandingen Wind Op Zee (VAWOZ), dat in 2023 werd opgestart.
Het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee (WIN) dat in juli door de Nederlandse overheid werd gepubliceerd, laat zien dat de plannen zijn gebaseerd op studies van netbeheerders, onderzoeksorganisatie TNO en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Die studies geven aan dat de windturbines op zee een rendement van 51,5 procent hebben ten opzichte van een jaar lang draaien op vol vermogen. Het rendement van de windturbines op de Noordzee is hiermee sterk overschat.
“De nationale beleidsdoelstellingen laten zien dat de verwachtingen voor de energieproductie tot 50 procent hoger liggen dan wat realistisch gezien haalbaar is”, zo concludeert Carlos Simao Ferreira, hoogleraar Wind Energy Science aan de TU Delft. Ferreira publiceerde op 21 november samen met Deense collega’s Gunner Larsen en Jens Nørkær Sørensen van de Technische Universiteit van Denemarken (DTU) een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Cell Reports Sustainability, over de opbrengsten van windenergievelden op zee van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, België en Nederland. Daarin springt Nederland het meest in het oog: met een overschatting van de opbrengsten van 49 procent wordt het beleid van de Nederlandse overheid door de wetenschappers bestempeld als “intern inconsistent”. Het theoretisch rendement van de windturbines komt voor Nederland uit op 34,6 procent in plaats van 51,5 procent, zo stellen de wetenschappers. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bevestigen de werkelijkheid: het rendement van windturbines in het Nederlandse deel van de Noordzee lag in de jaren 2023 en 2024 respectievelijk op 37 en 38 procent. In de Delftse publicatie wordt de mismatch tussen de theorie en praktijk aangehaald als sprekend voorbeeld hoe “veranderende doelstellingen, ruimtelijke ordening en veronderstelde prestaties niet meer aansluiten bij fysieke beperkingen”.
De wetenschappers stellen in hun artikel dat er een “fysieke limiet is voor de hoeveelheid energie die kan worden opgewekt”. In de alsmaar groter wordende windenergievelden, die ook nog steeds dichter op elkaar worden aangelegd, vangen de windturbines letterlijk elkaars wind af. Daardoor zal de efficiëntie van de turbines bij een toenemend aantal nog verder afnemen. Met een model dat de fysieke bovengrens van de productie van de windenergievelden op zee definieert, tonen de wetenschappers dit aan.
Ze bouwden hun model op basis van de daadwerkelijke opbrengsten van 72 grote windenergievelden wereldwijd en vergeleken daarnaast voor negen van die velden de werkelijke opbrengst met de theoretisch verwachte opbrengsten die zijn vastgesteld in nationale beleidsdocumenten. De theoretische energie-opbrengsten bleken in de meeste gevallen zwaar overschat. De cijfers laten zien dat bij zeven van de negen geanalyseerde windenergievelden de nationale beleidsdoelstellingen voor de opbrengsten van wind op zee zijn overschat. Bij twee Duitse windparken was er sprake van een lichte onderschatting.
Deze lage rendementen zijn een nieuwe tegenvaller voor het klimaatbeleid. Afgelopen zomer werden de Nederlandse ambities voor windenergie op zee al met 20 tot 40 procent teruggeschroefd: in plaats van de eerder geplande 50 gigawatt aan opgesteld vermogen in 2040, wordt in het WIN uitgegaan van 30 tot 40 gigawatt. De aanleidingen hiervoor waren de hoge investeringskosten voor wind op zee, problemen in de toeleveringsketen en de onzekerheid ten aanzien van de opbrengsten, omdat er minder afname is dan verwacht.
Door de tegenvallende opbrengsten die uit de nieuwe berekeningen blijken, kan de animo van bedrijven om geld in de velden te steken verder afnemen. Op dit moment staan er 670 windturbines in het Nederlandse deel van de Noordzee opgesteld met een totaal vermogen van 4,7 gigawatt, verdeeld over negen gebieden. Twee van de drie geplande windenergievelden op zee werden al uitgesteld vanwege een gebrek aan potentiële bieders onder een ‘nul-subsidie’-regeling.
Daardoor heeft Nederland zijn doelstelling om 21 gigawatt aan opgesteld vermogen te realiseren uitgesteld van 2030 naar 2032. Daarnaast maakte demissionair minister Hermans van het Nederlandse ministerie van Klimaat & Groene Groei (KGG) op 30 oktober met een brief aan de Tweede Kamer bekend dat er geen aanvragen van bedrijven voor een vergunning zijn binnengekomen voor de tender voor het windenergieveld Nederwiek I-A, goed voor een opgesteld vermogen van 1 — 1,15 gigawatt.
Het is een trend die niet alleen in Nederland speelt: in Duitsland waren er in augustus 2025 geen inschrijvingen voor een subsidievrije tender voor 2,5 gigawatt windenergie op zee en ook in Denemarken was er eind 2024 geen interesse in een subsidievrije tender voor 3 gigawatt.
De hoogleraren Ferreira, Larsen en Sørensen stellen in hun artikel in ‘Cell Reports Sustainability’ dat een overschatting van 50 procent en het resulterende tekort aan elektriciteitsopbrengsten “diep kan ingrijpen in de samenleving en de economie”. Ze doelen hiermee niet alleen op het feit dat de prijs van elektriciteit door het lagere rendement omhoog zal gaan — maar ook op de gevolgen van de lagere elektriciteitsopbrengsten voor het hele energiesysteem. Minder elektriciteitsaanvoer betekent dat ook de geplande opslag van windenergie in batterijen en de omzetting van windenergie naar waterstof lager zullen zijn dan gepland, terwijl de investeringen hiervoor al wel gedaan worden. De gevolgen van het niet optimaal benutten van deze investeringen zullen volgens de wetenschappers meerdere generaties doorwerken.
Er wordt al langer vermoed dat de energieopbrengsten van windturbines op zee sterk worden overschat. In 2020 waarschuwden wetenschappers van de Deense universiteit en het Duitse Max Planck Instituut in een wetenschappelijke publicatie dat de verwachte opbrengsten van windenergie op zee met een derde of meer kunnen dalen wanneer wind op zee verder wordt opgeschaald. In 2021 stelde Axel Kleidon, natuurkundige en groepsleider bij het Max Planck Instituut, in een publicatie in het Meteorologische Zeitschrift dat de energieopbrengsten van gebieden met windturbines van meer dan honderd vierkante kilometer tot wel twaalf keer zo laag zijn als die van kleine windenergievelden op prominente locaties, ongeacht de technologische vooruitgang van de windturbines. Deze voorspellingen waren echter op theoretische berekeningen gebaseerd.
De recente publicatie in Cell Reports bevestigt de voorspellingen met harde cijfers, gebaseerd op een uitgebreide analyse van daadwerkelijke energieopbrengsten van windenergievelden op zee.