“Transvet is de boosdoener, niet verzadigd vet”
Toine de Graaf | Datum: 20 oktober 2026
Huisarts Rob Elens schreef compact cholesterol-boek
Jarenlang werkte huisarts Rob Elens aan een boek, dat onlangs verscheen: Een andere kijk op cholesterol. Na eindeloos schrijven en vooral schrappen, hield hij 52 pagina’s over. Daardoor is het met voorsprong het meest compacte, kritische boek over de cholesterolhypothese geworden. “Transvet is de boosdoener, niet verzadigd vet”, zegt de Limburgse medicus die in coronatijd mensenlevens redde met een behandelprotocol rond hydroxychloroquine (HCQ). Hij pleit nu voor een transvetverbod voor de voedingsindustrie.
Vanaf begin deze eeuw las Elens verschillende boeken over cholesterol en de relatie met hart- en vaatziekten. Het inspireerde de huisarts uit Meijel om compact op te schrijven “hoe het werkelijk zit”. De cholesterolhypothese zoals die al jaren rondgaat, vindt hij namelijk te kort door de bocht. “Volgens die hypothese verhoogt verzadigd vet je cholesterol, en een hoge cholesterolwaarde in je bloed zou automatisch de kans op een hartinfarct vergroten”, zegt Elens. “Het ligt genuanceerder.”
Begin jaren ’50 verwierf vooral één onderzoeker veel invloed: de Amerikaanse fysioloog Ancel Keys. Hij concentreerde zich op verzadigd vet. Bekend werd vooral zijn ‘zevenlandenstudie’, die midden jaren ’50 van start ging en eind jaren ’70 werd gepubliceerd. Keys volgde groepen mannen in zeven landen en rapporteerde een verband tussen verzadigd vet, cholesterol en hart- en vaatziekten. “Wat in die vroege studies nauwelijks werd meegenomen, is dat in dezelfde periode ook andere grote veranderingen in het voedingspatroon plaatsvonden”, schrijft Elens. Hij noemt de toegenomen consumptie van geraffineerde koolhydraten ofwel snelle suikers, transvetten uit industriële margarines en plantaardige oliën uit de fabriek. “Het is dus heel goed mogelijk dat juist die verschuivingen een belangrijke rol speelden bij de toename van hart- en vaatziekten, in plaats van het verzadigde vet alleen.”
Toch werd de cholesterolhypothese bovenliggend. Het plaveide de weg voor de komst van de eerste ‘statines’ ofwel cholesterolverlagende medicijnen, eind jaren ’80. Die waren oorspronkelijk specifiek bedoeld voor patiënten met een ernstig verhoogd cholesterolgehalte, zoals mensen met de erfelijke aandoening familiaire hypercholesterolemie (FH). Gaandeweg werd de drempel fors verlaagd. “In 2006 verscheen een behandelprotocol ofwel ‘standaard’ van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) die dokters adviseerde voor het ‘slechte’ cholesterol (LDL) een streefwaarde aan te houden van maximaal 2,5 mmol per liter”, zegt Elens. “Het gevolg is dat sindsdien naar schatting twee tot drie miljoen Nederlanders het advies hebben gekregen om dagelijks statines te gebruiken. Toch overlijden in ons land jaarlijks tussen de 35.000 en 40.000 mensen aan hart- en vaatziekten.”
Dat feit zette Elens aan het denken, en hij dook in de boeken. “Het blijkt dat de relatie tussen totaalcholesterol, het ‘slechte’ LDL en het krijgen van hart- en vaatziekten veel minder duidelijk is dan vaak gedacht.” Hij gebruikt een eenvoudige metafoor om zaken op te helderen. “LDL is niet gelijk aan cholesterol: het LDL is de vrachtwagen die het cholesterol naar de bouwplaats rijdt. LDL en HDL zijn geen soorten cholesterol, maar transporteiwitten (lipoproteïnen) die cholesterol door het bloed vervoeren.”
Daarbij is de grootte van de vrachtwagen van belang en niet de hoogte. “Ofwel: het gaat om de grootte van de LDL-deeltjes en niet om de hoogte van de LDL-waarde. Kleine LDL-deeltjes zijn namelijk niet goed, die kunnen gemakkelijker vastlopen in de vaatwand en daar problemen veroorzaken. In mijn praktijk kijk ik in plaats van naar het LDL, naar de verhouding tussen de triglyceriden ofwel bloedvetten en het ‘goede’ HDL. Als die verhouding onder de 1,3 blijft, zit je goed. Dan zijn de vrachtwagens, ofwel de LDL-deeltjes, groot. Heb je een hoge triglyceridenwaarde en een laag HDL, dan heb je kleine vrachtwagens. Dat is niet oké.”
Verhoogde triglyceridenwaarden zijn vooral het gevolg van de inname van veel suiker en snelle koolhydraten. “Mijn advies is: minder suikers, meer beweging, meer onverzadigde omega-3 vetten én minder transvetten.” Deze transvetzuren zijn namelijk het échte zwarte schaap in de familie van de vetten. “Transvetten zijn kunstmatige vetten die vooral in de voedingsindustrie worden gemaakt”, legt Elens uit in zijn boek. Ze zijn hard of smeerbaar en lang houdbaar. Maar “bijzonder schadelijk” voor hart- en bloedvaten: transvet verhoogt het LDL, verlaagt het HDL en bevordert ontstekingen in de vaatwand. “Daardoor verhoogt zelfs een kleine dagelijkse inname van transvet al duidelijk het risico op hart- en vaatziekten.”
Elens pleit daarom voor een transvetverbod voor de voedingsindustrie. “Denemarken was één van de eerste landen met een strenge transvetwet”, schrijft hij. “Na invoering van de ban daalde het aantal doden door hart- en vaatziekten aantoonbaar.” Vergelijkbare maatregelen in onder meer Zwitserland, IJsland, Noorwegen, Oostenrijk en Hongarije laten eenzelfde beeld zien. “Minder transvet in het eten betekent minder hartinfarcten en minder sterfte.”
In ons land is de afgelopen jaren de hoeveelheid transvet in veel voedingsmiddelen verlaagd. “Het probleem is alleen: transvet is een verborgen vet. Je mag van de EU 0,5 gram transvet in 100 gram product doen, zonder dat je dit op de verpakking hoeft te vermelden. Daarbij komt dat transvet op een etiket mag worden aangegeven als: (gedeeltelijk) gehard of (gedeeltelijk) gehydrogeneerd plantaardig vet. Op etiketten staat zelden ‘transvet’. Zo kun je ongemerkt kleine beetjes binnenkrijgen via bewerkte producten als koek, snacks, gefrituurde producten en sommige margarines en halvarines. Smeer liever roomboter op je brood en bak in de keuken ook in roomboter of kokosvet.”
Goede vetten voor het hart zijn er ook, en dit geldt vooral voor omega-3. “Dat zit in vette vis als haring, sardines en makreel. En bijvoorbeeld ook in lijnzaad en chiazaad. Omega-3 bevat stoffen die ontstekingsremmend werken en de bloedstolling wat afremmen.” Ook omega-9 heeft een gunstige werking, zeker wanneer het transvetten vervangt. “Goede bronnen zijn onder andere koudgeperste olijfolie en avocado’s.” Omega-6 maakt eveneens deel uit van de groep van omega-vetzuren, maar bevat juist stoffen die de ontstekingsreactie en de stolling bevorderen. “Je vindt het vooral in plantaardige oliën, zoals zonnebloemolie. En daar krijgen we al te veel van binnen.”
“Ik ben hier tien jaar mee bezig geweest”, vertelt Rob Elens over de totstandkoming van zijn cholesterolboekje. “Ik heb eerst heel uitgebreide epistels geschreven. Dan las mijn vrouw het en zei: ‘Rob, dat is veel te moeilijk”. Hup, streep erdoor. Daar had ik de pee over in, en dan lag het weer even te liggen. Het is een heel proces geweest, van jaren schrijven en schrappen. Uiteindelijk is dit het op gegeven moment geworden.”
De eerste reacties doen hem goed. “Een lezer schreef op een website een review, waarin ze meldt het ‘in één ruk’ te hebben uitgelezen en dat het geen ‘bangmaakboek’ is. Dat vind ik wel mooi. Mijn collega’s in het dorp hebben natuurlijk ook een exemplaar gekregen. Die weten hoe ik over het onderwerp denk. ‘Goed boekje, complimenten’, zei een van hen.”
Elens onderkent dat de prijs (17,95) misschien pittig lijkt voor een uitgave van 52 pagina’s. “Met de prijs heb ik enorm zitten worstelen. Uiteindelijk dacht ik: wat erin staat is zó belangrijk en compact. Het is gewoon een huisartsenconsult in de vorm van een boekje. En dat vind ik dit bedrag wel waard.”
Rob Elens | Een andere kijk op cholesterol | Pumbo, 2026 | ISBN 9789465335803 | € 17,95
Te bestellen bij De Andere Krant: https://deanderekrant.nl/bestellen/een-andere-kijk-op-cholesterol/
