Vernietigend rapport zonne-energie verdwijnt in la
Bert Weteringe | Datum: 13 juli 2026
Zonnepark op het Groningse platteland. Fotografie: Creative Nature_nl
‘Zonnepanelen versnellen klimaatopwarming’
Ongeveer 95 procent van de zonnepanelen die de afgelopen drie jaren in Nederland zijn geïnstalleerd, verdient de CO2-uitstoot van de productie en installatie niet terug binnen de levensduur. De CO2-terugverdientijd is voor die panelen waarschijnlijk meer dan 25 jaar, terwijl hun levensduur gemiddeld tussen de 12 en 15 jaar is. Dit blijkt uit een rapport van een semi-ambtelijke werkgroep — dat bij het ministerie van Economische Zaken in een la verdween, maar in handen kwam van deze krant. Het rapport concludeert dat zonnepanelen via extra CO2-uitstoot klimaatopwarming versnellen.
Ze vormen een onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid en zijn al bijna niet meer weg te denken uit ons straatbeeld: zonnepanelen. Vanwege de vermeden CO2-uitstoot bij het opwekken van elektriciteit zouden zonnepanelen moeten bijdragen aan de strijd tegen de opwarming van de aarde, zo wordt ons verteld. Inmiddels liggen er in Nederland zoveel — ongeveer 10 miljoen panelen met een totaal opgesteld vermogen van 30 gigawatt — dat ze op zonnige momenten ongeveer twee keer zoveel elektriciteit produceren dan Nederland op dat moment nodig heeft. Vruchtbare landbouwgronden werden opgeofferd om plaats te maken voor velden vol met zonnepanelen en daken werden, gestimuleerd door subsidies, in razend tempo volgelegd. In totaal bedekken ze een oppervlakte van rond de twintig vierkante kilometer.
Een rapport over duurzame zonnepanelen dat eind 2024 werd opgesteld en in handen kwam van deze krant, schetst echter een heel ander beeld over de rol van zonnepanelen in het klimaatbeleid: “De carbon payback time — ofwel de tijd die nodig is om de CO2-uitstoot van de productie en installatie van zonnepanelen terug te verdienen — is waarschijnlijk langer dan de verwachte levensduur. Daarmee zullen deze zonnepanelen klimaatopwarming versnellen”, zo luidt een van de conclusies van het rapport. Daarnaast concludeert het rapport dat de carbon payback time de komende jaren verder zal toenemen, omdat de panelen nog vaker zullen worden uitgeschakeld vanwege het overaanbod op het stroomnet.
Het rapport dateert van december 2024 en had tot doel organisaties te stimuleren “duurzamere zonnepanelen” te kopen — zonder giftige stoffen als pfas en lood, en zonder Oeigoerse dwangarbeid. Het betreft een analyse van de Public Buyers Group voor Duurzame Zonnepanelen, een organisatie die bestaat uit overheidsbedrijven, gemeenten, waterschappen en een energiebedrijf. De groep onderzocht vanaf begin 2022 via literatuuronderzoek en expert-interviews de belangrijkste duurzaamheidsaspecten van zonnepanelen, zoals de levensduur, CO2-voetafdruk, toxische stoffen en dwangarbeid. Ondanks de vernietigende resultaten, bleef het stil nadat het rapport bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat was ingediend. Na vragen van De Andere Krant laat het ministerie weten dat de beleidsdirectie Strategie Energiesysteem destijds kennis heeft genomen van het rapport, maar stelt dat de conclusies onvoldoende worden ondersteund door algemeen aanvaarde wetenschappelijk inzichten (zie kader).
Volgens het rapport worden vrijwel alle Nederlandse zonnepanelen gemaakt in China op basis van silicium zonnecellen. Vooral de productie van zuiver silicium zorgt voor veel CO2-uitstoot. Silicium wordt geproduceerd uit een mengsel van kwartszand en steenkoolpoeder, een proces dat zeer veel elektriciteit vergt. Bovendien zorgt de verbranding van steenkoolpoeder voor directe CO2-uitstoot, zo stelt het rapport. Ook de opvolgende productiestappen, zoals de zuivering en kristallisatie van silicium vergen veel elektriciteit. De meeste elektriciteit — circa 65 procent — wordt in China nog steeds met kolencentrales geproduceerd, wat zorgt voor de nodige CO2-uitstoot.
Ook bij de productie van andere benodigde materialen voor zonnepanelen, zoals het glas en aluminium voor de frames, koper voor de bekabeling en het staal voor de constructie, komen volgens het rapport “forse hoeveelheden broeikasgassen vrij”. Alles bij elkaar wordt voor de productie en installatie van zonnepanelen op daken een totale CO2-uitstoot gerapporteerd van 1440 kg CO2 per kilowatt geïnstalleerd vermogen. Dit betekent dat wanneer de 30 gigawatt aan zonnepanelen die Nederland rijk is allemaal op daken zou liggen er 43,2 megaton CO2 voor de productie en installatie van deze panelen is uitgestoten: net zoveel als de jaarlijkse uitstoot van 2,5 miljoen huishoudens in Nederland — volgens cijfers van de uitstoot per huishouden die door voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal zijn gerapporteerd. Het rapport van de Public Buyers Group stelt bovendien dat de CO2-voetafdruk voor zon-op-land en zon-op-water tussen de 50 en 80 procent hoger ligt dan voor zon-op-dak, onder andere door extra benodigd montagemateriaal en extra benodigde kabels. Daarmee ligt de totale CO2-uitstoot voor de Nederlandse zonnepanelen in werkelijkheid veel hoger dan hierboven geschetst.
In het rapport van de Public Buyers Group wordt vervolgens berekend hoeveel jaren het duurt voordat een zonnepaneel zoveel ‘schone’ energie heeft opgewekt dat de CO2-uitstoot van de productie en installatie is terugverdiend — de carbon payback time. Het resultaat is schokkend: voor 95 procent van de zonnepanelen die de afgelopen 3 jaar in Nederland zijn geïnstalleerd, is de carbon payback time meer dan 25 jaar. Dit terwijl de realistische, gemiddelde levensduur van zonnepanelen wordt geschat op 12 tot 15 jaar.
Een van de experts die betrokken was bij de analyse wil uitsluitend anoniem reageren, zijn naam is bekend bij deze krant. Volgens de expert waren de uitkomsten onverwacht: “Aanvankelijk dacht ik dat er ergens een fout in de berekeningen moest zitten. Maar naarmate de gegevens verder werden geanalyseerd, werd duidelijk dat dit een gigantisch probleem is.”
Een belangrijk onderdeel van de berekeningen is het toenemende aantal uren waarin zonnepanelen worden afgeschakeld vanwege een overaanbod van zonnestroom, zogeheten curtailment (begrenzing, inperking — red.) Daardoor produceren panelen minder elektriciteit dan waarvoor ze oorspronkelijk zijn ontworpen. “Het probleem van curtailment groeit snel”, zo stelt het rapport. “Hierdoor duurt het langer voordat de uitstoot van productie wordt terugverdiend.” Er wordt geschreven over afschakelpercentages die de komende jaren oplopen naar 60 tot 75 procent, maar volgens de betrokken expert is het waarschijnlijk dat de werkelijkheid inmiddels zelfs ongunstiger is dan in het rapport wordt aangenomen.
De bevindingen hebben het beeld van de betrokken expert ten aanzien van zonnepanelen compleet veranderd. “Waar ik in 2012 nog een optimistische voorstander was, ben ik nu tegen zoveel zonnepanelen”, zo stelt de expert. “Ik zou de bestaande zonnepanelen laten liggen, maar ik zou er geen enkel zonnepaneel meer bij plaatsen. Als het echt om klimaatbeleid gaat, moeten we opnieuw kijken welke technologieën daadwerkelijk de meeste CO2-reductie opleveren. Niemand kijkt kritisch en rationeel naar de feiten, naar zaken als de uitstoot buiten Nederland. Het huidige beleid is in feite krankzinnig.”
Het ministerie bevestigt dat de beleidsdirectie Strategie Energiesysteem kennis heeft genomen van het rapport. Volgens het ministerie zijn de bevindingen “onvoldoende onderbouwd door algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten”. Daarom is de analyse niet direct betrokken bij de beleidsvorming rond zonne-energie. Wel benadrukt het ministerie dat de CO2-voetafdruk van zonnepanelen onderdeel uitmaakt van het beleid: vanaf dit jaar stelt de SDE++-regeling eisen aan de maximale CO2-voetafdruk van zonnepanelen.
Meer in De Andere Krant: Lees in de krant meer opmerkelijke nieuwsberichten, achtergronden, columns en bijzondere initiatieven en tips in onze SamenLeven rubrieken.
Lees meer en weet meer met een abonnement op De Andere Krant. Nog geen abonnee? Overweeg dan een van onze abonnementen of probeer 6 weken voor € 20 met het proefabonnement en steun de onafhankelijke journalistiek!
