Kabinet-Jetten zet in op militarisering van Nederland
Ab Gietelink| Datum: 26 september 2026
Beeld: ©Wilfred Klap
Defensiebudget binnen enkele jaren verdrievoudigd
Op Prinsjesdag presenteerde het Kabinet-Jetten een meerjarige stapsgewijze verhoging van de defensiebegroting die met miljarden groeit tot 45 miljard euro per jaar vanaf 2035. Er komen nieuwe militaire terreinen, meer militairen en een forse uitbreiding met nieuwe wapensystemen. En er komt een ‘selectieve dienstplicht’.
Het ministerie van Defensie presenteert haar budgetverhoging op de eigen website onder de kop: ‘Prinsjesdag: geld om te vechten, vol te houden en te vernieuwen’. De Nederlandse defensiebegroting stijgt fors. Ten opzichte van 2019 is er in 2027 een verdrievoudiging: het budget zwol van 10,7 miljard in 2019 naar 21,4 miljard euro in 2026 en 28,9 miljard in 2027. De uitgaven aan het leger stijgen daarmee fors boven de 2-procent-NAVO-norm naar 2,36 procent bbp. In lijn met de vorig jaar tijdens de NAVO-top in Den Haag afgesproken nieuwe NAVO-norm gaat het militaire budget naar 3,5 procent in 2035 ofwel naar 45 miljard per jaar. Daarnaast wil de politiek nog 1,5 procent bnp ofwel 17 miljard per jaar investeren in objecten waarvan Defensie profijt heeft, zoals wegen, bruggen, spoorlijnen en vliegvelden.
Een groot deel van het budget gaat naar personeelsuitbreiding. Bij Defensie werken nu 85.000 mensen en dat moet in de komende jaren stijgen naar 100.000, waarvan 30 procent vrouwen. Op termijn zet men in op een krijgsmacht van 200.000 mannen en vrouwen.
In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) worden de uitbreidingsplannen uitgewerkt. Defensie krijgt 18,6 km2 extra grond toegewezen. Er komen de komende jaren 56 nieuwe defensielocaties en dat zal ten koste gaan van landbouw- en recreatieve grond. Nieuwe oefenterreinen zijn gepland op de Werterheide, de Oirschotse Heide en in natuurgebieden nabij Assen, Apeldoorn en Lelystad.
Bij Staphorst komt een extra grootschalig militair oefenterrein. Op de Maasvlakte komt een nieuw terrein voor amfibische trainingen en helikopteroefeningen. Lelystad Airport krijgt een militaire afdeling voor JSF-jachtvliegtuigen. Het ministerie van Defensie bouwt verder een nieuwe megakazerne in Zeewolde voor ongeveer 7000 militairen en ondersteunende eenheden.
Er komen daarnaast nieuwe locaties voor extra munitiedepots, landingslocaties voor helikopters en specifieke uitbreidingen van de bestaande militaire vliegvelden Woensdrecht, Gilze Rijen en Eindhoven.
60 procent van het extra budget is gereserveerd voor nieuwe geavanceerde wapensystemen, die grotendeels uit het buitenland komen. De huidige standaardwapens van de infanterist (Colt Canada C7NLD (geweer) of de C8NLD (karabijn) wordt vervangen door een serie van nieuwe geavanceerde aanvalswapens. Er is geld gereserveerd voor nieuwe antitankwapens. Nederland gaat daarbij 46 Duitse Leopard tanks aanschaffen. Er wordt ingezet op nieuwe onderzeeboten van de ORBA klasse. Vanzelfsprekend zijn er veel middelen gereserveerd voor onbemande wapensystemen en drones.
Ook het Nederlands militair-industrieel complex krijgt door defensieopdrachten een flinke injectie. In Hengelo bouwt defensiebedrijf Destinus grote drones. Het bedrijf is om die reden reeds op de Russische hitlijst geplaatst. De vroegere DAF- en Nedcar-locatie Born in Limburg wordt reeds gebruikt als productie- en innovatiecentrum van de Nederlandse defensie-industrie.
Een groot deel van de bestaande peperdure Nederlandse militaire apparatuur wordt weggegeven aan Oekraïne. Dat land kreeg reeds schenkingen voor 3 miljard euro aan F-16’s en militaire voertuigen. Nederland kocht onder meer 45 T-72 tanks van Sovjetmakelij uit Tsjechische voorraden voor Oekraïne. Hierbij komt nog gratis opvang van vluchtelingen en noodhulp aan Oekraïne.
Het land is volgens gevluchte Oekraïense journalisten als Julia Mendel en Diana Panchenko door de voortslepende oorlog verworden tot een militaire politiestaat en financieel feitelijk failliet. De Europese Unie betaalt via leningen het Oekraïense ambtenarenapparaat en de wederopbouw, waaraan Nederland fors bijdraagt. Die leningen zijn grotendeels renteloos en hoeven pas te worden terugbetaald als Oekraïne zich dat kan permitteren. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de Europese landen nog iets van al die miljardenleningen terugzien.
Europa gaat voor honderden miljarden investeren in de eigen militaire infrastructuur. Nederland en de Europese Unie zetten daarmee in op militaire expansie en oorlogsbeleid. Vredesbeleid staat nadrukkelijk niet op de agenda. Politiek, bestuur en media noemen dat investeren in ‘veiligheid’. De grondgedachte daarbij is dat ‘veiligheid’ groeit als gevolg van meer wapens en militaire instrumenten.
Europa heeft nu drie keer zoveel inwoners als Rusland (450 miljoen vs. 150 miljoen) en een gezamenlijk bnp dat acht- tot tienmaal zo groot is. Zelfs gemeten naar koopkrachtpariteit is de Europese economie vier keer groter dan de Russische economie. Europa heeft ook zonder extra investeringen reeds een militair budget dat driemaal groter is dan dat van de Russische federatie. Als men compenseert naar de prijsindex en hoeveelheid militairen en wapentuig in Europa optelt komt men op 2 miljoen militairen. Rusland heeft 1,4 miljoen militairen. Bij die Europese aantallen is Oekraïne met zijn 800.000 militairen, voorzien van de modernste NAVO-wapens, niet meegenomen. Daarnaast zijn ook de 650.000 man van NAVO-krijgsmacht Turkije niet in de berekening meegenomen.
We hebben het nadrukkelijk ook niet over de NAVO met in totaal twaalf keer zoveel budget als de Russische Federatie, waarbij alleen Amerika al acht keer zoveel budget heeft als Rusland.
President Poetin heeft die harde cijfers paraat. Toen hem gevraagd werd of hij van plan was de NAVO aan te vallen, glimlachte hij hoofdschuddend en rekende op basis van de harde cijfers voor dat de Russisch Federatie in verhouding met de NAVO-reus een dwerg is. Desondanks stoken Europese leiders als Von der Leyen, Rutte, Merz en Macron het oorlogsklimaat op door te verkondigen of te suggereren dat het Russische leger zomaar Europa kan binnentrekken.
Europa is volgens de Amerikaanse auteur en hoogleraar John Mearsheimer van vredesproject tot expansionistisch oorlogsproject verworden. Europa en Nederland voeren geen vredesbeleid inzake Rusland en mijden zelfs ieder contact. Vredesinitiatieven zijn taboe of worden weggezet als pro-Russische propaganda. Het denken is gericht op wantrouwen, bewapening en militaire expansie, stelt Mearsheimer.
Waar haalt Defensie het personeel vandaan voor de grootse ambities? Sinds 1997 is de Nederlandse dienstplicht voor mannen niet afgeschaft, maar opgeschort. De Koude Oorlog was in 1989 voorbij en Nederland koos in lijn met andere Europese landen voor een kleinere geheel professionele krijgsmacht. Nu de westerse politiek voor her-militarisering kiest, wil staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk de huidige opgeschorte dienstplicht binnen drie jaar vervangen door een selectieve opkomstplicht voor jongeren tussen 18 en 27 jaar, zo maakte hij op 11 september bekend.
Op haar website beschrijft Defensie de invulling van de ‘selectieve dienstplicht’. Jongeren vanaf 17 jaar worden geacht een enquête in te vullen waarbij wordt gevraagd naar hun motivatie en vaardigheden. In de eerste fase van het plan wordt nadrukkelijk ingezet op vrijwilligheid, maar dat kan afhankelijk van ‘het internationale klimaat’ veranderen. Het NAVO-beleid is hierin leidend. Dus mocht de NAVO van mening zijn dat internationale spanningen oplopen en elders in de wereld militaire activiteit wenselijk is, dan heeft dat effect op het verplichtende karakter van de dienstplicht.
Men kan dan inzetten op verplichtende selectie van gemotiveerde en van specifieke vaardigheden voorziene jongeren. Hierbij moet men volgens Defensie denken aan IT’ers, technici en medici. Het ‘dienmodel’ bevat tevens verplichte militaire weerbaarheidstrainingen. Wie weigert op te komen kan strafrechtelijk worden vervolgd. Een terugkeer naar het oude systeem van algemene dienstplicht acht Defensie in dit stadium niet wenselijk en wegens logistieke problemen niet haalbaar.
Ab Gietelink is auteur en journalist. Over de oorlog in Oekraïne publiceerde hij het boek ‘Tunnelvisies’.
