Skip to main content Scroll Top
Nieuws of Column?:
NIEUWS
Breaker:
-
2026 - Uitgave 22

Volgens de amish zijn wíj juist onvrij

Mayke Wijnen | Datum: 31 mei 2026

volgens-de-amish-zijn-wij-juist-onvrij

Een Amish-gezin in traditionele kleding tijdens een dagje uit | Fotografie: GummyBone

Reisverslag vanuit de Verenigde Staten – hoe ziet het leven er uit in Ethridge Amish Country

Nu thuisonderwijs, je (kinderen) niet laten vaccineren en zo min mogelijk deel uitmaken van het systeem steeds moeilijker worden, zoomen we in op een gemeenschap voor wie deze levenswijze juist al honderden jaren vanzelfsprekend is. Ook in de 21e eeuw leven de amish afgezonderd van de moderne wereld: geen elektriciteit, geen grote machines en zelfvoorzienend.

Mijn reisgenoten en ik rijden over Route 43 vanuit Columbia, Tennessee, naar het zuiden. Een snelweg zoals vele in de Verenigde Staten: vierbaans met gele strepen te midden van uitgestrekte natuur. Dan zien we in de verte dat we onze bestemming bereiken: op de vluchtstrook rijdt een zwarte koets met grote, houten wielen. We naderen het rijtuig in rap tempo en zien de passagiers in klederdracht: vrouwen in donkere jurken met witte hoofdkapjes op, mannen met lange baarden zonder snor en in blauwe broeken, hemden en met strohoeden op.

Naast de snelweg, onder een blakende zon, aanschouw ik het tafereel nog eens: tussen het geraas van auto’s dringt zachtjes het rustgevende geluid door van paarden die ritmisch over het asfalt draven. Een surrealistisch beeld, alsof we per ongeluk een set zijn opgereden voor een film uit de negentiende eeuw. Maar dit is geen filmset. Dit is Ethridge Amish Country.

In dit deel van Tennessee, een staat in het zuidoosten van Amerika, leven naar schatting tussen de 2000 en 2500 amish, verdeeld over ongeveer driehonderd families — de grootste amishgemeenschap in het zuiden van het land. Een erg traditionele bovendien. Waar andere gemeenschappen van deze christelijke, anabaptistische groepering in Pennsylvania, Ohio en Indiana nog weleens kleine toegevingen doen, belijden ze hier hun geloof strikt. Geen elektriciteit en geen grote machines, bijvoorbeeld — huizen en schuren worden vooral met de hand gebouwd — en een leven afgezonderd van de moderne wereld. Ook zij noemen niet-amish steevast the English en hoewel ze de Engelse taal machtig zijn, spreken ze door hun Europese achtergrond (zie kader) onderling Pennsylvania Dutch, een Duits dialect dat door the English vermoedelijk onterecht als Dutch werd verstaan. De bijbel, Di Shrift, lezen ze in het oude Hoogduits.

We slaan Brewer Road in, een zijstraat van Route 43 die Ethridge Amish Country in tweeën snijdt. Op het dashboard de kaart die we eerder meekregen in het Welcome Center. Daarop de nadrukkelijke boodschap geen foto’s te nemen  (“dit is een schending van hun religieuze opvattingen”) plus een uiteenzetting welke zelfverbouwde producten bij welke boerderijen te koop zijn. Net als met de koetsritten door het gebied leveren nieuwsgierige toeristen de gezinnen zo toch nog een kleine verdienste op. Want eigenlijk zijn ze niet zo gesteld op vreemden, zo wordt later duidelijk.

Weg van de voorbijrazende auto’s lijkt de tijd te zijn stilgezet. Onverharde wegen, opstuivend stof, uitgestrekte weilanden en boerderijen met kippen, geiten, koeien en varkens. Ook hier rijden paardenkoetsen (buggy’s) met mensen in klederdracht die steevast wuiven. In de tientallen straten wonen amish en English door elkaar, al zijn de eersten in de meerderheid. Hun boerderijen zijn gemakkelijk te herkennen: witte huizen van hout en rode schuren in — vaak roestend — metaal. Boven elk terrein torent een farm windmill, een traditionele windmolen met karakteristieke bladen voor het opwekken van mechanische energie, bijvoorbeeld voor waterpompen. Elektriciteit uit het net wordt afgewezen: het verbindt hen te veel met de collectiviteit en maakt het leven te gemakkelijk. Op de erven zie je dan ook hooguit een kleine compressor en zeker geen auto. Wel koetsen, primitieve werktuigen en handgeschreven bordjes met de aangeboden producten of diensten. Kinderen in klederdracht spelen op de veranda met houten fietsjes, vrouwen hangen de was te drogen en mannen halen het hooi binnen. Weer zo’n rustgevend beeld: twee paarden trekken een platte kar voort met daarachter een mechanisme dat het hooi binnenrijft en naar boven voert. Daarbovenop twee mannen met vorken en de onmisbare strohoed, die de hooiplakken in hoog tempo over het plateau verdelen.

Tijdens onze rondreis door de VS kon een stop bij de amish-gemeenschap niet ontbreken. De geloofsgroep intrigeert me — met name hoe het hen lukt vrijwel volledig buiten het overheidssysteem en het moderne leven, met al zijn gemakken, zelfvoorzienend te zijn. Luiheid als ‘oorkussen des duivels’, weet je wel. Daarnaast wijzen de meesten gezondheidsverzekering af — ze vertrouwen op de hulp van God en elkaar en raadplegen een dokter alleen in nood. Bevallen gebeurt thuis en het zal je niet verbazen dat de vaccinatiegraad zeker in de conservatieve gemeenschappen laag is. Vanuit mijn antroposofisch-christelijke achtergrond deel ik een groot deel van die levenswijze, al schuurt dit gemeenschapsleven met zijn strenge wetten stevig met mijn idee van vrijheid. Zij zijn dan weer overtuigd van het omgekeerde: dat wij, the English, onvrij zijn, geketend door de verleidingen van de duivel. Terwijl zij, als dienaren van God, juist hun vrijheid vinden in hun overgave aan Zijn wil. Ik ben dan ook benieuwd hoe het wérkelijk, los van internet en televisie, is en aanvoelt te midden van zo’n gemeenschap.

Een lastige opgave, besef ik — amish geven liever geen inkijkje in hun leven en mijden de schijnwerpers uit nederigheid. Inmiddels verschenen er toch verschillende documentaires en boeken over deze gemeenschappen die daarvoor, vaak na lange onderhandelingen, wél buitenstaanders toelieten. Hier, in het traditionele zuiden, is die kans klein. Bovendien wil ik hun geloof respecteren.

Bij de eerste boerderij treffen we een tiental paarden in een weide en een schuur met zelfgemaakte houten meubelen — de amish staan bekend om hun vakmanschap. Midden op het erf staat een kraampje met ingemaakte jam en groenten, zeepjes van geitenmelk en harde cashew brittle, een populair nougatinerecept bij de amish van boter, baking soda, suiker en noten. Een jonge vrouw komt het woonhuis uit. Zwijgend en vriendelijk glimlachend slaat ze gade hoe we rustig de schapjes met handgeschreven stickertjes in ons opnemen. De aankopen noteert ze met potlood en haar ogen volgen nauwgezet hoe ik de dollars uit het hoesje van mijn telefoon haal. Achteraf lees ik dat ze liever geen telefoon in hun buurt hebben.

Om de regels goed te begrijpen, vraag ik haar of het enkel verboden is foto’s van mensen te maken, of ook van objecten. “Anything we own”, antwoordt ze met sterk zuiders accent. Bij de vraag of dit is vanuit het idee dat je de ziel wegneemt van het object, denkt ze even na en antwoordt dan: “Nee, we willen gewoon niet dat je iets van wat van ons is mee naar huis neemt”. Interessant. Terug in de auto, witte bordjes afspeurend naar aardbeien, brood en melk vraag ik me af wat wij in dat licht, als buitenstaanders, zélf op zo’n plek brengen, met onze eigen gedachten of oordelen. Maar ook: wat neem ik inderdaad met me mee door hen alleen al te bezoeken of, zoals nu, erover te schrijven? Later lees ik dat ook hier de nederigheid een rol speelt: poseren voor een foto legt te veel de nadruk op het individu, terwijl de gemeenschap immer centraal dient te staan. Ook het tweede gebod, ‘gij zult geen gesneden beeld maken’, staat centraal. Portretten op het dressoir zijn daarom ongewenst en hoewel de meeste amish officieel zijn ingeschreven, hebben velen geen paspoort.

De mensen op de andere boerderijen zijn gereserveerder. Ze ogen gesloten en achterdochtig – geen uitnodiging voor verdere vragen. Bij twee jonge meisjes achter een handkassa krijg ik sowieso geen gesprek: het is niet de bedoeling dat English met kinderen praten. En terwijl ik een bakje kleine courgettes — duidelijk niet veredeld tot supermarktgiganten — en brood afreken, word ik door een van hen aangestaard alsof ze de duivel in levenden lijve ziet. Voor een meisje van hooguit 5 jaar is haar blik ongelooflijk indringend. Ze kijkt me recht aan en laat dan haar ogen opzichtig over mijn armen gaan om opnieuw mijn blik te zoeken. Op dat moment voel ik enkel de intensiteit van de ontmoeting, maar bij een volgende stop besef ik dat ik niet bepaald handig gekleed ga: korte broek en hemdje. Doodgewone kledij bij 30 graden. Niet in Amish Country. Iets normaals is ineens abnormaal. “Aanstootgevend” zelfs, lees ik in een artikel. En bij ieder volgend adres zie ik de ogen van de vrouwen oordelen — of ik denk dat te zien. Feit is dat mijn praktische vragen kortaf worden beantwoord. Aan inhoudelijke kwesties denk ik niet eens meer.

Op mijn laatste stop overleggen twee jonge knapen naast een houten kar vol oogst. Ook bij hen diezelfde gereserveerdheid, maar we ervaren hier meer openheid. Ik vraag naar melk. Een van hen loopt voor me uit, waardoor ik uitzicht krijg op zijn opgeschoren nek met daarboven het korte haar dat piekerig onder zijn hoed naar buiten krult, precies zoals ik bij zijn kameraad al had gezien. Een koddig beeld: alsof er stro onder de rand uit piept. Hij heft een gallon melk uit een oude — uiteraard — niet draaiende diepvries met koud water. 5 dollar. Ik vraag hem of ik hem iets inhoudelijks mag vragen, maar hij draait zijn hoofd weg en trekt zijn mond in een ongemakkelijke plooi.

Ons avondmaal is rijkelijk gevuld met amish-producten. De smaak is heerlijk en puur, zeker in Amerika iets om te koesteren. Met de rest, ingemaakte jam, gepekelde bieten, maple syrup en een zeepje van geitenmelk, reizen we terug naar Nederland. Een diepe indruk in onze ziel rijker bovendien.

Amish vluchtten voor brandstapel en ophanging uit Europa

De amish zijn een anabaptistische, christelijke stroming afkomstig uit met name Zwitserland, Duitsland en de Elzas. Ze staan onder meer voor een kerk zonder inmenging van de overheid, weigeren militaire dienst en dopen alleen volwassenen die bewust voor het geloof kiezen. Als gevolg van massale vervolging op basis van deze geloofsovertuigingen kwamen zij in de achttiende en negentiende eeuw over naar de Verenigde Staten. In Pennsylvania gold immers vrijheid van godsdienst, iets uitzonderlijks in die tijd.

Die religieuze vrijheid wisten de amish al die jaren te behouden dankzij het Eerste Amendement (vrijheid van godsdienst) en door verschillende rechtszaken te winnen. Zo werd in 1972 bepaald dat de amish hun kinderen na de achtste klas niet naar school hoeven te sturen — verdere scholing zou hun religieuze levenswijze aantasten. Bijna alle amish-kinderen gaan tot die achtste klas naar hun eigen, kleine one-room schoolhouses, waarmee ze voldoen aan de leerplicht. In de minder strikte gemeenschappen gaat een enkeling naar openbare scholen.

In Europa leven tegenwoordig vrijwel geen traditionele amish-gemeenschappen meer. In de Verenigde Staten zijn zij inmiddels met ruim 400.000, een aantal dat door de grote gezinnen — met gemiddeld zes à zeven kinderen — nog altijd toeneemt. Ze kennen inmiddels verschillende afsplitsingen: de meest conservatieve is de Old Order, terwijl de New Order en Beachy Amish progressiever zijn. De amish-gemeenschap in Ethridge (zie hoofdverhaal), maakt deel uit van Swartzentruber-gemeenschap, een vertakking binnen de Old Order Amish die nog steeds tot de meest traditionele en strengste gemeenschappen behoren. Bij deze afsplitsing speelde shunning (letterlijk: verstoting) een centrale rol: zij vonden dat mensen die de kerk verlieten, zelfs naar een andere amish-groep, nog strenger geshund moesten worden.

Deze shunning was ook de reden dat de amish zelf ontstonden. Eind zeventiende eeuw splitsten zij zich onder leiding van Jakob Ammann af van de christelijke mennonieten, omdat zij een strengere kerkdiscipline wilden. Volgens hen werd er door de mennonieten te mild omgegaan met het contactverbod met mensen die uit de kerk waren gezet. Tot op de dag van vandaag geldt in strenge amish-gemeenschappen een (zeer) beperkt contact met geëxcommuniceerde familieleden. Het is amish dan wel theoretisch toegestaan de gemeenschap te verlaten vóórdat iemand gedoopt wordt, maar dit gebeurt zelden, onder meer door de sociale druk. Er zijn verschillende documentaires en boeken over ex-amishleden die door hun familie geëxcommuniceerd zijn. Dit is vooral bij de Old Order Amish het geval.

Bronnen: amishamerica.com, pbs.org en amishofethridge.com

Meer in De Andere Krant: Lees in de krant meer opmerkelijke nieuwsberichten, achtergronden, columns en bijzondere initiatieven en tips in onze SamenLeven rubrieken.

Lees meer en weet meer met een abonnement op De Andere Krant. Nog geen abonnee? Overweeg dan een van onze abonnementen of probeer 6 weken voor € 20 met het proefabonnement en steun de onafhankelijke journalistiek!

Deel dit artikel:

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.