Nieuws   Samen Leven

EU Green Deal leidt tot kaalslag Nederlandse agrarische sector


Green deal tot kaalslag
Fotografie: Lex van Lieshout | ANP
💹

Stikstof Top 100 liegt over uitstoot​
Stikstof Top 100 liegt over uitstoot
Datum: 10 mei 2022
Samen Leven
Rypke Zeilmaker, Ido Dijkstra
Rypke Zeilmaker, Ido Dijkstra

De Europese Green Deal die vorig jaar is gesloten onder leiding van Eurocommissaris Frans Timmermans (PvdA), leidt ertoe dat 10 procent van de Nederlandse landbouwgrond uit gebruik moet worden genomen. Dat blijkt uit een ‘quick scan’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) die geen ­media-aandacht heeft gehad. Het stikstofbeleid van het kabinet, dat zich richt op het ­opkopen van landbouwgrond, lijkt te zijn ­ingegeven door deze eis van de Green Deal.

De Green Deal beoogt de EU ‘klimaatneutraal’ te maken. Een onderdeel is de Biodiversiteitsstrategie. Deze blijkt grote gevolgen te hebben voor de Nederlandse landbouw. Het PBL bracht op 31 maart een studie uit, die laat zien dat tot 150.000 hectare landbouwgrond moet worden opgekocht voor ‘natuurontwikkeling’ of ‘agrarisch natuurbeheer’. Ook moet 30 procent van het land– en zeeoppervlak onder natuurbescherming gaan vallen. Dit gaat de belastingbetaler 30 miljard euro kosten. De ‘quick scan’ is op 21 april behandeld door de Vaste Kamercommissie voor Landbouw.

De cijfers uit de ‘quick scan’ ­blijken exact overeen te komen met de ­inzet van het Nederlandse stikstofbeleid. Onder de Stikstofwet wil het kabinet voor zo’n 30 miljard euro aan landbouwgrond opkopen. Op dit beleid komt steeds meer kritiek. Uit interne correspondentie van het ­Ministerie van LNV, onthuld via een nieuw Wob-verzoek, blijkt dat wetenschappers en politici al in 2020 wisten dat het rekenmodel waarop het stikstofbeleid berust, Aerius, wetenschappelijk onverdedigbaar is. Topambtenaren zochten contact met landsadvocaat Pels Rijcken voor advies toen bleek dat het volgens de Commissie ­Hordijk niet mogelijk is wetenschappelijk te verdedigen dat een ­boerenbedrijf een natuurgebied op kilometers afstand negatief beĂŻnvloedt. Dat is wel de aanname achter het uitkoopbeleid Ă©n achter de ‘Stikstof top 100’ die het kabinet in april uitgaf, waarin veel boerenbedrijven worden genoemd. Volgens milieuadviseur Sjaak van Schaik, staat de top 100 vol met ­fouten en wordt hij uitsluitend gebruikt om “politiek draagvlak te creĂ«ren voor het krimpbeleid”. De Friese boerin en gemeenteraadslid Nynke Koopmans (BVNL), waarschuwt dat het huidige beleid tot “een ongekende kaalslag” in de agrarische sector zal leiden. “Banen verdwijnen en onze kwetsbare en steeds duurder wordende voedselvoorziening komen verder onder druk te staan”, zegt zij tegenover De Andere Krant. “Nederland wordt afhankelijker van het buitenland. Ik denk dat ze ons land als landbouwnatie bewust kapot maken.”

Stikstofminister Christianne van der Wal gebruikt valse gegevens voor de berekening van ammoniakuitstoot in haar Stikstof Top 100, constateren diverse milieu-adviseurs en gemeentelijke milieuambtenaren tegenover de Andere Krant. Het vermoeden bestaat dat Van der Wal de Top 100 gebruikt om de uitkoop van veehouderijen door de Kamer te krijgen.

Stikstofminister Christianne van der Wal presenteerde afgelopen maand voor de Tweede Kamer twee lijsten waarop de 100 bedrijven zouden staan, die de meeste ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) uitstoten. Maar ook na herziening van fouten in een eerdere versie van de top 100, blijkt dat Van der Wal veel te hoge emissies opgeeft.

Dat constateert Sjaak van Schaik, die voor het in Barneveld gevestigde Westrenen Advies boeren begeleidt bij de aanvraag van stalvergunningen. Van Schaik stelt dat de Stikstof top 100 (voor ammoniak) “bedoeld lijkt voor onjuiste ­maatschappelijke beeldvorming en het creĂ«ren van ­­politieke draagkracht om de veehouderij uit te kopen”.

Van Schaik stelt dat in de top 100 een aantal agrarische bedrijven staat, waar “exorbitant hoge emissies” aan zijn toegekend. In werkelijkheid is er in de gemeentes waar zijn adviesbureau stalvergunningen aanvraagt nergens zo’n bedrijf
bekend. Dat blijkt wanneer je de toegestane emissies in stalvergunningen vergelijkt met wat Van der Wal opgeeft.

Volgens de Kamerbrief van Van der Wal zijn die vastgesteld op basis van de website Emissieregistratie van het RIVM en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Maar betrokkenen constateren dat opgegeven emissies structureel hoger zijn dan bekend uit de verleende vergunningen. Van Schaik: “Als wij dit al weten over deze gemeentes, hoe zit het dan met de rest van de lijst?” Hij spreekt over het “kweken van sentiment” om ­politiek draagvlak te bouwen voor het stikstofbeleid.

Als voorbeeld van valse emissiegegevens in de top 100, noemt Van Schaik een in de top vermelde legkippenfarm in de Gemeente Putten. “Per zogenaamde ‘dierplaats’, dus per kip, mag een bedrijf volgens de wet in een traditionele stal 125 gram ammoniak via kippenpoep ‘uitstoten’. Bij nieuwe stallen nog 55 gram per legkip. In Van der Wals top 100 staat een legkipbedrijf in Putten opgegeven dat bijna 30 duizend kilo emissies zou veroorzaken. Dat zou betekenen dat hier 240 duizend kippen in een traditionele stal zouden staan.” Maar dat bedrijf bestaat niet, aldus Van Schaik. De maximale emissie in bij Van Schaik bekende vergunningen bedraagt 13 duizend kilo. Ook een in de top 100 vermeld bedrijf uit Barneveld zou met veel te hoge emissies in de lijst staan. Arjan Bossenbroek, adviseur Buitengebied van de Gemeente Barneveld en Marijke Wolbers van de Omgevingsdienst Noord Veluwe bevestigen Van Schaiks analyse.

De afwijkingen zijn niet beperkt tot Putten en Barneveld. Ook in ­andere op de lijst vermelde gemeentes zijn in de top 100 vermelde emissies veel hoger dan die op de vergunningen van bedrijven. Dat ­­bevestigt Roel Cox, milieuspecialist voor de ­gemeente Horst aan de Maas in ­Limburg. De milieuambtenaar werkte eerder in een vergelijkbare functie als Van Schaik, als milieu­adviseur voor Bergsen Advies bij veehouders in de regio rond Venray. In de top 100 staan drie varkensbedrijven uit zijn gemeente, waarvan de opgegeven emissies sterk afwijken van wat in de vergunningen staat.

Volgens Cox zou de afwijking veroorzaakt kunnen zijn, doordat het RIVM van verouderde gegevens gebruik maakt. Dit zou komen doordat ambtenaren in een – wettelijk niet verplicht – registratiesysteem zouden hebben gekeken hoeveel ammoniak veehouderijen uitstoten, het ‘Web BVB.’ Dat systeem is in vier provincies bij de ambtenarij in gebruik – in Limburg, Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant. Hierin staan de waarden die bij een laatste milieucontrole door een ambtenaar zijn geconstateerd. De provincie Overijssel heeft die gegevens al sinds 2011 niet meer bijgewerkt. Die provincie komt meermaals voor in de top 100 van Van der Wal, zoals met een veehouderij in Haaksbergen.

Stikstofminister Van der Wal presenteerde begin april een ­eerste versie van de twee lijsten van de Stikstof Top 100. Die moest zij al meteen intrekken, toen bleek dat haar informatiebron, het RIVM, te hoge emissies had toegekend aan bekende boerenbedrijven. De ­discussie ging toen over de vraag welk stalsysteem de boeren zouden gebruiken. Het RIVM meet namelijk niet aan de bron van het bedrijf hoeveel ammoniak ze uitstoten. Ze gebruiken een rekenmodel met grondstofstromen, en schatten de uitstoot aan de hand van het type stal.

Wanneer een boer de stal moderni­seert, kan dat al 50 procent of meer in de uitstoot schelen. Bij de eerste lijst had het RIVM met een verouderd staltype gerekend. Door die foutieve schatting kwamen reeds gemoderniseerde bedrijven in de op 100. Hoe het RIVM en PBL de nieuwe lijst hebben berekend, durven zowel Cox als Van Schaik niet met zeker­heid te zeggen. De expert op dit terrein voor RIVM en PBL, Marian van Schijndel is tot 14 mei niet bereikbaar voor commentaar.






 
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.



©2022 De Andere Krant B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.