Ons idee van (slecht) slapen, klopt dat wel?
Sjoukje Dijkstra | Datum: 29 januari 2026
Alies Coster | mkfotografie
“Slaap is een natuurlijk proces. Hoe minder je het probeert af te dwingen, hoe groter de kans dat het weer vanzelf komt.”
Allemaal liggen we wel eens wakker of worden we niet uitgerust wakker. Dat voelt al snel als falen. Maar we zouden anders naar slapen moeten kijken, zegt Alies Coster, psycholoog en slaapspecialist die slapelozen begeleidt en zorgprofessionals opleidt tot slaapcoach. “Slapen is juist het meest natuurlijke proces dat er bestaat. We hebben er alleen een verkeerd beeld van gekregen. Slecht slapen is een collectief verschijnsel geworden in een 24/7-maatschappij. Alles moet nu. Alles moet beter. En dat geldt blijkbaar ook voor slapen.”
De grote impact van slecht slapen betekent volgens psycholoog en slaapspecialist Alies Coster niet dat mensen het vermogen om te slapen zijn kwijtgeraakt. “Iedereen kan slapen”, zegt ze. “Behalve dat wereldwijd heel kleine percentage met een zeldzame aandoening, maar voor het overgrote deel geldt: je kúnt slapen.” Volgens Coster zijn we vooral een realistisch beeld van slaap kwijtgeraakt.
Veel verwachtingen zijn gebaseerd op ideeën die niet kloppen. Acht uur slaap wordt vaak gezien als heilig, liefst aaneengesloten en binnen vaste tijden. “Die acht uur is een hardnekkig misverstand”, zegt de slaapcoach. “De gemiddelde slaaptijd ligt eerder rond de zeven uur. En je kunt beter zes uur goed slapen dan zeven uur slecht.” Ook het idee dat een ‘goede slaper’ de hele nacht doorslaapt, klopt niet. “Het is normaal om drie tot vier keer per nacht kort wakker te worden. Vaak merk je dat niet eens, omdat je direct weer inslaapt.”
Juist dat moment van wakker worden kan problematisch worden als dat wordt beoordeeld. Wie op de klok kijkt en concludeert dat het ‘weer misgaat’, raakt al snel verstrikt in frustratie en controle. Zeker met de telefoon binnen handbereik. “Je moet jezelf ’s nachts echt beschermen”, zegt Coster. “Dat oerbrein kan die prikkels niet weerstaan. Zelfs korte lichtflitsen of meldingen kunnen de slaapkwaliteit verstoren.”
Coster nuanceert graag ook het beeld dat iedereen slechter slaapt dan vroeger. “Slaapproblemen komen iets vaker voor, maar het verschil is niet enorm. Dat het onderwerp zichtbaarder is geworden, heeft ook een positieve kant: we praten er gemakkelijker over. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2022, gepubliceerd via de Landelijke Jeugdmonitor in 2023, blijkt onder jongeren wel een duidelijke toename van slaapproblemen, zoals moeite met inslapen, onrustige nachten en chronisch slaaptekort. “Reden is actieve schermtijd in de avonduren, waardoor het lichaam onvoldoende tot rust komt en het natuurlijke slaapritme wordt verstoord”, aldus Coster.
Onze slaapproblemen staan volgens haar niet los van hoe de samenleving is ingericht. “Slapen is steeds meer iets geworden dat moet lukken. En als het niet lukt, voelt dat als falen.” Die prestatiegedachte maakt alert op elk teken van wakker liggen, waardoor de slaap juist verder onder druk komt te staan. Ook cultuur speelt een rol. Coster verwijst naar onderzoek bij bevolkingsgroepen die minder geïndustrialiseerd leven. “Daar worden mensen vaker wakker dan wij normaal zouden vinden”, zegt ze. “Maar ze zien het niet als probleem.” Dat betekent volgens haar niet dat westerse slaapproblemen niet reëel zijn, maar wel dat verwachtingen en interpretaties klachten kunnen versterken.
Op korte termijn kan slecht slapen leiden tot meer trek in ongezond eten en gewichtstoename. Uit hetzelfde CBS-onderzoek uit 2022 blijkt dat op de langere termijn vooral mentale gevolgen ontstaan. “Langdurig slechte slapers hebben twee keer zoveel kans op depressie of een angststoornis. Toch wordt slaap in de zorg vaak gezien als bijzaak en wordt die behandeld alsof die vanzelf wel verbetert als je stress of psychische klachten aanpakt. Maar slaap kan ook een oorzaak zijn, omdat chronisch slaaptekort het stresssysteem ontregelt en herstel van het brein belemmert.”
Slecht slapen raakt daarmee ook de samenleving. Concentratie en reactievermogen nemen af, met risico’s in het verkeer en op de werkvloer. Juist vanuit die gedachte is de slaapopleiding ontstaan die Coster heeft opgezet — als antwoord op een lacune in de zorg. “Veel zorgverleners zien dagelijks mensen met slaapproblemen, maar zij missen de kennis om die goed te duiden. In onze opleiding leren psychologen, fysiotherapeuten en andere professionals hoe slaap werkt, wat een normale variatie is en waar verstoringen ontstaan. Ze werken met een vaste methodiek, van analyse tot evaluatie en leren slaapproblemen plaatsen binnen het geheel van gedrag, belasting en denken. Veel deelnemers zeggen vooral te ontdekken hoeveel aannames over slaap niet kloppen.”
Slaapcoaching begint met een analyse, vertelt ze. “Een loodgieter kijkt tenslotte ook eerst waar het lekt.” Dus wordt eerst het probleem geïnventariseerd: het gedrag rond bedtijd, slaapduur, stress, gedachten of prikkels. Vaak blijkt de eerste stap naar beter slapen verrassend praktisch. “Mijn eerste tip is echt korter in bed liggen. Mensen met slapeloosheidsklachten liggen vaak juist te lang in bed. Ritme en daglicht vormen daarnaast het fundament van slaap. Je lijf is gebaat bij rust, ritme en veiligheid. Wie overdag voortdurend doorgaat, kan ’s avonds moeilijk afschakelen. Ontspanningsoefeningen, meditatie of rustgevende audio kunnen ondersteunen, maar lossen slaapproblemen niet vanzelf op. Hetzelfde geldt voor pillen, apps en gadgets. Ik snap de behoefte aan een quick fix, maar voor slaap bestaat die niet.”
Melatonine is een veelgebruikte ‘oplossing’, maar Coster is kritisch: “Het wordt vaak gebruikt om sneller in slaap te vallen, terwijl de meesten een normale melatonine-aanmaak hebben. Onnodig gebruik kan juist averechts werken. Je kunt er suf van wakker worden en zo het probleem in stand houden.” Alleen bij specifieke indicaties, zoals jetlag of een verlate aanmaak van melatonine kan het zinvol zijn. Ook hulpmiddelen als oordopjes kunnen tegenwerken. Bij tijdelijke geluidsoverlast kunnen ze helpen, maar structureel gebruik kan het natuurlijke filtervermogen van het brein ondermijnen. “Je lijf leert dan niet meer zelf bepalen wat veilig is en wat niet.”
Als slaap een probleem wordt, zit dat volgens Coster in tellingen van impact. Frustratie, angst voor de nacht en het gevoel dat slaap het dagelijks functioneren ondermijnt, zijn signalen om serieus te nemen. “Als je uitgeput opstaat, opkijkt tegen de dag of bijna in slaap valt in de auto of tijdens een vergadering, dan moet je ingrijpen.” De kern, benadrukt ze, ligt in een combinatie van verantwoordelijkheid en loslaten. “Ga niet te vroeg naar bed, lig er niet te lang in en kijk eerlijk naar waaraan je je energie overdag besteedt.” Volledige controle bestaat niet. “Slaap is een natuurlijk proces. Hoe minder je het probeert af te dwingen, hoe groter de kans dat het weer vanzelf komt.”