De Andere Krant
25 Mar

Is er eigenlijk wel een klimaatcrisis?


eigenlijk
Meeste klimaatvoorspellingen zijn te hoog gebleken
Dr. Ross McKitrick

SAMENVATTING
  • De wereldwijde opwarming gedurende de laatste 200 jaar was traag en beheersbaar terwijl intussen wereldwijde welvaart en welzijn spectaculair zijn toegenomen.
  • Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) voorspelt dat de economische impact van wereldwijde opwarming de komende eeuw, in vergelijking met andere veranderingen, relatief klein zal blijven.
  • De meeste voorspellingen voor de toename van CO2-emissies zijn te hoog gebleken en er zijn bewijzen dat de klimaatmodellen die gebruikt worden standaard een te hoge opwarming geven.
  • De meetgegevens over extreme weersomstandigheden ondersteunen geenszins de vaak gehoorde claims over een ‘klimaatcrisis’.

Het woord emergency verwijst, net als het woord crisis, naar een situatie die kan leiden tot onmiddellijke en ernstige schade, tenzij er snel actie wordt ondernomen. Met het woord verandering ligt dat anders.

‘Klimaatverandering’ verwijst naar langzame variaties in belangrijke weergrootheden, zoals bijvoorbeeld 30-jarige gemiddelden van temperatuur en neerslag. Zulke veranderingen kunnen alleen maar vastgesteld worden op tijdschalen van decennia tot eeuwen. Sommige veranderingen kunnen gunstig zijn, sommige nadelig. Dat is afhankelijk van hoe de mens zich aanpast. De woorden ‘emergency’ en ‘crisis’ zouden dan ook helemaal niet gebruikt moeten worden in verband met het klimaat. Dat is ongeacht of die klimaatveranderingen, voor zover ze er wel zijn, natuurlijk zijn of door de mens veroorzaakt worden.

Introductie

Metingen van over de hele wereld laten zien dat het wereldwijde klimaat vanaf ongeveer het jaar 1800 licht aan het opwarmen is. Het begin van de 19e eeuw markeert het einde van wat de ‘Kleine IJstijd’ genoemd wordt. Deze veroorzaakte, op veel verschillende plekken, de koudste periode sinds het eind van de laatste echte ijstijd van 11.000 jaar geleden. Voorafgaand aan de Kleine IJstijd zijn er op veel plaatsen lange periodes geweest waarin het klimaat warmer was dan vandaag de dag. Zo zijn we eraan gewend dat het Canadese Noordpoolgebied het grootste deel van het jaar bedekt is met zee-ijs, maar er zijn ook periodes geweest voorafgaand aan de Kleine IJstijd van ruim 1000 jaar lang, waarbij de Beaufortzee (zee ten noorden van Alaska en Canada, red.) vrijwel het hele jaar ijsvrij was.

De opwarming van het klimaat in de afgelopen decennia is dan ook geenszins uitzonderlijk. Veel Amerikanen kennen het verhaal dat de Glacier Bay in Alaska in de 19e eeuw heel snel opwarmde. In 1923 merkte Professor William S. Cooper op dat deze schilderachtige baai onder een dik pak ijs moet hebben gelegen toen Kapitein Vancouver het gebied in 1794 voor het eerst bereikte. Het ijs begon daarna snel te smelten en rond 1920 (nu meer dan een eeuw geleden) had het ijs zich zestig mijl (ongeveer 100 km, red.) landinwaarts teruggetrokken. Dat was bijna tot aan de uiteinden van de veraf gelegen fjorden Torr en Muir, waar bezoekers ook vandaag de dag nog naartoe gaan om te zien wat er over is van die eens zo machtige gletsjers.

Naast opwarming is de wereld sinds 1800 ook veel rijker en gezonder geworden. Het gemiddelde inkomen per persoon is gedurende die periode veertien keer zo hoog geworden. In 1801 bedroeg de gemiddelde levensverwachting overal ter wereld minder dan veertig jaar, terwijl vandaag de dag de levensverwachting in veel landen meer dan tachtig is. Het wereldwijde jaarlijkse privé-inkomen is sinds 1990 sneller toegenomen dan ooit tevoren, terwijl het aantal mensen dat in extreme armoede leeft, gedaald is van 1,9 miljard naar 650 miljoen.

Tijdens de afgelopen 200 jaar is de wereld iets warmer geworden, maar er heeft ook een spectaculaire groei plaatsgevonden in inkomen en levenstandaard. Voor die economische en sociale voorspoed was de beschikbaarheid van goedkope energie afkomstig van fossiele brandstoffen essentieel. De daarmee gepaard gaande emissies van broeikasgassen hebben weliswaar iets bijgedragen aan de opwarming, maar dat heeft ons er niet van weerhouden toch heel wat beter af te zijn. Er is dan ook geen enkel historisch bewijs voor het idee dat de opwarming die we nu meemaken tot een crisis of een ‘noodtoestand’ zal leiden.

Hoe zit het met de toekomst?

In 2013 deed het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) een uitgebreide studie naar de verwachte gevolgen van de opwarming van de Aarde binnen de context van ontwikkeling en economische groei. De studie concludeerde dat er reële gevolgen verwacht worden, maar dat die klein en beheersbaar zullen zijn, in vergelijking met allerlei andere veranderingen die in de lijn der verwachting liggen:

“Voor de meeste economische sectoren zullen de gevolgen van klimaatverandering relatief klein blijven in vergelijking met andere invloeden. Veranderingen in bevolking, leeftijd, inkomen, technologie, prijzen, levensstijl, wet- en regelgeving, bestuur, en andere aspecten van sociaaleconomische ontwikkelingen zullen een veel grotere invloed hebben op vraag en aanbod van diensten en goederen dan de gevolgen van klimaatverandering.” Aldus het IPCC.

Samenvattend: net zoals tijdens de afgelopen 200 jaar, zal er in de komende eeuw veel vooruitgang geboekt worden in de wetenschap, de technologie, het inkomen, en in de levensstandaard. De effecten van klimaatverandering zijn in vergelijking daarmee gering. 


Worstcasescenario’s overheersen

Studies over de toekomstige impact van klimaatverandering baseren zich op langetermijnverwachtingen van CO2-emissies. Helaas blijken in recente jaren duizenden studiesgebaseerd te zijn op een emissiescenario dat bekend staat als “RCP8.5”, waarvan inmiddels bekend is dat het een sterk overdreven toekomstbeeld schetst van de te verwachten uitstoot. Sommige wetenschappers hebben er al bij collega’s op aangedrongen daarmee te stoppen, of als alternatief daarvoor een waarschuwing aan die studies toe te voegen die duidelijk aangeeft dat de conclusies niet meer zijn dan speculaties voor een worstcasescenario. Toch wordt er nog steeds met de regelmaat van de klok naar die scenario’s verwezen, suggererend dat deze zich daadwerkelijk zullen gaan voordoen. Het enige dat dit nog zou kunnen tegenhouden, is ons flink, snel en tegen zeer hoge kosten inspannen om de emissies terug te dringen. Dat is pure misleiding. De daadwerkelijke emissies van de afgelopen paar decennia zitten zelfs helemaal onderaan de emissiescenario’s die door al die wetenschappers gebruikt blijven worden in de klimaatmodellen.

De voorspellingen die gebaseerd zijn op emissiescenario’s die wel kloppen met de historische veranderingen, wijzen in het geheel niet op een crisis. In plaats daarvan suggereren ze een gestaag en beheersbaar tempo van veranderingen. Ze ondersteunen de IPCC-conclusie dat de gevolgen van klimaatverandering voor de komende eeuw relatief klein zullen blijven, in vergelijking met de snelheid van alle andere ontwikkelingen in de samenleving.

Voorspellen klimaatmodellen een ‘noodtoestand’?

Er zijn veertig grote onderzoekscentra wereldwijd die klimaatsimulaties kunnen uitvoeren. Hun modellen voorspellen van alles. Het is relatief eenvoudig een klimaatmodel te bouwen dat een crisis kan genereren, zoals uit de hand lopende opwarming of het afsmelten van de Antarctische ijskap. Dat betekent nog niet dat dergelijke voorspellingen ook uit zullen komen. Voordat we dergelijke voorspellingen blindelings accepteren, zullen we eerst moeten kijken welke modellen beter in staat zijn de trends van de afgelopen veertig jaar te reproduceren. Deze zouden dan gebaseerd moeten zijn op de belangrijkste veranderingen die aan het licht zijn gekomen in de betekenisvolste klimaatparameters, zoals daar zijn de intensiteit van de zon, de broeikasgassen, luchtverontreiniging en ook het landgebruik. 

Wetenschappers die dergelijke studies uitvoerenzijn tot de conclusie gekomen dat vrijwel alle modellen meer opwarming veronderstellen dan er is waargenomen. Veel modellen simuleren op zijn minst twee keer zoveel opwarming als geconstateerd. De nauwkeurigste modellen registreren minder veranderingen in broeikasgassen, en laten daarbij ook minder toekomstige opwarming zien. Dit draagt bij aan het onafhankelijke bewijsdat modellen met resultaten die het meest overeenkomen met de temperaturen in de 20e eeuw, het minst ‘gevoelig’ zijn voor broeikasgassen.

De nauwkeurigste modellen voorspellen dan ook geen klimaatcrisis. In plaats daarvan laten ze gematigde opwarming zien en een lichte economische groei, vooral voor de komende dertig jaar. Zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat het extreme RCP8.5 scenario uit zou komen, is de voorspelling dat dit een netto economische verlies op zou leveren van niet meer dan 7% van het wereldwijde BBP, in het jaar 2100. Rekening houdende met een 2% jaarlijkse groei, houdt dat in dat de wereldwijde economie in de periode tussen 2020 en 2100 in plaats van met 388%, met 354% gegroeid zal zijn. Zelfs het slechtst denkbare scenario is dan ook nog steeds geen crisis.

Hoe zit het met droogtes, overstromingen, orkanen en ander extreem weer?

Het is belangrijk op te merken dat het IPCC in haar meest recente rapport - daterend uit 2012 - bij de analyse van de langetermijntrends van extreem weer, geen duidelijk verband vond tussen klimaatverandering en de meeste weerextremen, en dat sommige trends, zoals die van het voorkomen van droogte, aan het afnemen zijn. Om een voorbeeld te noemen dat voor veel Amerikanen actueel is, het aantal bosbranden neemt wereldwijd af, iets dat regelrecht in tegenspraak is met wat algemeen verondersteld of ook gesuggereerd wordt. 

Conclusie

De wereldwijde COVID-19 pandemie heeft laten zien hoe een wereldwijde crisis eruit ziet. Klimaatverandering staat daarmee in scherp contrast. Het is een probleem waar we aandacht aan moeten besteden, dat we in de gaten moeten blijven houden, maar er zijn geen aanwijzingen dat er sprake is van een op hande zijnde ‘crisis’. Beleid dat als reactie op ongefundeerde retoriek over klimaatverandering de mondiale ontwikkeling en economische groei zou remmen, zou veel meer kwaad dan goed doen en dient dan ook resoluut van de hand gewezen te worden.

◀ Ross McKitrick is Hoogleraar Economie, University of Guelph maar publiceert geregeld in de wetenschappelijke literatuur over klimaatverandering. Zo onderzocht en bekritiseerde hij samen met Stephen McIntyre de roemruchte hockeystickgrafiek. Daarnaast publiceerde McKitrick over ‘vervuiling’ van de wereldwijde temperatuurdatasets door verstedelijking en industrialisatie. Op zijn website rossmckitrick. com zijn al zijn publicaties en opiniestukken te vinden. Marcel Crok won in 2005 de Glazen Griffioen voor zijn artikel over de hockeystickgrafiek waarin het werk van McIntyre en McKitrick uitgebreid besproken werd.

Het oorspronkelijke artikel inclusief referenties kan gelezen worden op clintel.org/is-there-a-climate-emergency

Artikel uit De Andere Krant Klimaat (maart 2020).


News