De zichtbare gevolgen van de Europese Green Deal (DEEL 1)
Bert Weteringe | Datum: 10 augustus 2026
In Noord-Zweden, in het gebied Markbygden nabij de stad Piteá bevindt zich het grootste wind-op-land project van Europa
Van Noorwegen tot Portugal domineren windturbines en zonnepanelen het landschap
In Europa staan meer dan 100.000 windturbines en liggen grofweg 1,3 miljard zonnepanelen. Dit aantal zal tot 2030 nog ongeveer moeten verdubbelen om de Europese doelstellingen te halen. Niet alleen is hierdoor het Europese landschap nu al drastisch veranderd, ook zorgt deze industrialisatie voor aantasting van lokale gemeenschappen en de biodiversiteit. In deel 1 van dit tweeluik nemen we je mee op een denkbeeldige autoreis langs de grootste windprojecten in het noorden en de enorme zonnevelden in het zuiden van Europa.
Wie deze zomer met de auto door Europa reist, kan er nauwelijks omheen: windturbines en uitgestrekte zonnevelden bepalen steeds vaker het landschap. We maken een denkbeeldige autoreis richting Noorwegen en Portugal langs enkele van de grootste energieprojecten van Europa. Onderweg kijken we niet alleen naar megawatts en klimaatdoelen, maar vooral naar de gevolgen voor landschap, natuur en de mensen die er wonen.
Voordat we de reis beginnen, werpen we eerst een blik op de huidige stand van zaken in Europa. De Europese Green Deal is een door Frans Timmermans georkestreerde visie, afgeleid van het klimaatakkoord van Parijs uit 2015, die sinds 2019 de Europese leidraad vormt voor onder meer het energiebeleid. Het hoofddoel: zorgen dat de Europese Unie in 2050 ‘klimaatneutraal’ is. Dat wil zeggen dat de uitstoot van CO2 wordt gereduceerd tot ‘netto-nul’. Met het Fit for 55-wetgevingspakket dat in juli 2021 door de Europese Commissie werd gepresenteerd als uitwerking van de Green Deal is daarbij een tussendoel vastgesteld in 2030: minstens 55 procent minder broeikasgasuitstoot ten opzichte van 1990. In de in 2023 aangenomen richtlijn RED III, onderdeel van het Europese Fit for 55-pakket, heeft de EU bovendien vastgelegd dat in 2030 minimaal 42,5 procent van het totale energieverbruik uit ‘hernieuwbare’ bronnen moet komen — wind, zon, waterkracht, geothermie, biomassa, biogas en waterstof.Volgens de meest recente gegevens over ‘hernieuwbare’ energie, in oktober 2025 gepresenteerd door het Europees Parlement in een zogenaamde ‘factsheet’, bedroeg het aandeel hiervan 24,5 procent van het totale energieverbruik in Europa in 2023 — dat is het geheel van de energiemix van elektriciteit, verwarming, industrie, transport, brandstoffen en warmtenetten. Dit betekent dat het aandeel ‘hernieuwbare’ energie tot 2030 nog bijna moet verdubbelen. Inmiddels staan er al meer dan 100.000 windturbines in de EU, bijna allemaal op land. Er staan er ‘slechts’ 3700 op zee. Dit blijkt uit het meest recente jaarrapport over de windenergie-ontwikkeling in Europa, dat Internationaal Energie Agentschap (IEA) uitgaf over 2024. Daarnaast lag er volgens SolarPowerEurope, de brancheorganisatie voor de Europese zonne-energiesector, eind 2025 voor ongeveer 400 GW aan geïnstalleerd zonnevermogen in Europa. Dat betekent dat er grofweg 1,3 miljard zonnepanelen liggen die alles bij elkaar opgeteld een oppervlakte bestrijken van ongeveer 2000 vierkante kilometer — in oppervlakte ruim meer dan de provincie Utrecht. Ruim de helft betreft grootschalige projecten in landschap. Maar hoe ziet dit er op dit moment al uit en welke impact heeft dit op het landschap? Om dat in beeld te brengen gaan we op reis.
