Raad van State dwingt Dronten tot geluidsmetingen bij omwonenden windturbines
Bert Weteringe | Datum: 8 september 2026
“Honderden mensen hebben gezondheidsklachten opgelopen door slaapverstoring”
Ondanks klachten van omwonenden beweert de gemeente Dronten dat de 61 windturbines van Windpark Blauw geen geluidoverlast kunnen veroorzaken: op papier voldoen ze aan de normen. De Raad van State veegt die redenering van tafel en sommeert de gemeente geluidsmetingen te gaan uitvoeren. In het uiterste geval moeten de turbines worden stilgezet.
Inwoners van Swifterbant ervaren al jaren ernstige hinder van het geluid van de windturbines van Windplan Blauw, een gezamenlijk project van energiebedrijf Vattenfall en de lokale coöperatie SwifterwinT. Het windturbineveld werd in 2024 geopend en telt 61 turbines, verdeeld over Dronten, Lelystad en het IJsselmeer. De installaties zijn maximaal 213 of 248 meter hoog, afhankelijk van hun locatie. Volgens de gemeente Dronten was er op papier niets aan de hand omdat de turbines aan de regels voldeden en ‘op papier’ geen overlast veroorzaken. De Raad van State oordeelde vorige week anders en stelt dat geluidsmetingen uitkomst moeten bieden.
Volgens oud-huisarts Paul Kemps, die betrokken is bij Stichting Windbrekers Swifterbant — een in 2020 opgerichte stichting die de hinder van windturbines rond Swifterbant wil tegengaan — klagen omwonenden al langere tijd over ernstige geluidshinder. Hij stelt dat honderden mensen gezondheidsklachten hebben opgelopen door slaapverstoring. De dichtstbijzijnde turbine staat volgens SwifterwinT op 1.100 meter van Swifterbant. Voor Kemps ligt daar het probleem: “We zijn absoluut niet tegen windturbines, maar je moet ze niet boven op mensen zetten, zodat ze er letterlijk wakker van liggen. In Flevoland is ruimte en leegte. Het was zo simpel geweest om ze drie kilometer verderop te zetten.”
De turbines zouden volgens de gemeente voldoen aan de geldende geluidsnormen. Dat oordeel baseerde de gemeente op documentatie van de fabrikant en berekeningen van de verwachte ‘geluidsuitstoot’. De gemeente rekende daarmee door hoeveel geluid bij woningen zou aankomen en concludeerde dat de normen niet werden overschreden.
Omwonenden en de stichting vonden dat onvoldoende. Zij dienden eind 2023 een officieel verzoek in bij het college van burgemeester en wethouders van Dronten. Zij eisten dat de gemeente met geluidsmetingen zou controleren of de turbines in de praktijk niet meer geluid produceerden dan toegestaan. Het college van B&W wees het verzoek in juni 2024 af.
Advocaat Peter de Lange, specialist in windturbinedossiers en betrokken bij de procedure namens omwonenden, beschrijft de zaak als een principiële discussie. De vraag is volgens hem of overheden en exploitanten zich bij concrete klachten over geluidshinder mogen beperken tot fabrikantgegevens en berekeningen. Volgens De Lange is dat niet voldoende wanneer omwonenden structureel en aannemelijk ernstige hinder ervaren. “Ik heb gesteld dat je daar maar op één manier achter kunt komen, namelijk door te meten.”
De rechtbank Midden-Nederland volgde die redenering en droeg de gemeente op 1 mei op representatief onderzoek te laten uitvoeren. Dronten probeerde die opdracht vervolgens via een voorlopige voorziening bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, stil te leggen, maar kreeg daarin geen gelijk. Op 23 september stelde de Raad dat Dronten het onderzoek binnen 15 maanden moet uitvoeren. Daarbij moet niet alleen worden onderzocht hoeveel geluid de turbines bij de bron produceren, maar ook hoeveel daarvan op de gevels van woningen terechtkomt.
Volgens De Lange is de uitspraak juridisch relevant, omdat metingen nodig kunnen zijn wanneer er concrete aanwijzingen bestaan voor overlast. De omwonenden en de stichting gingen zelf ook in hoger beroep, maar met een andere inzet. Zij willen dat het meetplan voldoende zorgvuldig en breed wordt opgezet. “Wij willen dat er een degelijk meetplan op tafel komt. Daarbij hebben we geprobeerd aandacht te vragen voor andere geluidssoorten, zoals infrageluid en laagfrequent geluid, in plaats van alleen te kijken naar de gebruikelijke norm”, zo stelt De Lange. Of de Raad van State daarin meegaat, is nog niet bekend.
De rechtbank Midden-Nederland volgde die redenering en droeg de gemeente op 1 mei op representatief onderzoek te laten uitvoeren. Dronten probeerde die opdracht vervolgens via een voorlopige voorziening bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, stil te leggen, maar kreeg daarin geen gelijk. Op 23 september stelde de Raad dat Dronten het onderzoek binnen 15 maanden moet uitvoeren. Daarbij moet niet alleen worden onderzocht hoeveel geluid de turbines bij de bron produceren, maar ook hoeveel daarvan op de gevels van woningen terechtkomt.
Volgens De Lange is de uitspraak juridisch relevant, omdat metingen nodig kunnen zijn wanneer er concrete aanwijzingen bestaan voor overlast. De omwonenden en de stichting gingen zelf ook in hoger beroep, maar met een andere inzet. Zij willen dat het meetplan voldoende zorgvuldig en breed wordt opgezet. “Wij willen dat er een degelijk meetplan op tafel komt. Daarbij hebben we geprobeerd aandacht te vragen voor andere geluidssoorten, zoals infrageluid en laagfrequent geluid, in plaats van alleen te kijken naar de gebruikelijke norm”, zo stelt De Lange. Of de Raad van State daarin meegaat, is nog niet bekend.
Gemeente Dronten blijft tegenstribbelen
Het college van Dronten zegt op vragen van De Andere Krant de uitspraak van de Raad van State te betreuren en geeft daar een geheel eigen draai aan: “Het college meent in de uitspraak wel te lezen dat de voorzieningenrechter uitgaat van geluidsmetingen aan de bron, dus bij de windmolens.” Dit staat haaks op de uitspraak, dat het onderzoek moet leiden tot “meer inzicht in de geluidsbelasting”. Dat vereist metingen bij of nabij woningen.
