Staan we aan de vooravond van energie-lockdowns?
Bert Weteringe en Karel Beckman
Datum: 29 maart 2026
Illustratie: ©Wilfred Klap
Rantsoeneren van energie past perfect in het klimaatbeleid
Het Internationale Energie-Agentschap (IEA), de belangrijkste internationale energie-organisatie in de westerse wereld, pleitte afgelopen week voor radicale maatregelen om het energieverbruik terug te dringen omdat de oorlog in het Midden-Oosten grote tekorten kan veroorzaken. Het leidde tot veel speculatie op sociale media over energie-lockdowns. Staan we aan de vooravond van een nieuwe periode van vrijheidsbeperkingen, zoals in de coronatijd?
“Het conflict in het Midden-Oosten heeft geleid tot de grootste verstoring van de aanvoer van olie in de geschiedenis van de wereldwijde oliemarkt”, zo meldt het IEA op 20 maart in een alarmerend rapport genaamd Sheltering from oil stocks. Het IEA is een ‘autonome’ internationale organisatie, vergelijkbaar met een instelling als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die in de coronatijd bepalend was voor het gezondheidsbeleid. Het in Parijs gevestigde agentschap heeft 32 lidstaten, waaronder Nederland, plus 13 partnerlanden. Het is in 1974 opgericht als reactie op de oliecrisis van destijds en coördineert het energiebeleid tussen de aangesloten landen, met name rond de strategische olievoorraden die alle lidstaten verplicht aanhouden.
Volgens deze belangrijke energie-autoriteit, is een nieuwe oliecrisis aanstaande — één die volgens directeur Fatih Birol “erger” wordt dan de oliecrises van 1973 en 1979, plus de gascrisis van 2022 bij elkaar opgeteld. IEA liet het niet bij die waarschuwing, maar kwam met een tienpuntenplan met maatregelen die “onmiddellijk” door overheden kunnen worden genomen. Daartoe behoort een aantal maatregelen die alles weg hebben van een energielockdown:
- Zoveel mogelijk thuiswerken.
- Vermijden van vliegreizen waar mogelijk.
- Het op basis van kentekenplaat limiteren van de toegang voor auto’s in aangewezen gebieden.
- Het stimuleren van autodelen.
De laatste keer dat dit soort ingrijpende maatregelen werden genomen, was tijdens de oliecrisis in 1973, toen Europese landen autoloze zondagen instelden om het brandstofverbruik te beperken. Er is niet veel fantasie voor nodig om in de aanbevelingen van de IEA een aanzet te zien van een algehele energielockdown. Sinds de coronacrisis is er geen reden om aan te nemen dat overheden dergelijke vrijheidsbeperkingen zouden schuwen.
Zover is het nog niet. De Nederlandse regering ziet vooralsnog geen reden om maatregelen te treffen, zo verklaarden de ministers Aartsen (Werk), Karremans (Infrastructuur) en Van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei) in een reactie op het IEA-rapport. Er zijn geen tekorten in Nederland, zeiden zij. Wel heeft Nederland 5,4 miljoen vaten olie uit de strategische reserve vrijgegeven, een vijfde van de voorraad. Nederland verbruikt zo’n 800.000 vaten olieproducten per dag. Energie-expert en emeritus lector Martien Visser van de Hanzehogeschool Groningen, vindt het “bijzonder dat Nederland de maatregelen naast zich neerlegt”. Hij vindt het een beetje een “laconieke houding”. “Je wilt voorkomen dat je echt in een noodsituatie belandt.” Tegelijkertijd vraagt hij zich af hoe formeel de door het IEA voorgestelde maatregelen zijn. “Ik weet niet zeker of dit een formele oproep of een losse flodder is.”
In Europa zijn er wel al landen die maatregelen hebben getroffen die in de richting gaan van een energielockdown. In Slowakije zijn beperkingen opgelegd aan het tanken van diesel. Ook is de export van brandstof aan banden gelegd en hebben tankstations toestemming gekregen om hogere prijzen te vragen aan buitenlandse automobilisten. In Slovenië zijn eveneens maxima gesteld aan de hoeveelheid brandstof die mag worden aangeschaft. In Hongarije zijn maximum brandstofprijzen ingesteld voor voertuigen met een Hongaars nummerbord. In Portugal zijn maximumprijzen ingevoerd voor elektriciteit en worden huishoudens en bedrijven verplicht hun energieconsumptie te verminderen. Daarentegen is er ook sprake van maatregelen die de andere kant op gaan. Zo overwegen sommige Europese landen, waaronder Italië, Spanje en Zweden, de belasting op olieproducten te verlagen. De Nederlandse regering is dat vooralsnog niet van plan.
We staan echter nog maar aan het begin van wat een forse crisis kan worden, zeker als de oorlog in de Golfregio aanhoudt. Ruim 20 procent van de wereldbevoorrading aan olie en 20 procent van het vloeibaar aardgas (LNG) moet door de geblokkeerde Straat van Hormuz. Ook de route via de Rode Zee en het Suezkanaal ligt onder vuur. Daarnaast is grote schade aangericht aan de energie-infrastructuur in de Golfstaten, onder meer aan de Ras Tunara raffinaderij in Saoedi-Arabië, de Fujairah exporthub in de Verenigde Arabische Emiraten en het gigantische aardgas- en chemiecomplex Ras Laffan in Qatar. Mede hierdoor lopen de prijzen van sommige geraffineerde producten, met name diesel, vliegtuigbrandstof en vloeibaar petroleumgas (LPG), nog harder op dan de prijs van ruwe olie. De prijs van vliegtuigbrandstof (jet fuel) verdrievoudigde op de eerste handelsdag na de start van de aanvallen. Europa haalde vorig jaar meer dan een derde van zijn jet fuel uit Koeweit.
Daarnaast doemt er een andere donkere wolk op: experts waarschuwen dat de oliecrisis rampzalige gevolgen gaat krijgen voor de voedselvoorziening in de wereld. Voedselprijzen worden sterk beïnvloed door brandstofkosten en meer dan 40 procent van de wereldwijde export van ureum en 30 procent van de ammoniak is afkomstig uit de landen rond de Perzische Golf. Beide grondstoffen zijn essentieel voor de productie van kunstmest. De prijs van ureum, die 90 procent van de productiekosten van voedsel bepaalt, is al met 75 procent gestegen sinds december. Zwavel, waarvan 45 procent van het wereldwijde handelsvolume door de Straat van Hormuz gaat, is ook belangrijk voor de kunstmestproductie.
De prijsstijgingen van de grondstoffen komen op het moment dat het zaaiseizoen voor de deur staat in een groot deel van de wereld. “Het is een race tegen de klok”, schrijft analist Kevin Walmsley. “Als de Straat van Hormuz nog twee weken dicht blijft en Qatar zijn productie niet weet te herstarten na de beschadigingen van Ras Laffan, gaat dat leiden tot fors hogere voedselprijzen in de hele wereld.” Econoom Simon White van Bloomberg wijst erop dat de voedselprijzen ten tijde van de oliecrises in de jaren ’70 sterker stegen dan de olieprijzen.
Ook de impact op de visserijsector is enorm. Nu al varen steeds meer vissers niet meer uit, omdat de hoge brandstofkosten dit economisch onmogelijk maken. De NOS meldt dat de helft van de Nederlands boomkorvissers — die vissen op platvis als tong, schol en tarbot — in de haven blijft, omdat diesel te duur is geworden. Soortgelijke berichten komen uit Ierland en Thailand. In Ierland zou een derde van de 180 zeevissers al hebben besloten niet meer uit te varen.
Dit alles maakt een energiecrisis nog niet onvermijdelijk, laat staan energielockdowns. Landen zouden ook maatregelen kunnen nemen om het aanbod te vergroten, bijvoorbeeld de sancties tegen Rusland opheffen, of het gasveld in Groningen opnieuw opstarten. Ze zouden ook kunnen overschakelen op alternatieven, zoals steenkool.
Maar voor Europese politici telt ongetwijfeld mee dat het rantsoeneren van energie perfect past in het klimaatbeleid dat hen voor ogen staat. Het is het ideale middel om hun ambitie van ‘nul uitstoot’ van broeikasgasssen te verwezenlijken. Premier Rob Jetten heeft bij zijn eerste Europese top al laten weten dat hij “blij” is dat er in EU-verband besloten is niet te tornen aan het klimaatbeleid om de energieprijzen te drukken. De oliecrisis toont volgens hem aan dat “de afbouw van de fossiele afhankelijkheid heel erg belangrijk is voor Europa”. Dat die “afbouw” van onder meer aardgas uit Rusland en steenkool, Europa sterk afhankelijk heeft gemaakt van vloeibaar aardgas uit de VS, én van de weergoden die moeten zorgen voor zonne- en windenergie, zei hij er niet bij. Hij vergat ook dat door die “afbouw” sommige Europese landen de hoogste energieprijzen ter wereld hebben.
Als er na de energiecrisis een voedselcrisis ontstaat, biedt dit mogelijkheden voor de autoriteiten om een andere ambitie waar te maken: de voedselvoorziening grondig reorganiseren en centraliseren. In mei 2024 organiseerde de WHO samen met de Wereldbank, de EU en andere instanties een bijeenkomst, waarin werd besloten dat voedsel in de toekomst meer fabrieksmatig moet worden geproduceerd in plaats van op het land. Dat zou ‘veiliger’ zijn, omdat er minder gevaar zou zijn voor virussen, bacteriën en andere parasieten, en beter voor het klimaat, omdat er minder uitstoot is van broeikasgassen. Al in 2022 nam de WHO een strategie aan met als doel mondiale controle te verkrijgen via vijf prioriteiten. De eerste was “het versterken van nationale voedselcontrolesystemen”. De Wereldbank publiceerde in 2024 een rapport waarin wordt voorgesteld de wereldwijde landbouwproductie drastisch te verminderen teneinde de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. “Het eten op uw tafel mag dan goed smaken, maar het is ook een groot deel van de uitstoot die door klimaatverandering wordt veroorzaakt”, zei Axel van Trotsenburg van de Wereldbank.
Meer in De Andere Krant: Lees in de krant meer opmerkelijke nieuwsberichten, achtergronden, columns en bijzondere initiatieven en tips in onze SamenLeven rubrieken.
Lees meer en weet meer met een abonnement op De Andere Krant. Nog geen abonnee? Overweeg dan een van onze abonnementen of probeer 6 weken voor € 20 met het proefabonnement en steun de onafhankelijke journalistiek!
