Heerlen voert digitale massasurveillance in
Erick Overveen en Hendriëlle de Groot
Datum: 19 september 2026
Beeld: ©The Artoonist
Eerste stad in Europa die burgers met AI-systeem analyseert
Stel dat de gemeente alles van je weet: niet alleen je naam, geboortedatum, adres en huwelijkse staat, maar ook je gezondheidstoestand en medische indicaties, je financiële situatie, of en hoe vaak je met de politie in aanraking bent geweest, of buren weleens over je hebben geklaagd en of je de huur elke maand netjes op tijd betaalt. En stel dat de gemeente over een AI-systeem beschikt dat op basis van deze data van al haar inwoners kan voorspellen in welke straten en buurten de kans op onveiligheid het grootst is en meer inzet van bewakingscamera’s, handhavers en buurtwerkers nodig is. Zou je je veiliger voelen? Of zou je het juist beklemmend vinden? In Heerlen is dit scenario geen toekomstmuziek meer.
De Zuid-Limburgse gemeente Heerlen ontwikkelt als eerste stad in Europa een Social Digital Twin: een digitaal model van de stad waarin gegevens over veiligheid, leefbaarheid en sociale omstandigheden met behulp van kunstmatige intelligentie worden geanalyseerd en met elkaar verbonden. Volgens de gemeente moet dat leiden tot betere en snellere beslissingen over veiligheid en leefbaarheid.
Het project, PULSE-TWIN genaamd, werd geselecteerd uit 110 aanvragen uit 23 EU-landen en ontving vanuit het European Urban Initiative 5 miljoen euro subsidie: ongeveer het hoogst haalbare bedrag voor zo’n project. Politie, buurtteams, de Universiteit Maastricht en andere organisaties werken er al intensief aan mee. Het gaat om een proef die loopt tot maart 2029.
Smartcity-onderzoeker Maartje van den Berg is van mening dat Heerlen daarmee de deur openzet naar een surveillancesamenleving waarin niet alleen wijken, maar uiteindelijk iedere burger voortdurend wordt gevolgd, doorgerekend en beoordeeld: “Het is een controlemiddel dat ten koste zal gaan van onze autonomie”.
Op papier klinkt het als een nobel hulpmiddel voor beleidsmakers. Maar volgens Van den Berg is dat slechts één kant van het verhaal: “Ik wil dat mensen inzien dat dit niet alleen over Heerlen gaat. Heerlen is slechts een concrete toepassing van een ontwikkeling die veel groter is. Het gaat uiteindelijk over de manier waarop overheden steeds meer data van burgers verzamelen, combineren en analyseren. Heerlen is alleen een van de eerste plekken waar je kunt zien hoe dat er in de praktijk uitziet.”
“Digital twins bestaan al langer”, gaat Van den Berg verder. “Gemeenten gebruiken zulke digitale modellen bijvoorbeeld om verkeersstromen te analyseren, bouwprojecten door te rekenen of de inrichting van de openbare ruimte te simuleren. Een digitale twin is eigenlijk een digitale versie van alles wat in de ruimtelijke ordening aanwezig is. Je brengt data uit allerlei verschillende datastelsels bij elkaar. Denk aan mobiliteitsdata, gegevens uit de Omgevingswet, data over de ondergrond of elektriciteitsnetwerken. Al die informatie komt samen in één digitale ruimte: een digitale tweeling van de werkelijke omgeving.”
Binnen de Europese Unie worden dergelijke stadsmodellen aangeduid als Local Digital Twins: digitale replica’s van steden die overheden moeten helpen bij vraagstukken rond mobiliteit, energie, klimaat en ruimtelijke ordening. Zo kan sneller en efficiënter worden besloten waar bijvoorbeeld een rotonde of extra rijbaan kan worden aangelegd.
De Social Digital Twin die Heerlen ontwikkelt, is volgens Van den Berg een specifieke toepassing daarvan. Daarbij worden niet alleen gegevens over de fysieke inrichting van de stad samengebracht, maar ook informatie over veiligheid, leefbaarheid en sociale omstandigheden. “Dan gaat het bijvoorbeeld om gegevens uit buurtteams, meldingen van inwoners, informatie over sociale veiligheid en andere sociale data. Daarmee verschuift de aandacht van de stad zelf naar het gedrag van mensen.”
Gegevens waarmee zo’n systeem kan worden gevoed, lopen, veelal op wijk- of buurtniveau, uiteen van overlastmeldingen, politiecijfers en schoolverzuim tot werkloosheid, schuldenproblematiek, jeugdzorggebruik, huurachterstanden en indicatoren van eenzaamheid of sociale samenhang.
De gemeente hoopt daarmee maatschappelijke problemen eerder te herkennen. Het European Urban Initiative wijst op uitdagingen als armoede, sociale uitsluiting, ondermijnende criminaliteit en gevoelens van onveiligheid. Met name in Heerlen-Noord. In dat stadsdeel, waar 70 procent van de Heerlenaren woont, zegt 40 procent zich onveilig te voelen (landelijk is dat 14 procent). Door gegevens uit verschillende organisaties te combineren, zouden beleidsmakers sneller kunnen ingrijpen en gerichter maatregelen nemen. Ook bewoners krijgen een rol: via een veiligheidsmodule in de Heerlen-app kunnen zij meldingen doorgeven die het systeem voeden.
Voorbeeld: een woning waar de energierekening al maanden onbetaald blijft, waar een kind opvallend vaak school verzuimt en waar buren herhaaldelijk overlast melden. Elk signaal op zichzelf zegt weinig, maar samengevoegd tekenen ze het beeld van een gezin in de problemen. Waar hulpverleners nu vaak pas in beeld komen als de situatie is geëscaleerd — een huisuitzetting, een melding bij Veilig Thuis — zou het systeem die optelsom eerder maken, zodat een wijkteam kan aankloppen voordat het misgaat.
“Het wordt vaak gepresenteerd als iets praktisch en efficiënts”, zegt Van den Berg. “Er wordt gezegd dat beleidsmakers sneller kunnen zien wat er speelt in een stad en daardoor betere beslissingen kunnen nemen. Toch verdwijnt daarmee een belangrijke discussie naar de achtergrond. Het gaat uiteindelijk niet alleen over technologie, maar om de vraag hoe de overheid informatie verzamelt, welke verbanden kunstmatige intelligentie legt en wie daarop nog de controle heeft.”
Het grootste risico ziet Van den Berg in de manier waarop kunstmatige intelligentie patronen herkent. Algoritmen kunnen bestaande beelden over wijken versterken in plaats van corrigeren. “Stel dat een wijk wordt aangemerkt als achterstandswijk. Dan komt er meer toezicht, verzamelt de politie meer informatie en doen bewoners vaker meldingen.” Het gevolg kan een zichzelf versterkende feedbackloop zijn: hoe intensiever de controle, hoe meer incidenten worden geregistreerd en hoe steviger het stempel ‘probleemwijk’ wordt. Binnen de kortste keren hangt de wijk vol camera’s en wemelt het van de handhavers en politiemensen.
“Als er meer toezicht komt, zie je ook meer”, vervolgt ze. “Dat wordt opnieuw geregistreerd, waardoor steeds meer negatieve informatie over dezelfde wijk ontstaat — ook wanneer de omstandigheden veranderen.” Welke gegevens het Heerlense algoritme precies gebruikt, is volgens haar onduidelijk. “Wat voor data wordt er verzameld? Dat weten we niet. Er is geen transparantie. Dat probeer ik zelf ook te achterhalen.”
Er is ook onduidelijkheid over waar de grens van dataverzameling en analyse ligt. Zou zo’n systeem in de toekomst ook signalen van sociale onrust, broeiend protest of zelfs gegevens over wie er wel of niet gevaccineerd is kunnen verwerken? Stel dat coronaminister Hugo de Jonge in 2021 over een dergelijk digitaal model had beschikt. Had de overheid dan per wijk kunnen voorspellen waar het verzet tegen de coronamaatregelen groeide en daar preventief op kunnen ingrijpen? Dat is niet wat Heerlen nu zegt te bouwen, maar het scenario laat wel zien hoe dun de grens kan worden tussen een beleidsinstrument en een systeem voor sociale controle.
Die zorg wordt gedeeld door Lotte Houwing, beleidsadviseur bij burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom. Zij benadrukt dat technologie nooit neutraal is. “In elk systeem zitten keuzes over wat wel en niet wordt meegenomen. Dataverzameling gebeurt altijd in opdracht van mensen.” Aannames van ontwerpers kunnen zo ongemerkt doorwerken in de uitkomsten en het beeld van een wijk of bevolkingsgroep bepalen.
Daarom moeten overheden volgens Houwing terughoudend zijn met dergelijke toepassingen. “Omdat iets technisch mogelijk is, menen mensen vaak dat het ook gebruikt moet worden. Maar misschien moet je eerst kijken welk probleem je daadwerkelijk wilt oplossen. Het feit dat iets kan, betekent niet automatisch dat het een goed idee is.”
Voor Van den Berg raakt dit rechtstreeks aan de verhouding tussen burger en overheid. “Er worden persoonsgegevens gebruikt. Hoe indringend is dat? Ik noem dat ‘de glazen burger’. Ik vind dat verschrikkelijk.” Wanneer gegevens uit verschillende overheidsregistraties worden samengebracht en door AI worden geanalyseerd, dreigt volgens haar een systeem waarin burgers steeds minder zicht hebben op wat de overheid over hen weet en welke conclusies daaruit worden getrokken.
De situatie doet denken aan een wereld zoals die wordt geschetst in de film Minority Report, een wereld waarin burgers worden gearresteerd omdat ze volgens voorspellende algoritmen op het punt staan een misdaad te plegen — maar dit nog niet hebben gedaan.
Of in Heerlen daadwerkelijk gegevens uit bijvoorbeeld de Basisregistratie Personen, het Kadaster, DUO en de Belastingdienst worden gekoppeld, kan Van den Berg niet zeggen: de werking van het systeem is niet openbaar. Juist die onduidelijkheid vormt volgens haar het probleem. “De vraag is niet alleen welke gegevens worden verzameld, maar ook welke conclusies een algoritme daaruit trekt en hoe die vervolgens het beleid beïnvloeden.”
Tegelijkertijd presenteert de gemeente de Social Digital Twin uitsluitend in positieve termen. “Er wordt gezegd dat het helpt tegen eenzaamheid, energiearmoede of criminaliteit. Natuurlijk klinkt dat aantrekkelijk.” Door die framing raken vragen over dataverzameling, algoritmen en toezicht volgens Van den Berg gemakkelijk uit beeld. Zelfs de naam ‘digital twin’ werkt verhullend: technisch en onschuldig, terwijl de gevolgen ingrijpend kunnen zijn.
Burgers hebben bovendien vaak al met zulke systemen te maken zonder dat zij zich daarvan bewust zijn. Camera’s en kentekenregistratie, verkeersmaatregelen en de herinrichting van wijken leveren allemaal gegevens op die in digitale stadsmodellen kunnen worden verwerkt. “We hebben er dus allang mee te maken”, zegt Van den Berg.
Daarbij is kunstmatige intelligentie nooit beter dan de gegevens waarmee zij wordt gevoed. Van den Berg wijst op problemen bij de Justitiële Informatiedienst, waar vonnissen op naam van de verkeerde persoon bleken te staan. De Algemene Rekenkamer telde minimaal 867 van zulke zaken. Dat betekent niet dat 867 onschuldige mensen door een rechter zijn veroordeeld: in veel gevallen kreeg de werkelijke dader zijn straf, maar stond het vonnis op naam van iemand anders. Die onschuldige kon daardoor wel een strafblad krijgen, een verklaring omtrent het gedrag (VOG) mislopen of met een openstaande boete worden geconfronteerd. Klokkenluiders vermoeden dat het werkelijke aantal foutieve tenaamstellingen in de tienduizenden loopt, maar dat is niet officieel vastgesteld. “Als zulke fouten in gekoppelde databestanden terechtkomen en AI daarop verder analyseert, kunnen de gevolgen zich razendsnel verspreiden.”
Dat roept ook een juridische vraag op: “Wie is verantwoordelijk wanneer onjuiste gegevens leiden tot een beslissing die een burger schaadt: de overheid, de ontwikkelaar van het systeem of de burger die moet bewijzen dat het algoritme zich vergist?”
Daarbij komt dat overheden deze technologie niet in hun eentje ontwikkelen. Bij de Social Digital Twin is onder meer de Brightlands Smart Services Campus betrokken, het Heerlense innovatiepark voor datawetenschap en kunstmatige intelligentie waarin de provincie, de Universiteit Maastricht en pensioenuitvoerder APG samenwerken met het bedrijfsleven. Gespecialiseerde bedrijven leveren de software, de algoritmen en de technische infrastructuur. Volgens Van den Berg maakt dit publieke instellingen afhankelijk van technologie waarvan zij de werking niet altijd volledig beheersen: wie de rekenmodellen niet doorgrondt, kan ook niet uitleggen waarom ze tot een bepaalde uitkomst komen — een ongemakkelijke positie voor een overheid die juist aanspreekbaar blijft op wat die uitkomsten met burgers doen.
“Wie bepaalt hoe zo’n algoritme werkt, welke gegevens belangrijk zijn en welke verbanden worden gelegd?”, vraagt zij zich hardop af. Naarmate die afhankelijkheid groeit, verschuift ook de invloed op publieke besluitvorming. Daarom is transparantie essentieel. “Als burgers niet meer kunnen controleren waarop besluiten zijn gebaseerd, verschuift uiteindelijk ook de macht. Het gaat niet alleen om wat AI kan, maar vooral om wie bepaalt hoe AI wordt ingezet.”
Gemeente weigert commentaar
De gemeente Heerlen wilde tot twee keer toe geen vragen van de De Andere Krant over het PULSE-TWIN project beantwoorden. Volgens de gemeente komt pas volgend jaar, via een campagne, openheid over dit lopende AI-surveillanceproject.
Welke gemeenteraadsleden stemden ervoor?
Kort gezegd: niemand expliciet. Er is geen apart besluit genomen door de gemeenteraad van Heerlen. Het project loopt via de gemeentebegroting en valt onder de bevoegdheid van burgemeester Roel Wever (Openbare orde en Veiligheid) en wordt omschreven als “een uitbreiding van het Informatieknooppunt Leefbaarheid en Veiligheid met geavanceerde analyse-instrumenten”.
In een raadsinformatiebrief schrijft Wever dat hij het project “met partners is gestart”. De raad werd daarmee geïnformeerd, maar kreeg het project niet afzonderlijk ter goedkeuring voorgelegd. Juist daarover maken critici zich zorgen: hoeveel zeggenschap heeft de gemeenteraad over de inzet van deze technologie?
Digitale tweelingen in Europa:
wat maakt Heerlen anders?
Digitale tweelingen (digital twins) worden al in verschillende Europese steden gebruikt. In deze modellen worden gegevens over onder meer verkeer, energie, gebouwen en de openbare ruimte samengebracht. Met simulaties en kunstmatige intelligentie kunnen beleidsmakers de gevolgen van plannen vooraf testen.
Bologna (Italië)
Bologna ontwikkelt een Civic Digital Twin voor beleid rond mobiliteit, energie, woningbouw en klimaat. Burgers moeten toegang krijgen tot de gegevens en worden betrokken bij het systeem. Uiteindelijk wil de stad ook sociale interacties modelleren.
Helsinki (Finland)
Helsinki gebruikt digitale stadsmodellen voor verkeer, infrastructuur, energie, klimaatadaptatie en stedelijke planning. De nadruk ligt op de fysieke leefomgeving.
Barcelona (Spanje)
Barcelona ontwikkelt toepassingen voor mobiliteit, energie, klimaat en stadsplanning en werkt daarbij samen met Bologna.
Waarom Heerlen bijzonder is
Heerlen combineert informatie over veiligheid en sociale omstandigheden met gegevens van instanties, hulpverleners en bewoners. AI moet patronen herkennen en ontwikkelingen voorspellen. Waar andere steden vooral verkeer, gebouwen en energie modelleren, probeert Heerlen daarmee ook de sociale werkelijkheid voorspelbaar te maken door wijken en groepen burgers te analyseren.
De gemeente Heerlen wilde tegenover De Andere Krant niet inhoudelijk reageren op vragen over persoonsgegevens, mogelijke feedbackloops en transparantie.
