Skip to main content Scroll Top
Nieuws of Column?:
NIEUWS
Breaker:
-
2026 - Uitgave 39

Berend te Voortwis: “Alles begint met elimineren van kunstmest”

Ton Verheijen | Datum: 29 september 2026

berend-te-voortwis

Beeld: Berend te Voortwis | ©MKFOTOGRAFIE

Oprichter van online platform Grutto, dat natuurvlees en biologische vlees verkoopt

Dierenvriend Berend te Voortwis, oprichter van online platform Grutto, onderhoudt een diepe band met zijn Aubrac-koeien. Tegelijkertijd is hij jager op groot wild en heeft hij een passie voor lokaal geproduceerd, gerijpt en grasgevoerd vlees. Dat botst met de plannen van de Nederlandse overheid, die 13,4 miljard euro steekt in opkoop van de veestapel en afwaardering van landbouwgrond. “De vraag is niet of we vlees moeten eten, maar hoe we dat op een goede manier kunnen doen.”

Het eten van vlees: iedereen vindt er iets van. Berend te Voortwis (52), oprichter van online platform Grutto ­— dat duurzaam en natuurlijk vlees rechtstreeks koopt bij lokale boeren — ziet drie belangrijke discussiepunten: ethiek, duurzaamheid en voedzaamheid. De ethische discussie kan niemand winnen, stelt hij. “Het is hypocriet te zeggen dat je geen koe mag slachten maar wel soja mag eten uit monoculturen. Tijdens de oogst sterven kevers, kikkers, vogels en vlinders.” Wat duurzaamheid betreft, gelooft hij in “het perfecte huwelijk” tussen herbivoren en grasland, met de koe als meest bijzondere herbivoor. Koeien zorgen voor sterke, koolstofrijke bodems die werken als een spons en water beter vasthouden in tijden van droogte. Het samenspel van begrazing, vertrapping en bemesting stimuleert de wortelgroei van planten en verhoogt het organische stofgehalte. Het is zijn visie. Er zijn mensen die er anders over denken.

Op het punt van voeding zou Te Voortwis weleens sterke troeven kunnen hebben: “Goed vlees is ontzettend voedzaam. Er zijn uitzonderingen maar verreweg de meeste mensen hebben af en toe dierlijke eiwitten nodig, zeker kinderen en ouderen. Kijk maar naar survivallen in de natuur. Overleven met planten, noten en bessen is bijna niet te doen. Als we dan toch vlees moeten eten, geloven we bij Grutto in regeneratieve landbouw zonder kunstmest, die de bodem niet uitput maar stimuleert, en de waterkringlopen en biodiversiteit verbetert. De grutto, onze nationale vogel, staat symbool voor onze visie. Grutto’s staan er niet goed voor in Nederland, we hebben nog maar 30.000 broedparen. Als boerenbedrijven gezonder worden geleid, komt die vogel vanzelf terug.”

Berend te Voortwis houdt van dieren. Hij onderhoudt een diepe band met zijn Aubrac-koeien, een rustiek, niet-gekruist ras uit Frankrijk. “Hun kalme aanwezigheid werkt meditatief.” Respect voor dieren en de natuur kreeg hij met de paplepel ingegoten op het boerenbedrijf van zijn ouders in Baambrugge. Hij is geboren en getogen op boerderij Lindenhoff aan de Angstel, het riviertje dat begint in Nieuwer ter Aa en al slingerend via Loenersloot, Baambrugge en Abcoude zo’n 10 kilometer verderop uitmondt in het Abcoudermeer. Zijn kindertijd op Lindenhoff was zoals je je dat voorstelt op een boerderij uit 1880: “We dronken rauwe melk van de buurman. Een keer per jaar werd er een koe geslacht. De helft ging in onze vriezer, de andere helft was voor buren en familie.”

Zijn carrière in de e-commerce kwam traag op gang. Na de landbouwschool in Deventer en een studie bedrijfskunde in Rotterdam rees de vraag: wat nu? Aanvankelijk zag hij doorgaan in het boerenleven niet zitten. Hij werkte een tijdje voor cosmeticabedrijf L’Oreal. Maar hij wilde ook zelfstandig zijn. En zijn passie voor goed eten werd steeds sterker. Van het een kwam het ander. Pa wilde het bedrijf overdragen en Berend nam Lindenhoff over. Zijn broers Willem en Dirco gingen Gasconne-runderen houden en varkens met krulstaarten (het beroemde Baambrugs Big), een kruidentuin, boerderijwinkel en horecagelegenheid. De rol die Berend ging spelen, lag iets minder voor de hand. In 2014 richtte hij Koopeenkoe.nl op en ging hij aan de slag met online verkoop en transport van biologisch, lokaal geproduceerd, gerijpt en grasgevoerd vlees. Het concept was zo oud als de weg naar Rome en tegelijkertijd nieuw in Nederland: dieren werden pas geslacht als alle delen — van kop tot staart — waren verkocht. Met Koopeenkoe liep het ietwat uit de hand. “We hadden op een gegeven moment veertien websites: Koopeenkoe, Koopeenkip, Koopeengeit…”. Klanten kwamen na een paar keer niet meer terug, volgens Te Voortwis omdat ze verplicht dertien producten moesten afnemen en vervolgens drie weken moesten wachten op hun bestelling. Daarom werd besloten de verplichting los te laten en de naam te veranderen in Grutto.

Leveranciers zijn zo’n honderd boeren in Nederland en Duitsland. “We hebben een wachtlijst. Zodra we meer verkopen, kunnen we meer boeren toelaten.” De aangesloten boeren leveren koe van speciale rassen zoals Wagyu-rund, Fleckvieh, Limousin of Schotse Hooglander, en verder varken, kip, schaap, geit, kalkoen, waterbuffel en meer. Alle boeren staan op de website. Hun persoonlijke verhalen gaan over kruidenrijk gras, zacht gemarmerd vlees, mest met houtsnippers, afwezigheid van gmo’s en terugkeer van zeldzame weidevogels. Boer Jitze Peenstra uit het Friese Aldeboarn noemt trots de kieskeurige steenuil, die niet toevallig zijn erf koos om te gaan broeden.

Het vlees wordt zonder tussenhandel bij de boeren opgehaald. “Wij kennen iedereen en zien alles”, zegt Te Voortwis. De dieren hebben een goed leven gehad en worden uiteindelijk “zo humaan mogelijk en met zo min mogelijk stress” geslacht. Hoe dat gebeurt is geen geheim. Te Voortwis: “Bij koeien wordt het hoofd gefixeerd. Er wordt een pin in geschoten, waardoor ze buiten bewustzijn raken. Daarna wordt de keel doorgesneden. Varkens en kippen krijgen een stroomstoot.” Naast vlees verkoopt Grutto ook vis, zoals wilde zalm uit de Canadese Yukon River. In juli en augustus mag daar een klein deel van de vis geoogst worden. De plaatselijke bevolking is kien op overbevissing. Als ze te veel vangen, hebben ze geen inkomen meer.

Het verschil tussen Grutto-vlees en kiloknallers uit de supermarkt is aanzienlijk. En daar begint misschien wel de lastigste discussie. Wil de consument meer betalen voor beter vlees en een gezondere keten met meer dierenwelzijn? Volgens Te Voortwis ligt daar een taak voor de overheid, die voor de juiste promotie zou moeten zorgen om de consument dit financiële offer te laten brengen: “Nederlanders betalen het minst van alle Europeanen voor hun eten. Slechts 8 procent van ons inkomen geven we uit aan voedsel, het Europese gemiddelde is 13 procent. Ons percentage zou eigenlijk naar 10 of 12 procent moeten. We moeten het normaal gaan vinden om meer te betalen voor beter vlees.”

De Nederlandse consument is juist gewend minder te betalen voor vlees en zuivel en wordt op maat bediend door de bio-industrie, die wordt geforceerd om op kostprijs te produceren. Dat moet veranderen, stelt Te Voortwis. De boeren uit de bio-industrie moeten geholpen worden de overstap te maken naar biologisch. Hoe? “Het begint allemaal met het elimineren van kunstmest. Met kunstmest vragen we meer van de bodem dan die kan geven, inclusief bodemverarming en vervuiling van lucht en water. En door de monocultuur verdwijnt de biodiversiteit. Maar stoppen met kunstmest en zorgen dat de bodem zo goed gaat functioneren dat die weer productief wordt, kost een paar jaar. Boeren hebben financiële slagkracht nodig om die dip door te komen.”

Boeren kunnen niet zonder kunstmest en de toeleveringsketen is er financieel afhankelijk van. Van al het Nederlandse gas wordt volgens Te Voortwis 25 procent gebruikt voor het maken van kunstmest: “Daarmee zijn veel economische belangen gemoeid. Er meteen mee stoppen is niet handig. Je wilt een rustige transitie van gangbare naar generatieve landbouw. Als dat uiteindelijk lukt, dienen we alle belangen. Het probleem is dat politici nog geen duidelijke stelling durven nemen en kennis missen van ethiek, duurzaamheid en voedzaamheid. Ze verschuilen zich achter theoretische stikstofmodellen om een paar schrale natuurgebiedjes te redden. Heel jammer! Meer burger, meer natuur en minder boer, dat is waar we naartoe gaan. Mijn boodschap: niet minder maar anders boeren. Natuurinclusief. Op hetzelfde oppervlak minder vee houden en samenwerken met de natuur.”

Het gevecht om ruimte moet in Nederland anders worden gevoerd, vindt de ondernemer. Nederland is na Bangladesh het dichtstbevolkte land ter wereld. Het laaghangend fruit is al lang geplukt: “De belangen van bouwers, burgers, landbouw en natuur zullen altijd schuren. Het ene belang gaat ten koste van het andere. Ik vind dat we groter moeten denken. Waarom niet een nieuw Schiphol opspuiten in de Noordzee? Dan zijn we af van de overlast in de Haarlemmermeer, waar we een stad kunnen bouwen voor een miljoen mensen. Dan hebben we al die landbouwgrond niet meer nodig voor woningbouw.”

De doodstrijd waarin veel Nederlandse boeren door de stilstofcrisis zijn terechtgekomen, probeert hij “holistisch” te bekijken. Actievoeren en met spandoeken wapperen heeft hij nooit gedaan en gaat hij nu ook niet doen. Maar de afbrokkelende status van het boerenbedrijf in Nederland gaat hem wel aan het hart. Hij snapt de woede van de boeren als geen ander. De tegenwerking die ze krijgen vindt hij kwalijk. Vlees wordt bestempeld als slecht en het verschil tussen industriële en natuurinclusieve landbouw wordt niet gezien. De maatregelen worden steeds extremer. Dat in Amsterdam, Haarlem en Nijmegen geen reclame meer gemaakt mag worden voor vlees, noemt hij censuur. Zulke rigoureuze en op emotie gebaseerde beslissingen hebben volgens hem niks te maken met vrijheid van meningsuiting.

Kortom: goed vlees is voedzaam en lekker en kan duurzaam en ethisch geproduceerd worden. Het allerbeste vlees komt regelrecht uit de natuur. Grutto heeft enkele jaren geleden een deal gemaakt met Staatsbosbeheer en verkoopt jaarlijks zo’n vierhonderd edelherten uit de Oostvaardersplassen (het overschot). Ook damhert, ree, haas en wildzwijn zijn in het jachtseizoen te koop. Te Voortwis gaat ook zelf graag jagen om een deel van de oogst binnen te brengen. Daarvoor moet hij wel een stukje rijden. In de Duitse deelstaat Rheinland-Pfalz, en soms in Tsjechië, jaagt hij voornamelijk op groot wild. Jagen is voor hem een serieuze aangelegenheid, waarvoor zelfs een speciale term is bedacht: weidelijkheid. De jager kent de biotoop, het gedrag en de leefomstandigheden van het wild. Onnodig lijden probeert hij altijd te voorkomen. Schieten doet hij alleen bij een gegarandeerd dodelijk schot en het gedode dier behandelt hij met waardigheid en zelfs “een eerbetoon”. Dit alles wordt gevierd met de maaltijd die erop volgt.

Ondertussen voltrekt zich de kruistocht tegen dierlijke eiwitten. De door WUR uitgerolde eiwittransitie en overstap naar hybride vlees en plantaardige eiwitten noemt hij “een geldgedreven verdienmodel, gebaseerd op fabrieksmatig gecontroleerde productie”. Vanuit voedzaamheid bekeken vindt hij de eiwittransitie “de grootste flauwekul”, want de mens heeft soms dierlijke eiwitten nodig om gezond te blijven. Te Voortwis: “We hoeven niet veel vlees te eten, sommigen misschien maar een paar keer per maand. Een veganistisch dieet? Dat kan alleen als je toegang hebt tot de juiste supplementen die perfect zijn afgestemd op je lichaam, maar daarvoor moet je al bijna een apotheker zijn. Ik heb zelf gezien dat een slecht veganistisch dieet gevolgen kan hebben. Mensen krijgen last van hun huid en gewrichten. Ze missen spierweefsel en raken oververmoeid. Wat ons betreft is de vraag niet of we vlees moeten eten maar hoe we dat op een goede manier kunnen doen.”

Deel dit artikel:

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.