Kritiek op draagmoederschap is geen homohaat
Esther Hendriksen | Datum: 25 oktober 2026
Illustratie: ©Wilfred Klap
“Wat dit met een kind doet, is niet goed onderzocht”
Deze week werd bekend dat premier Rob Jetten en zijn verloofde Nicolás Keenan in het voorjaar van 2027 een kind verwachten via een draagmoeder. Volgens Esther Hendriksen worden daarbij de belangen van het kind geschaad en betaalt ook de moeder een hoge prijs.
De Morgen schreef dat het stel na de bekendmaking werd “overspoeld met homohaat”. De Belgische krant somde enkele reacties op: “Arm kind, het einde van de wereld is nabij” en “Rob Jetten heeft een kind besteld”. Ook De Telegraaf duidt de kritiek die er is op het ouderschap van de twee mannen als homohaat: ‘Toenemende homo-intolerantie moet halt worden toegeroepen’, staat boven het hoofdredactioneel commentaar.
Scheldpartijen over iemands geaardheid zijn verwerpelijk. Maar door alle negatieve reacties als homohaat te bestempelen, worden ook inhoudelijke bezwaren tegen draagmoederschap afgeserveerd. Dat is onterecht. Er zijn immers tal van gegronde bezwaren tegen het construct draagmoederschap die niet gaan over wie het kind krijgt, maar over wat het kind daarbij verliest.
Ik schrijf dit niet vanaf de zijlijn. Mijn eigen kinderwens is onvervuld gebleven, dat verdriet voel ik nog dagelijks. Juist daarom weet ik hoe intens dat verlangen kan zijn. Maar dat verlangen mag nooit prevaleren boven de belangen van het kind wiens stem in de hele discussie niet gehoord wordt.
Stem van de moeder
Een pasgeborene komt niet als onbeschreven blad ter wereld. Al in de baarmoeder raakt het vertrouwd met de stem van de vrouw die het draagt. De geboorte is normaal gesproken de overgang van de ene vorm van nabijheid naar de volgende: het kind verlaat het lichaam van zijn moeder, maar vindt haar terug in haar armen, haar huid, haar stem, haar geur en haar zorg. Niet voor niets adviseert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om moeder en kind direct na de geboorte huid op huid te leggen en hen niet te scheiden zonder medische noodzaak. Bij draagmoederschap wordt die natuurlijke continuïteit op het meest kwetsbare moment beëindigd.
De lichamelijke verbondenheid is zelfs nog explicieter: tijdens iedere zwangerschap vindt een uitwisseling van cellen plaats tussen moeder en kind, waarbij foetale en maternale cellen in elkaars lichaam terechtkomen en daar soms tientallen jaren aanwezig blijven, zelfs in organen als het hart, de longen en de hersenen. De zwangerschap eindigt biologisch dus niet wanneer de navelstreng wordt doorgeknipt: de twee lichamen zijn zo diep met elkaar verweven geraakt dat de uitwisseling nog jaren later aantoonbaar is. Zelfs als sommige draagmoeders erin slagen emotioneel afstand te nemen van het kind dat zij hebben gedragen, zal hun lichaam dat níet doen. Bij draagmoederschap wordt het kind niet door een tragisch ongeluk, maar volgens plan van de moeder gescheiden. In het geval van Jetten komt daar nog iets bij: het kind heeft een genetische moeder (de eiceldonor) én een geboortemoeder (de draagmoeder), terwijl het uiteindelijk door geen enkele moeder, maar door twee vaders, zal worden opgevoed.
Wat dat met een kind doet, is niet goed onderzocht. In een onderzoek dat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) voor de Nederlandse wetgever liet uitvoeren, kwamen welgeteld drie (!) kinderen aan het woord, gedurende 5 tot 10 minuten, mét hun ouders erbij. Welk kind uit dan verdriet of boosheid over zijn afkomst? De gebrekkig beschikbare onderzoeksgegevens bieden weinig houvast om de mogelijke schade voor het kind vast te stellen.
Intussen getuigen talloze inmiddels volwassen kinderen die via draagmoederschap zijn geboren van de onuitwisbare schade die zij hebben ondervonden, variërend van extreme verlatingsangst tot het onvermogen duurzame relaties aan te gaan. Zij legden dit vast in The Declaration of Casablanca (zie link). Juist zolang gedegen onderzoek ontbreekt, mogen dergelijke getuigenissen niet worden genegeerd, maar moeten ze aanleiding zijn tot grote terughoudendheid. Opvallend genoeg is de wet bij dieren wél streng. Een pup of kitten mag pas na zeven weken bij de moeder weg, een jonge chimpansee pas na vierenhalf jaar, omdat te vroege scheiding hun welzijn schaadt. Maar bij een pasgeboren mens zouden we dat risico zomaar mogen nemen?
Ook de draagmoeder betaalt een prijs. Van haar wordt verwacht dat zij de zwangerschap lichamelijk volledig ondergaat, maar zich emotioneel juist distantieert van het kind dat in haar groeit: ze moet het immers direct na de geboorte afstaan. Het enige onderzoek dat ‘altruïstische’ en zorgvuldig gescreende draagmoeders twintig jaar volgde, vond bij een kwart van hen alsnog een verhoogd risico op psychische problemen (zie link). Bij betaalde draagmoeders werden significant hogere depressiescores gemeten.
De zogenaamde afstandsmoeders uit de jaren ’80 — moeders die niet bij hun kind wonen of geen dagelijkse rol spelen in de opvoeding — kregen dit jaar nog excuses van het kabinet, omdat zij onder druk hun kind moesten afstaan. Hun leed is pas na decennia erkend.
Een kind krijgen is geen recht
Een laatste bezwaar tegen het draagmoederschap gaat over het gezin. Een kind is geen recht dat volwassenen kunnen opeisen als hun omstandigheden niet met natuurlijke voortplanting verenigbaar zijn. Het traditionele gezin van vader, moeder en kind is geen culturele constructie, maar volgt uit de biologie. Diverse onderzoeken (zie link) laten zien dat moeders en vaders gemiddeld verschillend met hun kinderen omgaan en niet zonder meer uitwisselbaar zijn. Dat betekent niet dat een kind zonder vader of moeder niet toch gelukkig kan zijn, maar het is iets fundamenteel anders wanneer volwassenen al vóór de conceptie besluiten dat een kind zonder moeder zal opgroeien. Zo raakt het gezin van vader, moeder en kind, eeuwenlang de hoeksteen van onze samenleving, steeds verder op de achtergrond, als één optie tussen vele.
Momenteel ligt bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel dat een nieuwe, georganiseerde scheiding van moeder en kind wettelijk regelt: de Wet kind, draagmoederschap en afstamming. Het voorstel bepaalt onder andere dat een rechter vooraf moet toetsen, het kind recht heeft op afstammingsinformatie en de wensouders vanaf de geboorte de wettelijke ouders worden. Op papier lijkt alles netjes geregeld, maar de regering geeft in de toelichting zelf toe dat misstanden, zeker in het buitenland, niet zijn uit te sluiten.
Zelfs als alles perfect geregeld zou zijn, blijft de kern van het probleem bestaan. Het traject van premier Jetten bewijst dat: zorgvuldiger dan dit wordt het niet, en nog steeds wordt een kind bij de geboorte weggehaald bij de vrouw die het droeg. Geen rechterlijke toets maakt dat ongedaan. Daarom hoort Nederland draagmoederschap niet te faciliteren, maar tegen te gaan: in álle vormen, betaald of onbetaald, in Nederland of in het buitenland, met of zonder eigen eicel van de draagmoeder. Er bestaat niet zoiets als een recht op een kind. Wat wél bestaat, zijn de rechten van het kind.
Casablanca Declaration: dakl.nl/casablancaverklaring
Onderzoek naar de rol van vader en moeder: dakl.nl/rol-ouders
Onderzoek naar de ervaringen van draagmoeders: dakl.nl/draagmoeders
Esther Hendriksen is te gast bij De Andere Tafel op zondag 25 oktober vanaf 12:00.
Noot: Esther Hendriksen is beleidsmedewerker medische ethiek van Forum voor Democratie en daarnaast de persoonlijk medewerker van Kamerlid Gideon van Meijeren. Ter voorbereiding op de aanstaande behandeling van de Wet kind, draagmoederschap en afstamming in de Tweede Kamer bestudeerde zij het wetsvoorstel, de onderliggende onderzoeken en de realiteit die met het draagmoederschap gepaard gaat.
