“Geen causaal verband tussen longontsteking en geitenhouderijen”
Sjoukje Dijkstra | Datum: 21 juni 2026
Illustratie: Leon Baaren aka ©The Artoonist
Universiteit Gent ontkracht claims van het RIVM
“Meer longontstekingen nabij geitenhouderijen, bacteriën mogelijke verklaring”, staat op de site van het RIVM. Al jarenlang horen Nederlanders dat het gevaarlijk is in de buurt te wonen van een geitenhouderij. Provincies voerden zelfs geitenstops in en honderden houderijen werden beperkt in hun uitbreidingsmogelijkheden. De Universiteit Gent heeft recent in een rapport gehakt gemaakt van de claims van het RIVM. Geitenhouder Clint Veelers vermoedt dat er meer achter zit. “Ze zijn bang voor een vrije sector. Daarom hangen ze er een kaartje van volksgezondheid aan.”
Na zogenaamde Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO)-onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is geconstateerd dat er een statistisch verband is tussen geitenhouderijen en longontstekingen. Een directe oorzaak werd echter nooit vastgesteld, al suggereert het instituut wel dat “bacteriën een mogelijke verklaring” zijn. Deze onderzoeksuitkomsten liggen aan de basis van geitenstops en vergunningbeperkingen in meerdere provincies.
Een recente analyse van de Universiteit Gent plaatst nu een bom onder de onderzoeksresultaten die zijn vertaald naar beleid. In opdracht van Platform Melkgeitenhouderij analyseerden onze zuiderburen de VGO-onderzoeken. “Bij de verschillende analyses in de VGO-rapporten zijn belangrijke bedenkingen te maken in het licht van de causale vraag: ‘Veroorzaken geitenhouderijen een toename aan pneumonie bij de omwonenden?’”, staat in het rapport Bespreking VGO — Geiten en Pneumonie, gepubliceerd op 10 juni, door professor Dries Reynders en prof. dr. Els Goetghebeur. “De VGO-onderzoeken spitsen zich al een klein decennium toe op de mogelijke rol van geitenhouderijen bij pneumonie. De gevonden associaties weerspiegelen niet noodzakelijk de causale impact van geitenhouderijen”, aldus de Belgische geleerden.
Voor voormalig landbouwwoordvoerder Bart-Jan Oplaat bevestigt de Gentse analyse wat hij al langer vermoedt. “Er is een model gebouwd dat moest voorspellen hoeveel extra mensen longontsteking zouden krijgen, maar als vervolgens na tien jaar onderzoek blijkt dat die patiënten niet worden gevonden, dan moet je jezelf wel afvragen wat de waarde van dat model nog is. Een model is geen werkelijkheid. Uiteindelijk moet je toetsen of wat een model voorspelt ook daadwerkelijk wordt aangetroffen.”
Geitenhouder Clint Veelers, die samen met zijn familie een bedrijf runt met inmiddels 1850 geiten in het Twentse Hengevelde, plaatst grote vraagtekens bij de door het RIVM geclaimde gezondheidsrisico’s. Volgens hem wordt al jaren gezocht naar een oorzaak die telkens niet wordt gevonden. “Het hele verhaal bestaat uit vervolgonderzoek op vervolgonderzoek. Continu moeten ze eigenlijk concluderen dat er niets uitkomt. Op een gegeven moment moet je jezelf afvragen waarom je doorgaat.”
Volgens Veelers hadden de VGO-onderzoeken al lang gestaakt moeten worden. “Het liep vast op patiënten. Er waren veel minder patiënten dan vooraf was berekend of verwacht. Dat had eigenlijk al voldoende moeten zijn om te zeggen: dit spoor loopt dood. Maar toch zijn ze verder gegaan. Als de patiënten die er zouden moeten zijn, niet worden gevonden, dan is het dossier toch vrij snel dicht? Dan moet je toch concluderen dat je niet hebt gevonden wat je dacht te vinden. Er zijn meerdere wetenschappers die naar die onderzoeken hebben gekeken. Hoe meer mensen zich erin verdiepen, hoe meer dezelfde conclusie lijkt te worden getrokken.”
Volgens Veelers spelen er andere belangen mee. In tegenstelling tot veel andere veehouderijsectoren, kent de geitenhouderij geen productie-, dier- of fosfaatrechten. Daardoor is het een relatief vrije sector gebleven. “Wij hebben zelf geen uitbreidingsplannen meer. Met 1850 geiten vinden wij het genoeg, maar het gaat mij om de reden waarom een sector wordt dichtgezet. Officieel gebeurt dat vanwege de volksgezondheid. Alleen denk ik dat men vooral bang is voor een vrije sector die blijft groeien, zonder dierenrechten en zonder fosfaatrechten. Eigenlijk zijn ze bang voor wildgroei. Maar dat geven ze niet hardop toe. Daarom hangen ze er een kaartje aan van volksgezondheid en gezondheidsrisico’s.”
De ondernemer vindt dat kwalijk, omdat burgers — die worden bang gemaakt met verhoogde kans op longontsteking — vermoedelijk opzettelijk op het verkeerde been gezet zijn. “Dan belast je de burger met een verhaal dat uiteindelijk misschien helemaal niet klopt. Mensen horen iets in het nieuws en nemen dat mee. Dat is logisch. Niet iedereen gaat tientallen rapporten lezen.” Bovendien heeft het de beeldvorming rond geitenhouders negatief beïnvloed. Vroeger golden zij als louter voedselproducenten, tegenwoordig is de eerste associatie gezondheidsrisico’s. “Mensen krijgen iets mee vanuit de media. Dan blijft hangen dat geitenhouderijen gevaarlijk zijn. Vervolgens moet je telkens uitleggen hoe het werkelijk zit.” In zijn eigen omgeving ervaart Veelers overigens nog weinig weerstand. “Hier zijn de mensen vrij nuchter. Als je uitlegt hoe het zit, begrijpen ze het meestal wel.” Maar het algemene beeld over de sector is volgens hem wel veranderd. “Je ziet dat er in bepaalde kringen steeds sneller wordt gedacht dat de geitensector misschien maar moet verdwijnen. Er zijn weinig mensen die echt kunnen of willen tegenspreken. Vervolgens wordt zo’n onderzoek aangehaald in de Tweede Kamer, bij de Gezondheidsraad en in de media.”
Het zorgt ervoor dat ondernemers zoals Veelers vaak jaren vooruit moeten plannen, terwijl onduidelijk blijft welke nieuwe regels of beperkingen (mogelijk) nog volgen. “Je wilt investeren, moderniseren en vooruitdenken. Maar je kunt je geld maar één keer uitgeven. Als ik vandaag investeer en morgen krijg ik nieuwe verplichtingen opgelegd, dan heb ik een probleem.” Volgens hem zorgt dat voor een voortdurende onzekerheid. “Je kunt je niet volledig voorbereiden op de toekomst als je niet weet wat die toekomst gaat brengen. Dat speelt in de hele landbouw, maar bij de geitenhouderij hangt dit dossier daar nog eens extra boven.”
Het RIVM laat aan De Andere Krant weten achter de eerdere conclusies te blijven staan. Volgens het instituut komen longontstekingen vaker voor bij mensen die wonen in gebieden met veel veehouderijen en is het extra risico groter voor mensen die binnen een straal van 2.000 meter van een geitenhouderij wonen. Het RIVM stelt dat in geitenstallen bacteriën zijn aangetroffen die een mogelijke verklaring kunnen vormen voor het verhoogde aantal longontstekingen. Het instituut ziet geen aanleiding zijn standpunt te herzien na de publicatie van de onderzoekers van de Universiteit van Gent.
Meer in De Andere Krant: Lees in de krant meer opmerkelijke nieuwsberichten, achtergronden, columns en bijzondere initiatieven en tips in onze SamenLeven rubrieken.
Lees meer en weet meer met een abonnement op De Andere Krant. Nog geen abonnee? Overweeg dan een van onze abonnementen of probeer 6 weken voor € 20 met het proefabonnement en steun de onafhankelijke journalistiek!
