Kernafval kan de wereld nog eeuwenlang van energie voorzien
Theo Richel | Datum: 4 oktober 2026
deskundigen zien de angst voor straling als veel groter probleem dan de straling zelf
Afgelopen zomer maakte het Internationale Atoomagentschap bekend dat de wereldwijde hoeveelheid kernafval is uitgegroeid tot 448.000 ton. “Niet ondergronds opslaan!” betoogt onder anderen de Amerikaanse professor Jack Devanney. Het kernafval bezit nog 96 procent van zijn oorspronkelijke energie die er gemakkelijk kan worden uitgehaald. Dat zou voor honderden jaren stroomproductie opleveren. Devanney stelt dat deze oplossing wordt gedwarsboomd door overdreven angst voor radioactiviteit.
Kernenergie bestaat sinds 1954 en inmiddels zijn er wereldwijd 439 centrales. Op de tekentafel liggen plannen voor nog eens 100. In Nederland schiet het niet op, maar wereldwijd is sprake van een levendige industrie, vooral China en Rusland zijn hard bezig.
Kernenergie is vooral bijzonder omdat er een enorme hoeveelheid energie gemaakt kan worden uit een piepkleine hoeveelheid ‘brandstof’. Dat is mooi, maar daarbij komt ook afval vrij. De totale hoeveelheid daarvan is volgens een recente publicatie de IAEA, het Internationaal Atoomenergieagentschap, inmiddels opgelopen tot 448.000 ton.
De discussie over kernafval is vooral een eindeloze herhaling van dezelfde argumenten: het straalt duizenden jaren of nog veel langer en de meeste mensen denken dat het ook al die tijd gevaarlijk blijft en daarom ver van de mensheid moet worden opgeborgen. Diep ondergronds bijvoorbeeld, alhoewel menigeen er zelfs dan niet gerust op is dat het over een miljoen jaar niet alsnog het milieu bedreigt.
