Extreem geweld Syrische asielzoekers wordt structureel verzwegen
Erick Overveen | Datum: 18 juni 2026
Videostill Opsporing Verzocht van 1 juni 2026
Paul Cliteur: “Schaamt de overheid zich ervoor dat ze de orde en veiligheid niet kan waarborgen?”
Op veel plekken in Nederland zorgen groepen rondtrekkende Syrische mannen voor overlast met buitensporig geweld. Uit angst racisme aan te wakkeren en rechtse politici in de kaart te spelen, berichten de reguliere media er slechts summier over. Internationaal speelt hetzelfde mechanisme. Media lijken bewust de etniciteit van de daders niet te benoemen om verdere onrust in de samenleving te voorkomen.
Op woensdag 21 januari 2026 vlucht een 19-jarige jongen een Albert Heijn in Groningen binnen, achtervolgd door een groep Syrische asielzoekers. Hij duikt weg achter de servicebalie — tevergeefs. Wat volgt is volgens de politie zo extreem dat Opsporing Verzocht de beelden geblurd uitzendt. De daders schoppen op zijn hoofd en blijven dat doen, ook als hij al niet meer beweegt. Een medewerker die ingrijpt, krijgt ook klappen. Het slachtoffer dat bewusteloos op de grond ligt, eindigt zwaargewond in het ziekenhuis. Het merendeel van de daders is nog voortvluchtig: tot nu toe heeft zich pas één verdachte gemeld.
Influencer Mees Wijnants reageerde direct fel op zijn socials: “Waarom moeten wij Nederlanders accepteren dat dit soort mensen in Nederland is? Ze hebben hier helemaal niks te zoeken en zouden direct uitgezet moeten worden naar Syrië. En het nieuws rapporteert er weer bar weinig over.” Wijnants vervolgt: “Stel dat het andersom was geweest — dat een groep witte Nederlanders die een Marokkaanse of zwarte jongen in elkaar hadden geschopt, dan zou de Koning een extra liveshow doen om zijn excuses aan te bieden. Maar nu? Helemaal niks. Ze komen op Opsporing Verzocht en daar blurren ze direct alle beelden zodat we niet kunnen zien wie het zijn.”
Paul Cliteur, emeritus hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschap verbonden aan de Universiteit van Leiden, zegt tegen De Andere Krant: “Ik vind dat ook twijfelachtig, dat geblurd publiceren. Het komt toch voor in de werkelijkheid? De werkelijkheid is toch gruwelijk? Het is toch nodig dat de overheid burgers voorbereidt op een confrontatie met de gruwelijke werkelijkheid? Of schaamt de overheid zich soms dat zij haar primaire taak, het handhaven van de orde, rust en veiligheid op straat niet heeft kunnen waarborgen?”
Soortgelijke mechanismen zien we terug in Engeland. In de nacht van 3 december 2025 ligt de 18-jarige Britse student Henry Nowak dood te bloeden op straat in Southampton. De dader, de 23-jarige Vickrum Singh Digwa, heeft hem zojuist vijf keer in de borst gestoken met een Sikh-ceremonieel mes, waarna hij zelf de politie belde: híj zou het slachtoffer zijn van een racistische aanval. Als de agenten arriveren, is Nowak stervende op straat. “I’ve been stabbed,” zegt hij. Een van de agenten reageert laconiek: “I don’t think you have, mate.” Digwa kijkt toe terwijl Nowak om hulp smeekt: “I can’t breathe.” In plaats van Henry te helpen, slaan de agenten hem in de boeien. Nog geen minuut later is hij dood. Pas als de bodycam-beelden later uitlekken, vliegt de vlam in de pan: dagenlang staat Engeland bol van protesten. Er worden Kamervragen gesteld over geruchten over two-tier policing: een politiekorps dat met twee maten meet. Als gevolg daarvan is de Britse politie direct begonnen met een herziening van hun ‘Police Anti-Racism Commitment’, het document waarin staat dat ‘raciale gelijkheid’ niet betekent dat iedereen hetzelfde behandeld wordt en dat politiemensen niet ‘kleurenblind’ zijn. De verantwoordelijke minister erkende dat met deze formuleringen “de verkeerde indruk” wordt gewekt.
De rol van de Britse autoriteiten bij Nowaks moord staat niet op zichzelf. Het past in een bredere discussie die Engeland al jaren bezighoudt. In juni 2025 bracht het nationale onderzoek van de Britse parlementariër Baroness Casey naar Pakistaanse grooming gangs pijnlijke cijfers naar buiten die jarenlang nauwelijks onderwerp van publiek debat waren. Volgens het rapport blijkt dat alleen al in Rotherham tussen 1997 en 2013 naar schatting 1400 minderjarige meisjes slachtoffer werden van systematische seksuele uitbuiting. Van de verdachten van wie de etnische achtergrond bekend was, had 64 procent een Pakistaanse afkomst, terwijl mensen met een Pakistaanse achtergrond slechts ongeveer 3,9 procent van de Britse bevolking vormen. Het rapport constateert bovendien dat in meer dan 60 procent van de onderzochte groepsmisbruikzaken de etnische achtergrond van verdachten niet door de politie was geregistreerd. Casey schrijft dat instanties jarenlang terughoudend waren om de etniciteit van daders te benoemen uit angst voor de “raciale gevoeligheid” van het onderwerp en de mogelijke maatschappelijke gevolgen daarvan.
Heerst er in Nederland een soortgelijke zwijgcultuur ten aanzien van allochtonen? Een woordvoerder van de politie Amstelland reageert als door een wesp gestoken op vragen hierover van De Andere Krant: “Er zijn geen wetten of mediarichtlijnen die ons verbieden de etnische achtergrond van daders in de aangiften te vermelden of naar de media toe. Het slaat helemaal nergens op wat u hier vraagt. En daar willen we het bij laten.” En hoe zit het met de nieuwsdiensten en andere media dan? Een woordvoerder van de NOS zegt desgevraagd: “Details over etnische afkomst, sekse, uiterlijke kenmerken of seksuele voorkeur van mensen die in het nieuws voorkomen, worden alleen vermeld als deze voor de strekking van het onderwerp relevant zijn.”
De vraag is of zo’n keuze onze democratische rechtsstaat ondermijnt. “Dat ligt aan welke ethiek je hanteert,” zegt politiek filosoof Sid Lukkassen tegen De Andere Krant, “vanuit de plichtsethiek moet je altijd de waarheid spreken, ongeacht de consequenties. Door deze feiten weg te moffelen maakt de staat zichzelf ongeloofwaardig.”
Hoewel er geen formele regels zijn, doen de meeste journalisten en publicisten aan een vorm van zelfcensuur zodra het over crimineel gedrag van mensen uit ‘gevoelige’ groeperingen gaat. Een medewerker van een AKO-boekhandel in Hilversum, Amine B., werd aangehouden nadat hij het boek Ik ga leven van Lale Gül, over haar afrekening met haar islamitische geloof, in stukken had gesneden en een boekverkoper had bedreigd. Het OM eiste zes maanden cel en tbs met dwangverpleging. Veelzeggend is wat Gül zelf later in haar Parool-column over deze kwestie schreef: dat ze het incident bewust had verzwegen. “Omdat ik het mentaal niet meer aankon.” Ook voegde zij hieraan toe: “Ik heb ook bewust niets gezegd over de aanslag op Salman Rushdie, terwijl ik daarover door veel tv-redacties ben gebeld.” Ook in de mainstream-pers werd nauwelijks aandacht aan de zaak besteed, laat staan dat werd gevraagd uit welke hoek Amine B. eigenlijk kwam (Marokkaans).
Dat de zwijgcultuur niet alleen bij de pers ligt, maar ook door de autoriteiten zelf wordt aangestuurd, bewijst de zaak van de 14-jarige Tamar uit Marken. Zij werd na het uitgaan op de Zeedijk bij Marken aangereden en dood achtergelaten in de berm. De politie vertelde haar moeder eerst dat de bestuurder Duits zou zijn. Later bleek het om vier Iraakse asielzoekers uit Duitsland te gaan. Op haar vraag waarom de politie over de afkomst van de daders had gelogen, antwoordde een woordvoerder: “We wilden niet dat deze zaak Wilders in het zadel zou helpen.” De bestuurder kreeg in 2021 een boete van 1500 euro voor “onvoldoende op de weg letten” en dook daarna onder. Forensisch onderzoek wees uit dat Tamars lichaam was verplaatst na de aanrijding. Pas na een artikel-12-procedure door de familie wordt de bestuurder alsnog vervolgd.
Door de krampachtigheid waarmee media en autoriteiten met crimineel gedrag van asielzoekers omgaan, blijft een actueel fenomeen onderbelicht in het publieke debat: het feit dat Syrische jongemannen tientallen Nederlandse binnensteden onveilig maken. In mei 2025 sloeg Ahmed Marcouch als eerste alarm over groepen overlastgevende Syrische jongeren in zijn Arnhemse binnenstad. Diezelfde maand sloten de burgemeesters van Utrecht, Nijmegen, Groningen en Den Bosch zich daarbij aan. Zij richtten zich in een gezamenlijke noodkreet tot het kabinet, omdat ze “nauwelijks grip” kregen op een groep agressieve Syriërs die door het land zwerft. In de kranten en talkshows bleef het hierover opvallend stil. Zelfs toen burgemeester Jack Mikkers in Den Bosch eind vorig jaar een collectief gebiedsverbod instelde voor zevenentwintig Syrische jongeren tegelijk, bleven de meeste media zwijgen.
In de Amsterdamse binnenstad geldt hetzelfde patroon. Jonge Syrische asielzoekers uit azc’s in Zaandam en Wormerveer terroriseren volgens winkeliers de Kalverstraat, Leidsestraat, Nieuwendijk en Rokin. Wat begint als winkeldiefstal escaleert tot beroving en zware mishandeling. Vrouwelijk personeel wordt toegebeten: “Ik gooi bommen op jullie, ik maak jullie dood”, verklaart een winkelmedewerker tegenover De Andere Krant. Eén dief viel een ondernemer aan met een boksbeugel; beveiligers werden geconfronteerd met nepvuurwapens en machetes. Steeds meer winkels sluiten noodgedwongen al om vijf uur ’s middags. De daders, in de woorden van de winkeliers, “riskeren alles en lachen om mogelijke straffen”.
De cijfers onderstrepen de omvang van het probleem. In 2020 werd in Nederland de Top-X-lijst ingevoerd, een overzicht van overlastgevende asielzoekers. Eind 2025 staan daarop 1280 personen, van wie meer dan de helft Syrisch is. Een Kamermotie voor een landelijk actieplan heeft volgens de voormalige minister van Asiel en Migratie David van Weel (nu van Justitie) vooralsnog “nog niet veel” opgeleverd. “Het is frustrerend dat we ze niet kunnen uitzetten. Syrië werkt niet mee”, erkent hij.
De Syrische jongemannen die overlast veroorzaken in Nederland zijn voornamelijk asielzoekers of statushouders die sinds de burgeroorlog (2011) naar Nederland zijn gekomen. Het gaat vooral om mannen tussen de 18 en 35 jaar. Syriërs vormen al jaren de grootste nationaliteit in de COA-opvang — ongeveer 40 procent in 2024. Volgens het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum dat onder het ministerie van Justitie valt, had 40 procent van de betrokkenen bij incidenten in asielopvang de Syrische nationaliteit in 2024. Van alle Syriërs in de opvang was 11 procent betrokken bij een incident — vooral winkeldiefstal, vernieling en openbare ordeverstoring. Veel van deze jongeren komen uit oorlogsgebied, hebben een laag opleidingsniveau en verblijven lang in een noodopvang.
Op maandagavond 8 juni 2026, even na 22.30 uur, probeerde een Sudanese asielzoeker in Noord-Belfast een 40-jarige man op straat te onthoofden. Gavin Robinson, leider van de Noord-Ierse unionistische partij DUP, noemde het “een middeleeuwse, barbaarse en systematische verminking van een individu”. De 30-jarige verdachte was in september 2023 in Noord-Ierland aangekomen en had daar een verblijfsvergunning als asielzoeker gekregen. Binnen 24 uur stond Belfast in brand: auto’s en bussen werden in brand gestoken, asielzoekers belaagd en migrantengezinnen geëvacueerd onder politiebescherming. De Nederlandse media konden er niet onderuit aandacht te schenken aan de bijna-onthoofding (een ‘gewelddadig steekincident’ volgens De Telegraaf) maar schonken vooral aandacht aan de gevolgen: ‘grimmige anti-immigratiebetogingen’ (Brabants Dagblad), ‘groepen mannen die de straat opgaan om hun woede bot te vieren’ (de Volkskrant) en de Noord-Ierse premier Michelle O’Neill die benadrukte “dat de aanval niet mag worden aangegrepen om haat of racisme aan te wakkeren” (De Telegraaf).
Meer in De Andere Krant: Lees in de krant meer opmerkelijke nieuwsberichten, achtergronden, columns en bijzondere initiatieven en tips in onze SamenLeven rubrieken.
Lees meer en weet meer met een abonnement op De Andere Krant. Nog geen abonnee? Overweeg dan een van onze abonnementen of probeer 6 weken voor € 20 met het proefabonnement en steun de onafhankelijke journalistiek!
