Verplichte installatie slimme of digitale energiemeter stuit op verzet
Sylvia Slegers | Datum: 12 januari 2026
Een app voor een dynamisch energiecontract bij een slimme meter | Fotografie: Rob Engelaar
Zorgen om elektromagnetische straling en controle op afstand
Sinds de invoering van de nieuwe Energiewet op 1 januari dit jaar, moeten de laatste Nederlandse huishoudens die nog een analoge draaischijfmeter hebben — dat zijn er ruim een half miljoen — een digitale of een ‘slimme’ energiemeter laten installeren. Velen van hen zitten daar, om uiteenlopende redenen, niet op te wachten: “Ik beschouw deze verplichte vervanging als kapitaalvernietiging en iets waardoor de burger nog meer gecontroleerd kan gaan worden.”
De verplichte invoering van digitale of de slimme energiemeter heeft alles te maken met de problemen die het elektriciteitsnet in toenemende mate ondervindt door onder meer de stormachtige opkomst van zonnepanelen, windturbines en elektrische auto’s. Energieleveranciers willen de energiestromen beter kunnen monitoren om het net stabiel te houden en dynamische contracten met variabele tarieven mogelijk maken — goedkoop als er veel stroom is, duur als er weinig is. Daar zijn analoge energiemeters — waarbij gebruikers eenmaal per jaar de meterstanden doorgeven — ongeschikt voor. Ze zijn vanuit het oogpunt van de energieleveranciers ook niet ideaal voor huishoudens met zonnepanelen. Eigenaren van zonnepanelen kunnen opgewekte stroom die zij zelf niet gebruiken, aan het elektriciteitsnet terugleveren. Bij een analoge draaischijfmeter draait de schijf dan simpelweg terug en wordt de energierekening (‘salderen’) navenant lager. Digitale en slimme energiemeters registreren het verbruik en de teruglevering apart. Dat biedt de energieleveranciers de mogelijkheid om, naast de vergoeding voor teruggeleverde stroom, terugleverkosten in rekening te brengen en deze steeds verder op te schroeven. Dat laatste wordt sinds 2024 door vrijwel alle leveranciers gedaan, waardoor bezitters van zonnepanelen nog maar weinig voor hun aangeleverde stroom ontvangen of er zelfs voor moeten betalen.
Alle huishoudens die nog een analoge draaischijfmeter hebben, krijgen in de loop van dit jaar een brief van hun netbeheerder met het verzoek een afspraak voor de vervangingswerkzaamheden in te plannen. Wie niet meewerkt, riskeert een Last onder Dwangsom (LOD) van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI). Iedereen met een analoge meter heeft de afgelopen tien jaar meerdere keren een aanbod gekregen om die te laten vervangen.
De Energiewet biedt de keuze tussen een digitale of een slimme meter. De slimme meter registreert elk kwartier de meterstanden en stuurt die, via een ingebouwde communicatiemodule, automatisch draadloos door naar de energieleverancier. De netbeheerder mag afhankelijk van het contract de meter maandelijks of dagelijks uitlezen. Als de consument daar toestemming voor geeft, kunnen slimme meters elke vijf minuten een meting uitvoeren. Met een ‘energieverbruiksmanager’ (een apparaat of app die inzicht geeft in het energieverbruik — red.) zelfs elke tien seconden.
Deze processen veroorzaken elektromagnetische straling. Klanten die daar niet op zitten te wachten, kunnen kiezen voor de digitale meter: die bevat geen draadloze communicatiemodule zodat er geen straling bij komt kijken. De meterstanden moeten dan wel handmatig worden doorgegeven.
De eerste kleinschalige uitrol van slimme elektriciteitsmeters in Nederland vond plaats in 2012. Inmiddels heeft 90 procent van de huishoudens er een, wat neerkomt op 7,3 miljoen exemplaren. De circa 535.000 huishoudens die nog geen digitale of slimme meter hebben laten installeren, werden door Netbeheer Nederland, bij monde van woordvoerder Theo Scholte, vorig jaar augustus in het Algemeen Dagblad bestempeld als “notoire weigeraars”. Zij zouden de analoge draaischijfmeter willen behouden, omdat automatisch en gratis salderen — het verrekenen van zelf opgewekte stroom met de stroom die je afneemt — dan mogelijk blijft.
Een oproep van De Andere Krant op diverse sociale mediakanalen, met daarin de vraag waarom men de analoge meter wil behouden, leverde heel andere argumenten op: onder meer zorgen over gezondheidsrisico’s van straling en privacy-risico’s en mogelijkheden voor controle op afstand worden als bezwaren genoemd (zie kader).
Volgens het Kennisplatform elektromagnetische velden — een samenwerkingsverband van Nederlandse (kennis)instituten en overheidsorganisaties zoals TNO, RIVM en GGD — verhogen slimme meters de dagelijkse blootstelling aan elektromagnetische velden niet of nauwelijks. “De extra blootstelling die een slimme meter oplevert is gering vergeleken met het normale gebruik van een mobiele telefoon,” staat op hun website.
Toch zijn er mensen die last ondervinden van de straling uit hun slimme meter. Marja Alders uit Barendrecht laat De Andere Krant weten dat zij als elektrogevoelig persoon last heeft van alle mobiele apparatuur. Zij heeft zelf een digitale meter thuis, maar een paar jaar geleden werd bij haar moeder de slimme variant geïnstalleerd: “Toen ik daarna bij haar was, kreeg ik last van hartkloppingen, druk op m’n hoofd en evenwichtsstoornissen die mij deden wankelen. Vooral op de momenten dat hij uitgelezen werd. We hebben de slimme meter inmiddels laten vervangen door een digitale.”
Haar klachten sluiten aan bij Australisch onderzoek. Nadat in de Australische staat Victoria in 2006 verplichte slimme meters waren uitgerold waardoor alle inwoners aan elektromagnetische straling werden blootgesteld, evalueerden wetenschappers in 2012 de volgende gezondheidsklachten die waren gemeld: hoofdpijn, tinnitius (oorsuizen), vermoeidheid, cognitieve storingen, dysesthesie (een onaangename, abnormale gevoelswaarneming, vaak veroorzaakt door zenuwschade) en duizeligheid. “De effecten van deze symptomen op het leven van de mensen waren aanzienlijk,” concluderen ze in hun onderzoeksartikel.
Ook zijn er zorgen over privacy en de mogelijkheid die slimme meters bieden voor controle op afstand. Slimme meters verzamelen structureel verbruiksdata die de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) als persoonsgegevens beschouwt: “Hoe vaker meetgegevens worden uitgelezen, hoe gedetailleerder een beeld van uw energieverbruik en persoonlijke leven gemaakt kan worden,” schrijft het AP op de eigen website. De Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming waarschuwde in 2012 dat energiedata ‘profilering’ mogelijk maken en dus extra bescherming vereisen. Hoewel dit wettelijk niet is toegestaan, kunnen slimme meters onthullen welke apparaten er wanneer worden gebruikt. Daaruit kan bijvoorbeeld worden afgeleid wanneer bewoners een douche nemen, tv kijken of de deur uitgaan. Slimme meters geven energieleveranciers in theorie ook de mogelijkheid om te bepalen op welke tijdstippen grote energieverbruikers, zoals vaatwassers en wasdrogers gebruikt mogen worden.
Consumenten kunnen de netbeheerder verzoeken de slimme meter ‘administratief’ uit te zetten. De uitleesfunctie wordt dan uitgeschakeld en de meterstanden worden niet meer automatisch doorgegeven aan de netbeheerder en energieleverancier. Nadeel is dat de netbeheerder de controle hierover heeft en er dus op eigen initiatief voor kan kiezen de uitleesfunctie weer in te schakelen. Een slimme meter die ‘administratief uit’ staat, genereert nog steeds straling. De administratieve uitschakeling stopt alleen de communicatie op afstand, maar schakelt de draadloze module niet fysiek uit. Wie spijt heeft van de aanschaf van een slimme meter, kan het apparaat tegen betaling laten vervangen door een digitale.
Rectificatie: In het artikel ‘Overheid en leveranciers pakken regie over energiegebruik huishoudens (DAK nr. 51, 20 december 2025) schreven wij dat mensen vanaf 1 januari verplicht zijn een slimme meter te laten plaatsen. Dit had moeten zijn: een slimme of een digitale meter.
“Alles kan worden uitgelezen en beïnvloed
Een oproep van De Andere Krant op sociale media met de vraag: ‘Waarom wilt u de analoge meter behouden?’ leverde een kleine honderd reacties op.
“Wij vinden het onacceptabel dat de keuzevrijheid verdwijnt”, schrijft Erica Smit uit Laren. Rigerda Jongkind uit Moerstraten: “Mijn analoge meter functioneert prima, is niet voorzien van fraudegevoelige apparatuur en geeft geen straling. Ik beschouw deze verplichte vervanging als kapitaalvernietiging en een opmaat naar meer controle.” Eva Jonker uit Gooise Meren gelooft niet in de ‘goede’ bedoelingen van de overheid. “Nu mag je nog kiezen voor een digitale meter maar in een later stadium is dit de opstap naar een verplichte slimme meter. De controle wordt in kleine stapjes uitgevoerd, anders zou er te veel protest komen. Ik ben ervan overtuigd dat de overheid de gebruiker (tijdelijk) van de stroom kan afsluiten en dat dit ook zal gebeuren als je je niet conformeert aan de wensen van de overheid. Bovendien is een slimme of digitale meter van inferieure kwaliteit en gaat hij veel eerder stuk.” Een respondent die anoniem wil blijven, noemt het onrechtvaardig: “Ik lever stroom terug aan het net, moet daarvoor gaan betalen en vervolgens gaat de energieleverancier het weer verkopen!” E. Hoekstra uit Heerenveen sluit zich daarbij aan: “Als je overdag niet thuis bent en de zon schijnt, dan lever je stroom terug aan het net tegen 5,9 cent, waarbij je ook nog eens terugleverkosten betaalt. En ’s avonds koop je dan, als je het licht aandoet, diezelfde stroom weer terug voor 28 cent?! Waarom zou je dan nog investeren in ‘groen’ doen?”
Bas Greger uit Brielle: “Alles kan worden uitgelezen en beïnvloed. Ik heb geen zonnepanelen, dus de netbeheerder moet mij niet opzadelen met een apparaat dat ik niet nodig heb.” Niels Moes uit Zeist wijst op een ander gevaar: “Via een digitaal systeem kan veel informatie (onzichtbaar) mee verzonden worden. Dat zal de komende jaren alleen maar toenemen.”
