Skip to main content Scroll Top
Nieuws of Column?:
NIEUWS
Breaker:
-
2026 - Uitgave 21

“Het exces zit aan beide kanten”

Hendriëlle de Groot en Erick Overveen
Datum: 27 mei 2026

het-exces-zit-aan-beide-kanten

Jelle van Baardewijk | Fotografie: ©Daan Hendriks

Interview Jelle van Baardewijk – De nieuwe wereld gaat het theater in

Jelle van Baardewijk (1982) is filosoof, essayist en docent aan onder andere Nyenrode. Hij is vooral bekend als een van de gezichten van De Nieuwe Wereld, het onlinekanaal dat tijdens corona uitgroeide tot een intellectueel toevluchtsoord voor honderdduizenden kijkers. Komende weken trekt hij met Ad Verbrugge de theaters in, met gasten als Kees de Kort, Maurice de Hond en Willem Middelkoop. Weg van het scherm, terug naar de fysieke ontmoeting.

De wind trekt over de Bussumse heide. Donkere wolken pakken zich samen, het hoge gras beweegt mee in golven. Halverwege onze wandeling wijst Jelle van Baardewijk naar een plek verderop. “Hier heb ik laatst nog de goden gevoeld. De natuur openbaart zich aan je, als je er maar voor open durft te staan.” Het is een houding die bij de filosoof past: bedachtzaam, observerend.

Hoe belandt een universitair docent bij De Nieuwe Wereld?

Tamelijk vanzelfsprekend eigenlijk. Ad Verbrugge en ik voerden al jarenlang intensieve gesprekken aan de Vrije Universiteit. Er was een groeiend gevoel dat ook buiten de universiteit behoefte bestond aan dat soort gesprekken: aan vertraging, verdieping, echte gedachtewisseling. Samen met Paul Verlind richtte Ad De Nieuwe Wereld op. Ik schoof later aan. Het begon kleinschalig, maar tijdens corona explodeerde het.

We proberen een platform te zijn waar verschillende vormen van intelligentie samenkomen. Niet alleen academici, maar ook ondernemers, kunstenaars, psychiaters. Daarom werkte iemand als Marlies Dekkers vanaf het begin zo goed binnen het geheel: zij brengt een cultureel-artistieke, ondernemende kwaliteit mee. Juist die botsing maakt het interessant. Op bepaalde dossiers spreken we de macht echt tegen. Toch hebben we ook vaak mensen aan tafel die we een stem willen geven, zoals een azc-casemanager, ondanks dat ik kritiek heb op het asielbeleid. Nieuwsgierigheid is voor mij zo belangrijk.

Ons ideaal is een pluriform publiek debat. We zijn kritisch naar de macht, maar we leveren geen kritiek om de kritiek. Onze kleur is eerder sociaal-conservatief, al zijn we ook duidelijke gesprekspartners voor instituten die meer individualistisch-progressief zijn.

En nu komt er een theatertournee. Waarom?

Je ziet een groeiende kloof tussen de wereld van theoretisch opgeleiden en een grote groep mensen die zich daarin niet meer herkent. Er ontstaat een nieuwe verzuiling: iedereen heeft zijn eigen media, een eigen manier van leven, een eigen werkelijkheidsbeeld. Maar de centrale vraag is steeds dezelfde: hoe functioneren elites vandaag nog?

In Bergen op Zoom organiseren we in juni een theateravond met Willem Middelkoop over de oorlogsdreiging rond Iran en de vraag waarom kritische stemmen over buitenlands beleid nauwelijks nog vanuit instituties komen, maar vooral vanuit burgers en de alternatieve media. Er zijn nog maar weinig plekken waar mensen met dezelfde intellectuele nieuwsgierigheid elkaar spontaan tegenkomen. Daaraan is enorm veel behoefte.

Jullie stralen een zekere aristocratie uit.

Dat klopt. Er is een misverstand dat iemand zonder theoretische opleiding geen boeken zou willen lezen. Bij ons krijgen ze gewoon Kant, Hegel, Spengler, Aristoteles voorgeschoteld en mensen genieten ervan. We krijgen mails van studenten sociologie of bestuurskunde die zeggen: ik kan het nauwelijks opbrengen naar college te gaan, maar naar jullie zit ik urenlang te luisteren en aantekeningen te maken. Wij zeggen dan: maak wél je studie af, het is en-en.

We zijn helemaal niet toegankelijk, verre van. Maar daarmee zijn we ook niet bezig. Veel onderwijs heeft simpelweg niet meer het niveau van twintig, dertig jaar geleden. Het is gecapituleerd voor het gemiddelde. Wij doen dat niet.

Loop je niet het risico zelf een cultuur-aristocraat te worden?

Dat verwijt krijg ik weleens. En soms is het terecht. Ook wij zitten soms in zo’n bubbel, terwijl ik daar juist tegen wil zijn. Daarom blijven we lesgeven, met studenten die elke week tegenspraak leveren. En daarom gaan we nu de theaters in. Dat houdt ons scherp.

De intelligentie in het Westen holt zienderogen achteruit: IQ-scores dalen, PISA-resultaten kelderen. Hoe verklaar je dat?

De eerste vraag is: wat meten we eigenlijk? We zijn intelligentie gaan reduceren tot IQ-tests en Cito-scores, terwijl ze veel breder is. Howard Gardner sprak over multiple intelligences: talige, ­sociale, technische, creatieve intelligentie. Tegelijk zie je dat talent zich vaak clustert — wie ergens écht goed in is, is het vaak op meerdere terreinen.

Waarom die scores dalen? Omdat we steeds moeilijker verschil durven maken tussen goed, middelmatig en slecht. Alles moet gelijkgetrokken worden. Iedereen zegt ‘je’ tegen elkaar, hiërarchie is verdacht geworden. Ik noem dat de ‘verzevening’ van de samenleving: we durven elkaar geen negen of tien meer te geven. Uitmuntendheid roept wantrouwen op. De formele standaarden bestaan nog, maar cultureel vinden we het moeilijk ze te handhaven. Dat klinkt hard, maar ik zie daarin wel degelijk een vorm van beschavingsverval.

Ligt het probleem bij het onderwijs? Of dieper, in de manier waarop we leven?

Een kind moet elke dag met z’n neus in de boeken zitten, dat is de basis. Er moet meer worden gelezen, gediscussieerd met het mes op tafel, gesport en gezonder gegeten. Sommige ouders lukt dat nog, heel veel ouders ook niet meer. De verleidingen van het digitaal consumptieve leven beginnen zich op grote schaal te wreken. We zijn collectief burned-out.

Is dat niet dramatisch voor nieuwe generaties?

Jawel, maar er is ook hoop. Heel velen snakken naar verbetering. Vergelijk het met een krijgsman als Napoleon die in 1806 de Pruisen verslaat: hij wéét dat hij geschiedenis schrijft. Als jij een scriptie inlevert waarvan je weet dat het eigenlijk te hoog gegrepen was en je docenten zeggen ‘wat een geweldig verhaal’, dan gebeurt er iets met je. Dan stijg je boven jezelf uit. Gebruik je ChatGPT, dan voel je onbewust dat je het niet zelf hebt gedaan. Je hebt een resultaat, maar niks verinnerlijkt. En precies dat verschil bepaalt wie je later wordt.

AI dendert nu de samenleving binnen. Veel mensen voelen intuïtief: dit gaat iets met ons denken doen. Begrijp jij die angst?

Heel goed. Het echte gevaar van AI is niet alleen banenverlies, maar vooral vaardigheidsverlies. Mensen weten straks niet meer hoe ze een goede zin moeten formuleren, hoe je een mening beargumenteert, hoe je werkelijk schrijft of leest.

Natuurlijk: iemand kan gelukkig zijn zonder ooit een gedicht te ontleden. ‘Geluk is voor de dommen’, zeggen ze wel eens. Maar als je geen hoofd- en bijzaken meer kunt onderscheiden, raak je intellectueel stuurloos.

AI fungeert op een statistische manier: het middelt, ordent, voorspelt. Maar juist het uitzonderlijke, het dwarse, het geniale ontstaat buiten die statistiek. Bonte vogels worden door chatbots eerder gladgestreken dan versterkt. Je kunt AI prima als instrument gebruiken, dat doe ik zelf ook, maar alleen als je eerst zélf je talent hebt ontwikkeld. Anders wordt het een amputatie van je eigen denk- en schrijfspier. Als je die spier te weinig traint, dan wordt-ie zwakker.

Basisscholen zijn soms nog verrassend gezond. Daar wordt nog met vulpennen geschreven, kinderen oefenen oog-handcoördinatie, concentratie, geheugen. Dat moet je koesteren. Kennis beklijft anders wanneer je iets letterlijk opschrijft. Het echte leven blijft daarbij essentieel. Een ervaring op een scherm is niet hetzelfde als een werkelijke ervaring, al moet authenticiteit ook niet geromantiseerd worden: een gezin draait óók op rituelen, discipline en verplichtingen.

Voor AI geldt hetzelfde principe: voor mij is ’t garbage in, garbage out. De kernvraag is of docenten, leidinggevenden en culturele elites nog in staat zijn kwaliteit af te dwingen. Dáár zit het probleem. Veel mensen praten eindeloos over ideeën, maar het vermogen om ideeën om te zetten in handelen is zeldzaam geworden. Daarmee raak je aan iets diepers: een verlies aan vitaliteit. We praten erop los, maar veel mensen krijgen nauwelijks nog iets concreets uit handen. Zelfs het huishouden op orde houden voelt vaak al uitputtend. De AI-discussie gaat daarmee voorbij aan iets fundamentelers: wie krijgt het nog voor elkaar gewoon goed te leven? Koken, aandacht hebben voor kinderen, sport, liefde en daaraan werkelijk plezier beleven. Gemak is verslavend, terwijl de echte wereld inspanning vraagt.

De grote culturele vraag van deze tijd is: hoe leer je weer werkelijk aanwezig te zijn in je eigen bestaan? Ik las laatst het gedicht The Waking van Theodore Roethke. Hij schrijft: ‘I learn by going where I have to go’. Veel mensen zitten tegenwoordig alleen nog in hun hoofd. We zijn kopvoeters geworden: intellectuelen zonder gronding. Terwijl Roethke juist zegt: loop zacht over de aarde. Luister naar wat het leven je influistert. Daar zit ook echte authenticiteit: niet alleen doen waarin je zin hebt, maar iets waardig volbrengen. Dat je die scriptie tóch afmaakt. Dat je tóch gaat trainen. Discipline is óók een vorm van authenticiteit.

Hoe kijk je naar de huidige polarisatie in Nederland?

Ik heb moeite met dat woord. Het wordt vaak gebruikt door media en instituties om afwijkende stemmen verdacht te maken. Alsof stevig meningsverschil per definitie gevaarlijk is. Een gezonde samenleving móet kunnen schuren. Zonder conflict krijg je conformisme. Tegelijk heeft polarisatie grenzen. Ik vind het zorgwekkend hoe weinig ruimte er in Hilversum is voor fundamenteel andere perspectieven op Oekraïne. Dat debat wordt heel snel moreel dichtgetimmerd, vaak met verwijzingen naar veiligheid of desinformatie.

Maar je ziet ook ontsporing bij critici van het systeem. Een doodskist met ‘de democratie is dood’ meesjouwen, of anderen publiekelijk aan de schandpaal nagelen: dat wordt snel destructief. Het exces zit inmiddels aan beide kanten. Neem de protesten rond azc’s. Dat mensen zich uitspreken is begrijpelijk en zelfs gezond. Maar de diepere vraag is: hebben we nog instituties die zulke gevoelens serieus kunnen verwerken en verwoorden? Of leven we inmiddels uitsluitend in echokamers?

Ook uitgeverijen, media en kunstinstellingen zijn erg homogeen geworden. Veel gewone ervaringen, onzekerheid, verlies van grip, sociale ontworteling, worden daar nauwelijks nog herkend. Alles wat buiten het vertrouwde progressieve sjabloon valt, wordt al snel gezien als verdacht of ‘niet passend’. Elke beschaving kent periodes van bloei én verval. De vraag is alleen of we nog bereid zijn moeite te doen voor kwaliteit, concentratie en vorming. Dáár zit voor mij de kern.

Ondergang van het Avondland?

De Nieuwe Wereld organiseert nog één theateravond: Ondergang van het Avondland? met Ad Verbrugge, Jelle van Baardewijk en Willem Middelkoop over geopolitiek, cultuur en de toekomst van het Westen. 16 juni 2026, 20:00 uur — Theater De Maagd in Bergen op Zoom.

Meer info: denieuwewereld.tv

Meer in De Andere Krant: Lees in de krant meer opmerkelijke nieuwsberichten, achtergronden, columns en bijzondere initiatieven en tips in onze SamenLeven rubrieken.

Lees meer en weet meer met een abonnement op De Andere Krant. Nog geen abonnee? Overweeg dan een van onze abonnementen of probeer 6 weken voor € 20 met het proefabonnement en steun de onafhankelijke journalistiek!

Deel dit artikel:

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.