“Je hebt geen macht totdat je je verenigt”
Barbara Le Noble | Datum: 6 januari 2026
Judith Zeeman | mkfotografie
Judith Zeeman pleit voor bedrijfsvormen met gedeeld eigendom
Judith Zeeman begeleidt ondernemers en andere belangstellenden op hun weg naar vrijheid, of zoals zij het zelf noemt: het pad naar zelf-leiderschap. Daarbij richt de systemisch therapeut zich op moreel leiderschap, coöperaties en nieuwe manieren van ondernemen. Haar missie: bijdragen aan systeemverandering met coöperatieve bedrijfsstructuren die het algemeen belang dienen. “Essentieel voor de tegenmacht is het bezit van eigen middelen.”
Voorheen werkte Judith Zeeman als ontwerper en zelfstandig consultant op het snijvlak tussen vormgeving en zingeving. Daarnaast adviseerde ze financiële bedrijven in hun bijdrage aan een gezonde en duurzame economie. De aan de Design Academy afgestudeerde ontwerper ontdekte al snel dat topmanagers haar raad vooral gebruikten als windowdressing. “Ze zijn eigenlijk alleen geïnteresseerd in het realiseren van zoveel mogelijk winst. Sinds de bankencrisis van 2008 ben ik het geldsysteem gaan onderzoeken — dat moreel onethisch en corrupt is. De meesten weten niet dat als jij geld leent, de bank dit creëert uit het niets. Een bankmedewerker typt het bedrag in en voor die administratieve handeling wordt vervolgens 5 procent rente gerekend. Dat is geld zonder dat daarvoor reële arbeid is verzet. Jouw lening wordt wél betaald met iets dat werkelijk van waarde is, namelijk jouw arbeid.” Ze benadrukt daarin de ‘eigen’ bijdrage van burgers: “Zonder onze aanvragen voor hypotheken en leningen vindt die geldcreatie niet plaats. Mensen die reële economische waarde creëren door werk te verzetten, zijn de enige, belangrijkste bron in het hele financiële systeem. Dat geld, dat via de secundaire markten de reële economie verlaat, zorgt ervoor dat vruchten van onze economische productiviteit rechtstreeks bij een ultrarijke financiële elite terechtkomen.”
“Zowel het kapitalisme als het communisme zijn structuren die top-down functioneren”, legt Zeeman uit. “Een kleine economische elite maakt regels die ervoor zorgen dat ze de vruchten plukken van de arbeid van de massa, via systemen die mensen verplichten afstand te doen van hun eigendom, zijnde de vruchten van hun arbeid. In het communisme gaat dat via de staat, in het kapitalisme wordt het geld uit de reële economie geroofd door rente. Wil je inflatie voorkomen, dan zouden banken alleen leningen moeten verstrekken aan partijen die iets opbouwen in de reële economie. Zodra je geld leent — en dus creëert — voor speculatie op de beurs of in vastgoed, ontstaat ontwaarding.”
Essentieel voor de tegenmacht is het bezit van eigen middelen. Om te begrijpen waarom het eigendomsrecht zo belangrijk is, schetst Zeeman de situatie van vlak na de Franse revolutie. “Met de invoering van de burgerstand ontstond het begin van de democratie. Niet omdat burgers nu stemrecht hadden, maar vooral omdat een burger bezit mocht hebben, ontstond een vrijheid die er eerder niet was. Eigendom is een groot goed: als je de grond onder je voeten niet kunt bezitten, blijf je altijd horige. Vandaag de dag staat het eigendomsrecht onder druk, denk alleen maar aan de onteigening van de boeren.” Ze verduidelijkt: “Als we in een tijdperk belanden waar burgers niets meer bezitten, zijn we terug bij af en is het slavensysteem volledig gesloten. Daarom is dit systeem moreel onethisch en moeten we iets nieuws creëren.”
Voor een nieuw systeem is een nationale coöperatieve economie nodig die het algemeen belang dient, bepleit Zeeman. “Iedereen heeft het maar over ‘vrijheid’, maar wat is vrijheid zonder verantwoordelijkheid? Vrijblijvendheid, dat is geen vrijheid. Systeemverandering vraagt om mensen die zelf meebeslissen over de koers van hun bedrijf, zeggenschap kunnen uitoefenen doordat ze aandelen bezitten. Met een groep ondernemers kun je samen een coöperatie oprichten: hierin ontstaat gedeeld eigendom. Samen kun je middelen bij elkaar leggen om bijvoorbeeld een fabriek of opslag te bouwen. Ben je ondernemer en heb je werknemers in dienst, dan kun je ze certificaten geven waarmee ze partners in je bedrijf worden. Vóór je deze juridische stappen onderneemt, zou je een cultuurverandering kunnen beginnen op het vlak van verantwoordelijkheid. Denk aan werknemers inspraak geven in alle grote beslissingen via stemrecht. Belangrijk is dat je dan de uitkomst van die stemming serieus neemt: het is geen ‘advies aan de baas’, maar direct richtinggevend voor de koers van de onderneming.”
Ze begeleidt ondernemers die deze moedige stap zetten, maar ook particulieren op het pad van persoonlijke ontwikkeling. De IFS (Interne Familie Systemen)-therapeute werkt daarbij dagelijks met de dynamiek tussen dominantie en volgzaamheid. “Het grotere maatschappelijke proces speelt zich in het klein ook af in de dagelijkse interactie tussen mensen. Degenen die verantwoordelijkheid vermijden of juist anderen willen domineren, zijn uit balans. Leiders die begrijpen dat het anders moet, zullen dus het voortouw moeten nemen in systeemveranderingen. Om de bestaande dynamiek te kunnen keren, zullen leiders controle moeten loslaten en leren medewerkers verantwoordelijkheid te geven. Leiders die domineren, zijn bang zelf onderdrukt te worden. De volgers zijn bang uitgesloten te worden als ze de ‘verkeerde’ beslissing maken. De ontwikkeling van zelfleiderschap leidt tot betrokkenheid, verantwoordelijkheid en zeggenschap van iedereen op de werkvloer. Het oude systeem is gebaseerd op angst, terwijl coöperatie alleen kan bestaan als wederzijds vertrouwen wordt opgebouwd. Vertrouwen is niet iets dat je blind kunt hebben in de ander, dat moet worden verdiend via transparantie en open communicatie.”
We moeten nu gaan denken in oplossingen die het algemeen belang dienen in plaats van de deelbelangen die nu voorrang krijgen, stelt ze. “Je kunt veel over ze zeggen, maar de financiële elite heeft wel een duidelijk doel geformuleerd en een langetermijnvisie ontwikkeld om zoveel mogelijk macht en controle te houden. Wij zullen ons moeten verenigen in coöperatieve systemen om een democratische bottum-upstructuur te bouwen, waarin iedereen werkelijk inspraak heeft. Ons doel is niet een zo hoog mogelijk bruto nationaal product te krijgen, maar het gemiddelde omhoog te schuiven, want dat leidt tot welvaart voor iedereen binnen het systeem.”
Voor wie wil meewerken aan deze coöperatieve beweging, maar niet zo goed weet waar te beginnen, organiseert Judith samen met Steve Aernouts een aantal workshops over cocreatie. “Die gaan over de kracht die uitgaat van de groep. Veel problemen kun je inderdaad niet in je eentje oplossen, maar wij kunnen dat samen wel. Tijdens de workshops nemen we deelnemers mee in de mogelijkheden die ontstaan wanneer gelijkgestemden zich in een veld van cocreatie verbinden.”
Wie zijn persoonlijke doel helder wil maken, begeleidt Zeeman in een Mission Quest-traject. “Velen hebben het goed en comfortabel in hun leven, maar lopen toch vast. Zij zijn niet op zoek naar een oplossing voor problemen in het verleden, zij zoeken een zinvolle missie in de toekomst. Mensen zien vaak hun eigen kernkracht over het hoofd. Wat iemand gemakkelijk afgaat en waarvoor hij talent heeft, valt hemzelf vaak nauwelijks op. Ik help ze hun missie scherp voor ogen te krijgen door ze een aantal spiegels voor te houden en concreet te werken aan een concept voor hun toekomst.”
