Beloofde transparantie zorgsector nog steeds een lege huls
Toine de Graaf | Datum: 14 april 2026
Illustratie: ©Wilfred Klap
Sommige artsen halen hierover de schouders op, omdat ze het beschouwen als vrijblijvende franje
Twintig jaar geleden werd in de zorgsector ‘gereguleerde marktwerking’ ingevoerd, met de politieke belofte van meer transparantie: voor burgers zou inzichtelijk worden welke ziekenhuizen of behandelaars de beste zorg leveren, wat zou helpen bij het maken van keuzes. Daar is bitter weinig van terechtgekomen, zo blijkt uit een vorige week verschenen onderzoeksrapport van het Zorginstituut en de Patiëntenfederatie.
Op 1 januari 2006 was het nieuwe zorgstelsel, waarvan toenmalig VWS-minister Hans Hoogervorst de architect was, een feit. Met veel tromgeroffel trad de Zorgverzekeringswet in werking, die de basis legde voor ‘gereguleerde marktwerking’. Zorgverzekeraars zouden met elkaar gaan concurreren, evenals zorgaanbieders zoals ziekenhuizen. Doel was de zorg betaalbaar te houden en de kwaliteit te verbeteren. De geleverde kwaliteit zou bovendien inzichtelijk worden gemaakt voor burgers, wat hen zou helpen bij het kiezen tussen ziekenhuizen en behandelaars. Bijvoorbeeld bij een geplande operatie.
Twintig jaar later blijkt daar weinig van terecht te zijn gekomen. De zorgpremies en het verplichte eigen risico zijn in de tussentijd geëxplodeerd. De beloofde transparantie blijkt een wassen neus: bij het maken van behandelkeuzes tasten burgers nog altijd voornamelijk in het duister. Dit laatste komt pijnlijk aan het licht in het onderzoeksrapport Inzicht in openbare kwaliteitsinformatie in de medisch-specialistische zorg, dat Zorginstituut Nederland en Patiëntenfederatie Nederland begin deze maand naar buiten brachten.
Het is anno 2026 beroerd gesteld met de voorgespiegelde transparantie. Sommige artsen halen hierover de schouders op, omdat ze het beschouwen als vrijblijvende franje. Maar dat is het niet: patiënten hebben wettelijk recht op keuze-informatie om weloverwogen te kunnen beslissen aan welke zorgaanbieder zij de voorkeur geven. Daarnaast is transparantie over kwaliteit van zorg essentieel om deze te kunnen verbeteren en bijvoorbeeld ‘praktijkvariatie’ te verminderen. Met dit laatste wordt bedoeld dat patiënten met dezelfde aandoening niet overal dezelfde behandeling krijgen. Zo heb je in de ene regio meer kans bij een hernia op de operatietafel te belanden dan in een andere. Een bedenkelijke variant op de postcodeloterij.
De samenstellers van het rapport concluderen dat landelijke ambities, zoals uitgewerkt in de voorbije decennia, niet gehaald zijn. Al in 2007 werd in het programma Zichtbare Zorg als doel gesteld voor ongeveer tachtig aandoeningen verzamelingen van meetbare gegevens (‘indicatorensets’) te ontwikkelen en deze informatie inzichtelijk te maken voor patiënten en zorgverzekeraars, bijvoorbeeld via de websites van ziekenhuizen. Ook in 2018 en 2022 werden in respectievelijk het Hoofdlijnenakkoord en het Integraal Zorgakkoord ambities geformuleerd voor een transparante zorg en dit gebeurde opnieuw in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord van 2025. De landelijke doelstellingen werden steeds vooruitgeschoven, waarschijnlijk om verschillende redenen. Zo eisen de gestelde ambities een behoorlijke administratieve inzet van zorgaanbieders en zorgverleners, die vaak al overbelast zijn.
Tot nu toe is nooit overzichtelijk in kaart gebracht wat concreet van de grond is gekomen. Dit hebben het Zorginstituut en de Patiëntenfederatie nu wel gedaan: zij hebben een ‘nulmeting’ uitgevoerd, met de bedoeling deze jaarlijks te herhalen. De uitkomsten van de nulmeting zijn ontluisterend. “We concluderen dat de landelijke ambities uit de akkoorden niet gehaald zijn en dat de voortgang van transparantie de laatste jaren gestagneerd is”, luidt de conclusie. Zo neemt het aantal aandoeningen waarvoor één of meer klinische uitkomsten transparant zijn, niet toe: dit ligt al jaren rond de 25 aandoeningen. Een voorbeeld van een klinische uitkomst is het percentage complicaties in een ziekenhuis na galblaasverwijdering. Met de 25 aandoeningen is de doelstelling uit 2007 voor slechts 30 procent gerealiseerd.
Daarbij komt dat voor de meeste aandoeningen maar één of twee klinische uitkomstindicatoren beschikbaar zijn, wat leidt tot beperkte informatie voor burgers. Al worden soms wel acht klinische uitkomsten gerapporteerd, zoals voor heupfracturen. Ook is nog weinig informatie beschikbaar afkomstig uit vragenlijsten voor patiënten, bijvoorbeeld over hun ervaren pijn na een ingreep. Inzicht hierin is cruciaal, omdat patiënten daarmee te weten komen hoe lotgenoten de zorg in een bepaald ziekenhuis ervaren.
Het beeld is ondubbelzinnig: afspraken tussen zorgaanbieders en de overheid zijn grotendeels niet nagekomen. De patiënt is een worst voorgehouden, die uiteindelijk niet meer bleek dan een nagenoeg lege huls. Het kan niet anders of de vorig jaar overleden jurist gezondheidsrecht en klokkenluider Sophie Hankes, auteur van het Zwartboek noodsituatie medische fouten en slachtoffers, draait zich van ergernis om in haar graf. Hankes, zelf slachtoffer van een medische fout, maakte zich tijdens haar leven sterk voor transparantie in de zorg. “De ongemakkelijke waarheid is dat een aantal leden van de medische stand disfunctioneert en geen goede kwaliteit van zorg levert”, zei ze in 2024 in een interview met De Andere Krant. “Je kunt tegenwoordig wel de kwaliteit van een wasmachine opzoeken op internet, maar niet de kwaliteit van een individuele zorgverlener.”
Dit laatste lijkt sowieso een utopie in Nederland. Maar als de gesloten akkoorden waren opgevolgd, hadden burgers in elk geval ziekenhuizen goed met elkaar kunnen vergelijken. De vraag is wanneer de politieke belofte van meer transparantie eindelijk zal zijn ingelost.
dakl.nl/rapport-kwaliteitsinformatie
dakl.nl/medische-desinformatie
GERELATEERD ARTIKEL
Misschien wel het meest navrante voorbeeld van hoe patiënten de dupe kunnen worden van gebrek aan transparantie, kwam in 2023 aan het licht door een proefschrift van onderzoeker Maike Schepens van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Stel je voor: in het ene Nederlandse ziekenhuis wordt ruim 84 procent van de kankerpatiënten permanent incontinent na een operatieve prostaatverwijdering (radicale prostatectomie), terwijl dat in een ander ziekenhuis amper 20 procent is. Elke patiënt zou dan willen weten om welke instellingen het gaat. Maar niemand die het wist.
Schepens onthulde deze grote verschillen in uitkomst door creatief speurwerk. Voor haar onderzoek volgde ze tussen 2016 en 2020 patiënten in negentien verschillende ziekenhuizen. Ze ontdekte de verschillen rond incontinentie door een analyse van geanonimiseerde declaratiedata van een zorgverzekeraar. Het bleek dat prostaatpatiënten uit het ene ziekenhuis veel meer kosten voor incontinentiemateriaal declareerden dan die uit het andere ziekenhuis. “Met prostaatkanker moet je het geluk hebben dat je in de buurt van het juiste ziekenhuis woont”, reageerde de Patiëntenfederatie in 2023. “En welk ziekenhuis dat is, weet eigenlijk niemand. De resultaten van operaties zijn niet openbaar.”
Toch staan patiënten niet helemaal met lege handen bij gebrekkige transparantie. Uit het onderzoek van Schepens bleek dat de best presterende ziekenhuizen jaarlijks meer dan 120 prostaatverwijderingen uitvoerden, gedurende de hele onderzoeksperiode. De ziekenhuizen met de slechtste incontinentiecijfers haalden dat aantal die hele periode niet. Het is een bekend gegeven in de chirurgie: artsen die een bepaalde operatie vaker uitvoeren, behalen betere resultaten. Dit principe geldt bijvoorbeeld ook voor de vaakst uitgevoerde operatie in Nederland: de cataract- ofwel staaroperatie. Oogartsen die het vaker doen, scoren beter.
Gegevens over de resultaten van prostaatoperaties per ziekenhuis zijn tegenwoordig te vinden op de website Ziekenhuischeck.nl, die over meer behandelingen vergelijkende informatie biedt. Maar zoals uit het rapport van het Zorginstituut en de Patiëntenfederatie blijkt, is de informatie vaak beperkt. Bij prostaatoperaties worden onder meer gegevens verschaft over het aantal uitgevoerde ingrepen per jaar, het percentage ernstige complicaties en het behaalde effect. Maar ziekenhuizen houden nog steeds niet bij hoeveel patiënten na de operatie “moeite hebben de plas op te houden”, zo meldt Ziekenhuischeck.nl. En evenmin “hoeveel patiënten erectieproblemen krijgen”, want ook een erectiestoornis kan een van de ongewenste uitkomsten van een prostaatoperatie zijn.
Meer in De Andere Krant: Lees in de krant meer opmerkelijke nieuwsberichten, achtergronden, columns en bijzondere initiatieven en tips in onze SamenLeven rubrieken.
Lees meer en weet meer met een abonnement op De Andere Krant. Nog geen abonnee? Overweeg dan een van onze abonnementen of probeer 6 weken voor € 20 met het proefabonnement en steun de onafhankelijke journalistiek!
