Wensnatuur leidt tot dierenleed
Hendriëlle de Groot | Datum: 25 januari 2026
DRUTEN – 05-01-2026 – Konikpaarden trotseren de sneeuwbui wat een klassiek Hollands sneeuwplaatje oplevert. HANS BARTEN / ANP
Dieren in de Oostvaardersplassen verkommeren in de winterkou
Konikpaarden en Heckrunderen die met moeite hun eten bij elkaar schrapen onder de sneeuw en vermageren: de winterse weersomstandigheden van begin januari zorgen voor schrijnende taferelen in De Oostvaardersplassen. Omdat de dieren als ‘wild’ worden beschouwd, mogen ze niet zomaar worden bijgevoerd en verzorgd. Dat is dan ook niet gebeurd. Het dierenleed was voor Eerste Kamerlid Eric Kemperman (FVD) aanleiding om Kamervragen te stellen over de situatie van de zogenoemde grote grazers in het veelbesproken natuurgebied. Ook volgens Annemieke van Straaten, die al jarenlang aandacht vraagt voor misstanden in de Oostvaardersplassen, is de situatie onhoudbaar: “Als je dieren achter een hek zet, ben je er ook verantwoordelijk voor”.
In het enorme natuurgebied de Oostvaardersplassen in Flevoland voltrekt zich grotendeels buiten het zicht van de mens om een stil drama: magere Koninkpaarden en Heckrunderen zijn er op zoek naar voedsel dat schaars is in de wintermaanden, zeker als er sneeuw en ijs ligt. Bovendien hebben dieren concurrentie van grote aantallen ganzen, die het gras letterlijk voor hun hoeven wegeten.
Het is niet voor het eerst dat mensonterende taferelen van door honger verzwakte dieren vragen oproepen over het beheer van De Oostvaardersplassen. Dit gebied tussen Almere en Lelystad geldt sinds de jaren ’80 als een experiment in zogenoemde ‘vrije natuur’. In het volledig omheinde gebied werden grote grazers zoals Konikpaarden, Heckrunderen en edelherten uitgezet. Het uitgangspunt was dat de natuur zichzelf zou reguleren en menselijk ingrijpen tot een minimum beperkt zou blijven.
Voor Eric Kemperman zijn de recente winterse omstandigheden aanleiding om opnieuw aandacht te vragen voor de dieren in het omstreden natuurgebied. Voor de politicus staan de Oostvaardersplassen symbool voor wat hij noemt “de natte droom van wensnatuurdenkers”. “Rewilding is in Nederland geen neutraal natuurbeleid meer”, zegt hij. “Het is een ideologie, bijna een religie. Er wordt gedaan alsof we hier de oernatuur van West-Europa kunnen terugbrengen, terwijl dit landschap volledig door mensen is ingericht.”
Volgens aanhangers van rewilding zouden dieren als de wolf, de lynx of zelfs de eland weer een plek moeten krijgen in Nederland. “Maar we leven in een dichtbevolkt cultuurlandschap en niet meer in de dertiende eeuw”, zegt Kemperman. “Doen alsof dit ongerepte natuur is, is jezelf voor de gek houden.”
Daar komt bij dat rond rewilding een verdienmodel is ontstaan. “Adviesbureaus, stichtingen en onderzoeksprogramma’s: er zijn veel partijen die hier belang bij hebben.” Dat maakt het lastig om het beleid te veranderen, ook als dat ten koste gaat van dierenwelzijn.
De Oostvaardersplassen zijn volgens Kemperman het meest zichtbare en schrijnende voorbeeld van dit wensnatuurdenken. “Het ziet eruit als wilde natuur, maar het is een decor. Dieren zijn hier actief neergezet, opgesloten achter een hek, en vervolgens wordt gezegd: de natuur regelt het wel.”
Dat leidt volgens hem tot een onhoudbare situatie. “Of dieren verhongeren en verzwakken, of ze worden uiteindelijk in grote aantallen afgeschoten om de populatie te reguleren. Dat wordt gepresenteerd als natuurbeheer, maar het is symptoombestrijding.”
Kemperman besloot Kamervragen aan staatssecretaris Jean Rummenie (BBB) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) te stellen. Hij wil weten of de dieren juridisch als wilde dieren zijn aangemerkt of dat zij onder de volledige zorgplicht vallen. Ook vraagt Kemperman of de kwalificatie van ‘wilde dieren’ ertoe leidt dat de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) bij dierenleed nauwelijks kan handhaven. En wie is in dat geval eindverantwoordelijk: Staatsbosbeheer, de provincie Flevoland of het Rijk?
Het dossier Oostvaardersplassen is daarmee opnieuw actueel, maar het conflict zelf speelt al decennia. De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA), een onafhankelijk adviesorgaan van de overheid, waarschuwde eind jaren ’90 al dat het experiment mislukt was en pleitte voor beëindiging. Ingrepen, waaronder grootschalig afschot, boden volgens critici geen structurele oplossing.
Annemieke van Straaten uit Volendam, een voormalige springruiter, houdt zich sinds 2018 met haar Stichting Annemieke bezig met misstanden in natuurgebieden als de Oostvaardersplassen. Ze vertelt dat het probleem teruggaat tot de oorsprong van het project. In de jaren ’80 werden Heckrunderen, Konikpaarden en edelherten uitgezet in het waterrijke natuurgebied van circa 5600 hectare (8000 voetbalvelden). Van Straaten vertelt dat daarbij de ideeën van ecoloog Frans Vera, grondlegger van de Oostvaardersplassen, die destijds werkzaam was voor het ministerie van Landbouw, een belangrijke rol speelde. “Hij was gefascineerd door het idee dat de natuur zich via natuurlijke processen vanzelf zou herstellen”, zegt zij. In die visie werden grote grazers achter een hek geplaatst, waarna zij volgens Van Straaten grotendeels aan hun lot werden overgelaten. “Wat mij stoort, is dat daarbij nooit serieus is nagedacht over verantwoordelijkheid en zorg voor de dieren op de lange termijn.”
Van Straaten heeft meerdere keren uitgehongerde paarden aangetroffen, en soms ook dode dieren. “Zeker met de vorst en sneeuw van afgelopen tijd hadden de dieren moeite om voldoende voedsel onder de sneeuw vandaan te halen.” Omdat het gebied is omheind, kunnen dieren niet wegtrekken om elders voedsel te zoeken.
Wat haar vooral irriteert, is niet alleen het dierenleed zelf, maar ook de juridische constructie die dat mogelijk maakt. Omdat het gebied formeel groter is dan 5000 hectare, worden de grazers aangemerkt als in het wild levende dieren. “Maar het grootste deel, 3600 hectare, is water”, zegt Van Straaten. “Toch telt het mee, waardoor deze dieren een wildstatus hebben gekregen en buiten de volledige zorgplicht vallen.”
Die status heeft directe gevolgen. “Als ik daar een dier zie met een gebroken been, een hoefzweer of extreme vermagering en ik bel Staatsbosbeheer, dan wordt het afgeschoten. Verzorging is geen optie.” Al jarenlang sterven volgens haar dieren door honger en verwaarlozing. “Zet je dieren achter een hek, dan moet je er ook voor zorgen.”
Het beheer is sinds 2018 weliswaar aangepast door de provincie Flevoland, maar volgens Van Straaten schiet het nog altijd tekort. In het beleidsplan, in 2018 opgesteld onder leiding van oud-politicus Pieter van Geel, wordt gestreefd naar een populatie van ongeveer 1100 grote grazers. Als het er meer zijn, worden er dieren afgeschoten. De grote ergernis van Van Straatten is dat duizenden ganzen, die concurreren om hetzelfde voedsel, in dat beleid niet zijn meegerekend. “Die ganzen vreten al het voer op voor de Heckrunderen, waardoor ze vermageren”, zegt Van Straaten. “Er is al zo weinig te eten. Staatsbosbeheer zegt dat de paarden maar moeten interen op hun vetreserves en dat ze in de ‘winterstand’ staan. Daar ben ik het niet mee eens: je hoort dieren te eten te geven.”
Kemperman deelt de ergernis van Van Straaten over de wettelijke aspecten van het dierenleed. Met zijn Kamervragen wil hij de juridische status van de grote grazers in de Oostvaarderplassen ter discussie stellen. Zijn dit werkelijk wilde dieren, of zijn het gehouden dieren? Volgens Kemperman is dat onderscheid cruciaal. “Deze dieren zijn hierheen gebracht en leven achter een hek. Juridisch verschilt dat niet wezenlijk van een dierentuin.”
Zolang de huidige status van wilde dieren blijft bestaan, is er volgens Kemperman niemand die daadwerkelijk verantwoordelijkheid neemt. “Staatsbosbeheer beheert het gebied, de provincie gaat over faunabeheer en beleid en het Rijk is verantwoordelijk voor Staatsbosbeheer. Maar zolang niemand expliciet erkent dat hier sprake is van gehouden dieren, kan iedereen naar elkaar blijven wijzen.”
Een herdefinitie van de juridische status zou volgens hem directe gevolgen hebben. “Dan geldt er een volledige zorgplicht. Dan kun je niet langer volstaan met het woord ‘natuurlijk proces’, maar moet je daadwerkelijk ingrijpen als dieren lijden.”
Met een nieuw kabinet ziet Kemperman opnieuw een kans op verandering. “Partijen die jarenlang harde woorden hadden over de Oostvaardersplassen kunnen nu laten zien of ze echt iets willen veranderen.” Of de Kamervragen aan staatssecretaris Rummenie daadwerkelijk leiden tot beleidswijzigingen, acht hij onzeker. “Maar het is wel nodig mensen met de neus op de feiten te drukken”, zegt hij. “Dit ziet eruit als natuur, maar het ís het niet. En zolang we dat blijven ontkennen, betalen de dieren de prijs.”
Staatsbosbeheer wilde niet inhoudelijk ingaan op vragen van De Andere Krant, maar verwees naar een informatiepagina op de eigen website.