“We zijn getuigen van het falen van dit rechtssysteem”
Ido Dijkstra | Datum: 31 maart 2026
Bram en Marieke | ©mkfotografie
Bram en Marieke vragen hulp voor civiele procedure tegen het OM en inlichtingendiensten
Bram en Marieke werden op 11 juni 2025 door een arrestatie-eenheid als terrorismeverdachten opgepakt en belandden respectievelijk zes en zestien dagen in de cel. Het OM wist na maanden onderzoek geen greintje bewijs te leveren voor de zware beschuldigingen. Op 9 februari 2026 plofte er een brief ‘kennisgeving sepot’ van de officier van justitie op hun deurmat. ‘De zaak is afgedaan, tenzij er nieuw bewijs wordt gevonden’, zo luidde de boodschap. Voor Bram en Marieke is de zaak allerminst afgedaan.
Zij willen dat de rechter in een civiele procedure gaat toetsen of het OM en de opsporingsdiensten rechtmatig hebben gehandeld. Zo’n zaak kost klauwen vol geld en dus vragen zij om hulp.
De inhoudelijke behandeling van de Barracuda Strafzaak moet nog beginnen, maar als het aan het OM ligt kan het hoofdstuk Bram en Marieke al definitief gesloten worden. Op 9 februari van dit jaar meldde de officier van justitie per brief dat er onvoldoende bewijs is gevonden voor de beschuldiging van deelname aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk aan het adres van de geliefden. In het ‘kennisgeving sepot’ staat dat er geen strafbaar feit is gevonden en er dus geen vervolging plaatsvindt. Tenzij, zo staat er onderkoeld bij, er alsnog feiten gevonden worden. In de brief aan Marieke wordt nog vermeld dat zij zich schuldig heeft gemaakt “aan het voorhanden hebben van pepperspray”, iets waar normaal gesproken een geldboete op staat. “Nu u reeds door de feiten en gevolgen van uw aanhouding en wat daar op is gevolgd bent getroffen wordt dit feit geseponeerd”, schrijft de officier van justitie.
De brief schoot bij Marieke in het verkeerde keelgat. “Het voelt voor mij alsof het OM het bezit van pepperspray wil wegstrepen tegen zestien dagen detentie, waarvan tien op de terroristenafdeling.” Volgens haar is het exemplarisch voor de arrogante, macht misbruikende werkwijze van de aanklager. “De politie heeft meerdere datadragers ingenomen en onherstelbaar beschadigd. We hebben deze spullen moeten ophalen uit Groningen. De politie heeft erkend dat ze de schade heeft veroorzaakt, maar na een klachtenprocedure is de uitspraak: de toedracht is niet belangrijk, de schade wordt vergoed, alleen slechts een derde van de geleden schade.”
Volgens Bram en Marieke blijkt uit de processtukken dat het OM geen legitimatie had om het duo zo hard aan te pakken en in detentie te houden, want aan elke vorm van concreet bewijs heeft het vanaf het begin ontbroken. Alles gebeurde simpelweg omdat het OM de macht had het zo te doen. In beslag genomen verdachte materialen — zoals kokosmelk dat werd aangezien als potentieel giftige ricine — werden door het OM gepresenteerd als ‘smoking gun’, maar Bram en Marieke kwamen erachter dat deze bewijsmiddelen pas na hun detentie zijn onderzocht. “Terwijl ze wel hebben gedaan alsof verlenging van gevangenneming gelegitimeerd was omdat meer onderzoek noodzakelijk was.”
De Dienst Justitiële Inrichtingen heeft beweerd dat het detentiedossier vernietigd is. “Dit is juridisch gezien onmogelijk. Het lijkt op een poging ons te ontmoedigen om door te gaan met het zoeken naar waarheid”, stelt Marieke. Ook pogingen om meer informatie boven tafel te krijgen, via AVG en Woo-verzoeken, worden stelselmatig tegengewerkt. “De afhandeling van onze zaak is een voortdurende strijd geworden. Maar wij willen weten welke concrete basis ligt onder de ingrijpende besluiten die over ons zijn genomen. De inzet van het arrestatieteam, de detentie onder volledige beperkingen en plaatsing in een streng gevangenisregime horen in een normale rechtsstaat getoetst te kunnen worden door een rechter. Omdat onze zaak is geseponeerd, is die inhoudelijke toetsing er niet gekomen. Daarom willen wij nu via een civiele procedure de rechter de maatregelen van het OM en de opsporingsdiensten laten beoordelen”, stelt zij.
Het is niet eenvoudig voor Bram en Marieke om zo’n procedure te starten. Omdat zij door het sepot niet meer als verdachten gelden, is hun rechtsbijstand komen te vervallen. Een civiele zaak tegen overheidsorganen — die met belastinggeld in staat zijn dure landsadvocaten van advocatenkantoor Pels Rijcken voor de verdediging in te huren — voeren, is een kostbare zaak. In een eerste beraming komen Bram en Marieke tot 50 duizend euro aan gespecialiseerde juridische bijstand voor een analyse van het strafdossier, de voorbereiding van de civiele procedure, proceskosten, griffiekosten en eventuele vervolgprocedures. Het duo is niet in staat dit uit de achterzak te betalen en vragen daarom via een crowdfunding om hulp. “Het gaat ons niet alleen om onszelf, maar om de principiële vraag: kunnen we het laten gebeuren dat de overheid met het zwaarste middel ingrijpt, maar zelf inhoudelijk buiten beoordeling blijft? Wij willen dat ingrijpende overheidsmaatregelen altijd controleerbaar en toetsbaar zijn. Dit gaat dus iedereen aan, want het kan ook jou gebeuren”, aldus Bram, die zichzelf en zijn vriendin in het Barracuda-proces niet als slachtoffer zien, maar “als getuigen van het falen van het rechtssysteem”.
Meer in De Andere Krant: Lees in de krant meer opmerkelijke nieuwsberichten, achtergronden, columns en bijzondere initiatieven en tips in onze SamenLeven rubrieken.
Lees meer en weet meer met een abonnement op De Andere Krant. Nog geen abonnee? Overweeg dan een van onze abonnementen of probeer 6 weken voor € 20 met het proefabonnement en steun de onafhankelijke journalistiek!
