Overgeleverd aan de weergoden en Trump
Bert Weteringe | Datum: 19 februari 2026
Illustratie: Wilfred Klap
Lage gasvoorraden tonen kwetsbaarheid Europese energievoorziening
We sloten het Groningen-gasveld en stopten met de goedkope aanvoer van gas uit Rusland, zonder goed over de gevolgen na te denken. Dat stelt emeritus lector Martien Visser aan de Hanzehogeschool Groningen, energie-expert en adviseur van de Nederlandse Gasunie. Nu zijn we afhankelijk van LNG uit de VS en kunnen we in problemen komen door extreem koud weer. De koudegolf die in januari 2026 Europa trof, zorgde ervoor dat de Europese gasvoorraden snel daalden tot een van de laagste niveaus van de afgelopen tien jaar. De Nederlandse voorraad slonk de afgelopen weken zelfs tot onder de 20 procent en bereikte na Kroatië de laagste stand van Europa. “Daarmee is de kwetsbaarheid van de Europese energievoorziening blootgelegd”, stelt Visser.
Als gevolg van de winterse omstandigheden steeg afgelopen januari de vraag naar gas in Europa sterk, doordat huishoudens meer verwarmden en ook de stroomvoorziening meer aardgas vroeg. Om acute tekorten tijdens de wintermaanden te voorkomen, wordt in verschillende Europese landen gas opgeslagen in ondergrondse opslagfaciliteiten, meestal lege gasvelden, zoutcavernes of aquifers, natuurlijke ondergrondse lagen van poreus gesteente waarin van nature water zit. Belangrijke locaties liggen onder meer in Nederland (Bergermeer, Norg, Grijpskerk), Duitsland, Oostenrijk en Italië. Sinds de energiecrisis van 2022, onder andere door het opblazen van Nord Stream 2, is er een wettelijke verplichting voor EU-lidstaten om hun gasopslag voor de winter gedurende de zomer grotendeels te vullen — tot minimaal 90 procent van de capaciteit vóór 1 november.
De aanhoudende kou heeft ervoor gezorgd dat deze buffers snel zijn geslonken. Volgens officiële data van ‘Gas Infrastructure Europe’ (GIE), een initiatief van opslag- en LNG-exploitanten, zijn de Europese gasopslagen op 8 februari nog voor 36,7 procent gevuld, waarmee Europa deze winter afstevent op de laagste stand van de gasvoorraden sinds de energiecrisis in 2022, toen de vulgraden voor het laatst beneden de 30 procent gedaald waren. In Nederland was de vulgraad op 8 februari zelfs al gedaald tot onder de 20 procent, na Kroatië het laagste van Europa.
Martien Visser, emeritus lector aan de Hanzehogeschool Groningen en adviseur van de Nederlandse Gasunie, typeert de huidige Europese gassituatie niet als een crisis, maar als een kwetsbaarheid: “De situatie is kwetsbaar, omdat we sterk afhankelijk zijn van de levering van LNG (Liquefied Natural Gas) en Noors gas. Ze is kwetsbaarder geworden sinds Groningen gesloten is”, zo stelt hij.
Ondanks de kou zijn de gasleidingen nog gevuld en er is geen sprake van uitvallende verwarming of rantsoenering van gas. Toch spreken Europese politici nadrukkelijk over ‘waakzaamheid’ voor wat betreft de gasvoorraden. “We houden ongelooflijk sterk de vinger aan de pols”, zo stelde minister Hermans van Klimaat en Groen Groei (KGG) eerder in januari in het tv-programma Goedemorgen Nederland. De kwetsbaarheid en waakzaamheid komen vooral voort uit de hedendaagse Europese afhankelijkheid van Amerikaanse LNG importen, die naast het pijpleidinggas dat hoofdzakelijk door Noorwegen wordt geleverd, de belangrijkste bron vormen.
Volgens nieuwssite ‘World Energy News’ kwam in januari 60 procent van het Europese LNG uit de Verenigde Staten, goed voor ongeveer een kwart van alle EU-gasimporten en daarmee het hoogste aandeel ooit van de VS voor een maand. Naar verwachting zal dit aandeel kunnen doorgroeien naar 65 procent in 2026. De VS zijn daarmee veruit de grootste LNG-leverancier van Europa. Volgens Visser is Trump weliswaar onberekenbaar, “maar ik heb er wel vertrouwen in dat het blijft stromen”, zo stelt hij. Wel benadrukt hij de kwetsbaarheid van de Europese afhankelijkheid: “Simpele, technische problemen kunnen tot problemen met LNG leveranties leiden. In Texas is al een paar keer het elektriciteitssysteem onderuitgegaan vanwege de techniek.”
De afhankelijkheid van LNG en de kwetsbaarheid die dit met zich meebrengt is vooral voor Nederland een wrange situatie. Tot de gaskraan in het najaar van 2023 dichtging had Nederland met het Groningenveld een unieke positie in Europa. Ons land beschikte over het grootste gasveld van Europa met een gasproductie die in de jaren zeventig en tachtig goed was voor meer dan 10 procent van de totale Europese gasvoorziening en zelfs 20 tot 25 procent van de gasvoorziening in Noord‑West‑Europa. Dat gas was goedkoop, betrouwbaar en politiek stabiel. Het gaf Nederland niet alleen inkomsten, maar ook invloed. Die positie is volledig verdwenen. Visser noemt het dichtdraaien van de gaskraan in Groningen een “politiek besluit”. Volgens hem is er bij het besluit onvoldoende nagedacht over wat het verlies van de unieke positie van Nederland geopolitiek zou betekenen. “Er zijn daar volgens mij geen analyses op gedaan en ook niet wat er in de plaats moest komen voor Groningen. Als je het dicht doet moet je zorgen dat je op een andere manier je gasmarkt op orde hebt. In juni komt er een ‘position paper’ van de overheid over het Nederlandse gasbeleid. Dat had natuurlijk moeten komen op het moment dat dit besluit werd genomen.”
De sluiting van Groningen betekende het einde van Nederlandse energie‑autonomie. Nederland werd van exporteur een importeur, en daarmee afhankelijk van internationale markten en politieke besluiten elders. Sindsdien koopt Nederland, net als andere Europese landen, gas tegen prijzen die het zelf niet meer bepaalt. Na de Russische inval in Oekraïne in februari 2022 werd de afhankelijkheid van gasleveringen uit Rusland ingeruild voor afhankelijkheid van LNG uit onder meer de VS en Qatar. Europa, met Nederland voorop, schakelde hier razendsnel op over. Er kwamen nieuwe terminals, drijvende installaties en er volgden recordimporten aan LNG. De politieke boodschap was helder: we zijn veiliger zonder Rusland. Maar die veiligheid bleek een relatief begrip. Europa — met Nederland als doorvoerland — heeft nu aan de Verenigde Staten een nieuwe dominante leverancier. Niet via pijpleidingen, maar via schepen. Niet via staatscontracten, maar via markten. Volgens Visser kan de LNG-markt nooit dezelfde leveringszekerheid bieden als binnenlandse productie, maar, zo stelt hij, “de LNG-markt is wel een wereldmarkt met grote spelers als de VS, Qatar en Australië en naarmate die markt groter wordt, neemt de leveringszekerheid toe.”
Visser wijst voor de leveringszekerheid op een waarschuwing van de Mijnraad, een onafhankelijk adviesorgaan dat adviseert aan de minister van Klimaat en Groene Groei. In een rapport dat in juni 2025 werd gepubliceerd, waarschuwt de Mijnraad dat de gasaanvoer, zowel via de pijpleidingen als via LNG, met risico’s gepaard gaat. “Het conflict met Rusland en het onvoorspelbare beleid van de VS spelen daarin een belangrijke rol. Europa — en in het bijzonder Nederland — is nu sterk afhankelijk van Amerikaans LNG. Daarmee ontstaat een nieuw risico, namelijk de mogelijkheid dat de VS zijn gasexport als economisch of politiek drukmiddel gebruikt. Ook het gevaar van sabotage van infrastructuur is aanwezig”, zo valt in het rapport te lezen.
Het belang van LNG en daarmee de Europese afhankelijkheid van de LNG-markt zal in de toekomst alleen maar toenemen, aangezien de Europese Unie in januari overeenkwam om de import van pijpleidinggas en LNG uit Rusland, momenteel nog goed voor circa 20 procent van wat het voor de inval in Oekraïne was, uiterlijk eind 2027 volledig af te bouwen. Volgens het laatste ‘Gas market report’ dat op 23 januari door het Internationaal Energieagentschap (IEA) werd gepubliceerd, zal het verbod leiden tot een vermindering van de Russische leveringen met 33 miljard kubieke meter, ofwel ongeveer 12 procent van de totale Europese gasimport van vorig jaar. Volgens de wereldwijde energiewaakhond IEA zal dat dit jaar zorgen voor een nieuwe recordaankoop LNG door Europa van 185 miljard kubieke meter, om de tekorten op te vangen.
Ter vergelijking: Nederland gebruikt de laatste vier jaar gemiddeld 30 miljard kubieke meter per jaar.
Voor Nederlandse huishoudens en industrie vertaalt de afhankelijkheid van de LNG-markt zich in structureel hogere en schommelende, onvoorspelbare prijsbewegingen. “Vraag en aanbod zijn daarin bepalend”, stelt Visser. “In de VS kijken producenten gewoon waar ze het meest kunnen vangen voor de LNG.” Duitsland laat zien dat dit geen typisch Nederlands probleem is. Met de sluiting van kern- en kolencentrales en het wegvallen van Russisch gas is Duitsland extreem afhankelijk geworden van import. Volgens Visser is Duitsland daarmee niet een voorloper maar een waarschuwing voor de Europese energietoekomst. “Ze hebben veel gesloten zonder adequaat te vervangen. Het directe effect daarvan is de hogere prijzen voor energie en het indirecte effect is dat je afhankelijker wordt van aardgas”, aldus Visser. Begin februari 2026 lagen de Duitse gasopslagen rond de 30 tot 32 procent, net boven de wettelijke minimumdrempel. Regionaal, met name in Beieren, zaten sommige opslagen zelfs onder hun doelwaarden. Officieel spreekt de Duitse toezichthouder, ‘de Bundesnetzagentur’, begin februari van een stabiele situatie. Dat klopt technisch gezien, maar ook daar geldt dat de marge dun is. Een koude laatste wintermaand, een LNG‑verstoring of internationale spanningen kunnen de balans snel doen kantelen.
Volgens Visser moet Nederland de Duitse waarschuwing serieus nemen. “Nederland gaat ook zijn kolencentrales sluiten in 2030. Dat is wettelijk vastgelegd. Als er niets gebeurt moeten ze per 1 januari 2030 dicht. Dit gaat ook Nederland nog afhankelijker maken van gas, terwijl de kolencentrales garant staan voor leveringszekerheid, ze zijn een soort verzekering. Tennet concludeerde mei vorig jaar dat de zekerheid van de elektriciteitslevering na 2030 merkbaar lager wordt”.
Hoewel Europa, en Nederland in het bijzonder, dus nog niet zonder gas zit, zit het volgens Visser wel zonder regie. De huidige situatie is beheersbaar zolang het weer meewerkt, LNG blijft stromen en geopolitieke spanningen uitblijven. De echte kwetsbaarheid zit hem niet in de volumes, maar in onderhandelingsmacht en prijszetting. In het feit dat energie opnieuw een geopolitiek instrument is geworden, terwijl Europa dacht het probleem te hebben opgelost. De geschiedenis van Groningen laat zien dat energie‑soevereiniteit ooit bestond. De vraag is niet of we terug kunnen, maar of we beseffen wat we hebben opgegeven. Nederland — en ook Europa — verloor zijn gas niet in een crisis, maar in beleid. De rekening wordt nu pas zichtbaar. En “zolang de elektriciteitssector nog niet op eigen benen kan staan en de gascentrales aldaar de ruggengraad vormen, blijven we afhankelijk van gas”, aldus Visser.
In de afgelopen dertig jaar kende Nederland meerdere winters waarin de vorst tot in maart aanhield. Hoewel zulke late koude periodes sinds 2013 zeldzaam en kort zijn geworden, is aanhoudende kou tot diep in maart niet ondenkbaar. Een nieuwe periode van versnelde onttrekking van gas uit de toch al lage voorraden, zal de gas- en elektriciteitsprijs voor de consument opnieuw fors en snel doen stijgen. Daarnaast kunnen er regionale tekorten ontstaan die leiden tot noodmaatregelen. Nederland volgt daarin dezelfde escalatieprocedure als andere EU-lidstaten en heeft de noodmaatregelen vastgelegd in het ‘Bescherm- en Herstelplan Gas 2023’. Afhankelijk van de daarin gestelde alarmfase – vroege waarschuwing, alarm of noodfase – kan de industrie worden verplicht om het verbruik van gas af te schakelen en kunnen ook sectoren die niet van cruciaal belang zijn voor de instandhouding van vitale maatschappelijke functies, economische activiteiten, volksgezondheid, openbare veiligheid of het milieu, op gasrantsoen worden gezet. “Huishoudens, ziekenhuizen en afnemers die essentiële sociale diensten verlenen, zullen in een noodsituatie gas blijven houden”, zo stelt het plan.