Nieuws   Gezondheid

“Virussen zijn niet de veroorzakers van ziekte”


interview thomas cowan
Beeld: Thomas Cowan
💨

“Er is één ding waardoor mensen echt ziek worden: waanideeën”​
“Er is één ding waardoor mensen echt ziek worden: waanideeën”
Datum: 4 oktober 2022
Gezondheid
Elze van Hamelen
Elze van Hamelen

“Er is geen wetenschappelijke onderbouwing voor de aanname dat virussen ziekten veroorzaken”, stelt de arts Thomas Cowan in zijn boek De Besmettingsmythe, dat hij schreef samen met de succesvolle auteur en voedingsdeskundige Sally Fallon Morell. In Amerika genoot Cowan al langer bekendheid door zijn visie op alternatieve geneeskunde. In maart 2020 werd hij wereldwijd bekend nadat een video viraal ging waarin hij de virustheorie in twijfel trok. Hij vertelt aan De Andere Krant wat zijn visie op het begrip ziekte is.

Dr. Cowan voerde 32 jaar lang praktijk als huisarts. Naast zijn reguliere scholing is hij ook opgeleid als antroposofisch arts. Hij schreef zeven boeken, waaronder Cancer and the new biology of water, Vaccines, Auto-immunity and the changing nature of childhood illness en Human heart, Cosmic heart.

Het ter discussie stellen van de virustheorie is controversieel. Je boek heet De Besmettingsmythe. Je gaat daarmee toch tegen de wetenschappelijke consensus in?

Tja. Hoe gaat dat in zijn werk? Stel, je hebt een bijeenkomst van wetenschappers en er wordt een vraag gesteld over het bestaan van virussen. Negen van de tien steken dan hun hand op. Dat is consensus. Maar is dat wetenschap? Natuurlijk niet. W.C. Fields, een Amerikaanse cabaretier uit de jaren ’20, had daar een goede grap over. Hij zei: “Als je ze niet op geniale wijze de mond kunt snoeren, verwar ze dan met onzin”. Op dit moment is wetenschap, vooral als het over virussen gaat, niet meer dan de kunst van het in verwarring brengen. Als het publiek echt zou begrijpen wat er beweerd wordt, zouden ze het niet geloven. Een vraag aan jou: Hoe kun je in de echte wereld weten of iets echt bestaat, waar iets van gemaakt is, of een boom echt bestaat?

Als ik hem zie, als ik hem kan aanraken.
Dan pas kunnen we definiëren wat een boom is. Een ding met een stam en een bast, van hout en met bladeren. Ook de omgeving van de boom kunnen we dan definiëren, zoals ‘komt voor in bos of in park’. Als jij en ook anderen een boom waarnemen, kan die boom worden meegenomen en geanalyseerd worden. Er kan van alles aan ontdekt worden. Heel eenvoudig. Dat kan ook met een kikker. De kikker heeft vier poten, hij is groen en heeft twee ogen. Dan kijk je wat de natuurlijke omgeving van de kikker is, een waterpoel bijvoorbeeld. Daar ga je dan op zoek naar kikkers. Omdat je die daar kunt vinden.

Hetzelfde kun je met een bacterie doen. Je kunt honderden verschillende bacteriën vinden. Je kunt ze bestuderen, in kaart brengen wat ze doen en wat hun functie is. Het proces van iets vinden en aantonen dat het bestaat is heel eenvoudig. De definitie van een virus is: het is een stukje dna of rna, heeft een omhulsel van proteïne. Vermeerdering vindt plaats via de cellen.

Door dat vermeerderen van de cellen, veroorzaakt het ziekten. Daarover zijn mensen het wel eens. Dát zijn virussen. Zo worden ziekteverwekkende virussen gedefinieerd. Maar wat heel anders is dan bij een boom, kikker of bacterie: zo’n deeltje is nog nooit gevonden. Niet in het weefsel van een mens, dier of plant. Er is in de medische literatuur geen enkel artikel over te vinden. Als iemand meent dat ik het bij het foute eind heb, dan nodig ik ze uit dat onderzoek naar me op te sturen. Nooit is er bij iemand met waterpokken, Covid-19, of hondsdolheid in het weefsel of in afgenomen vloeistof, een deeltje gevonden dat aan de definitie van een virus voldoet. We hebben aan meer dan 200 instituten, inclusief het Nederlandse ministerie van volksgezondheid, gevraagd onderzoek aan te leveren waarin het bestaan van zo’n deeltje wordt aangetoond. De reactie was dat ze niet over een dergelijk onderzoek beschikken.

Hoe denken virologen daarover?

Die vraag hebben we ook aan hen voorgelegd. Als je 10.000 mensen met Covid-19 hebt en daar wat snot van afneemt, vind je dan een virus? Nee. Om uit te zoeken hoe dat zoeken gaat, ga ik weer terug naar de analogie van de kikkerpoel. Stel, je vindt daar nooit iets dat op een kikker lijkt. Je neemt een monster van het water van de poel en zoekt een stukje tong. Je vindt iets waarvan je stelt: dit moet van de kikker afkomstig zijn. Maar je hebt geen idee of het om de tong van een vis of een salamander gaat. Je kunt het bestaan van iets niet aantonen met een klein stukje ervan, zonder eerst het geheel te hebben. Als je wilt aantonen dat dit stuk tong van een kikker afkomstig is, heb je eerst een kikker nodig. De reden die ze hebben voor niet vindbaar zijn van virussen, is zeggen dat er niet genoeg te zien is. Er zouden niet genoeg virussen in een monster zitten om ook maar één virusdeeltje te vinden. Dat leidt tot een paradoxale situatie. Want er wordt ook beweerd dat je longen als je ziek bent, vol zitten met virussen. Maar, ook al heb je 10.000 mensen om te onderzoeken, ze kunnen niet één zo’n deeltje vinden. De virologen stellen dan doodleuk, dat ze die niet kunnen vinden omdat virussen allemaal in de cel leven. Daarom vinden we ze niet. Maar hoe komen ze dan van de ene cel naar de andere? Als dit over bomen, kikkers of bacteriën zou gaan, zou niemand het geloven.

Hoe komen ze dan bij virussen?

Wat ze dan doen om aan te tonen dat virussen bestaan, is een monster met snot nemen en daar een celcultuur van maken, bijvoorbeeld op niercellen. Vervolgens halen ze de voedingsstoffen van die cultuur weg. Dan voegen ze het een en ander toe, zoals foetaal kalverenserum, antibiotica en andere toxische stoffen. Dat wordt door elkaar gemixt en als die cultuur dan afbreekt, zeggen ze ‘we hebben een virus gevonden’. Wij hebben zelf dat experiment nagedaan, hebben alle stappen doorlopen, maar er alleen geen snot aan toegevoegd. Die cultuur werd, net als die met snot, op exact dezelfde manier afgebroken. Dat houdt in dat het verloop van de cultuur niets met een virus te maken heeft.

Als je niet kunt aantonen dat een virus bestaat, kun je ook geen besmettelijkheid aantonen.

Nee, er kan zelfs geen besmettelijkheid bestaan. Virussen bestaan niet. Bacteriën wel, die zijn echt. Die kun je ook zien. Je neemt wat af bij je keel. Als je ziek bent, vind je daar streptokokken. Maar dat betekent nog niet dat het die bacterie is, die je ziek maakt. Dat kun je op een simpele manier uitvinden. Je neemt de bacteriën en brengt die in bij iemand anders. Alleen de bacteriën of eventueel een cultuur daarvan. Je voegt geen bacteriën, bloed, snot, antibiotica en kalverserum toe. Om te bewijzen dat die bacteriën je ziek maken, neem je de bacteriën, isoleer je ze, en spray je de bacteriën over de proefpersoon. Je doet dat op de manier waarop ze normaal gesproken verspreid zouden worden. Niet door ze te injecteren in hersenen, dat is belachelijk.

Hier is nog een statement: er is niet één paper in de wetenschappelijke literatuur die aantoont dat je, op de normale manier waarop je anders ziek zou worden, een mens of dier kunt infecteren. Als iemand mij een paper kan tonen die het tegendeel bewijst, beloof ik publiekelijk toe te geven dat ik fout zat.

Wat is dan de oorzaak van ziekte?

Wacht even. Als we dit wetenschappelijk zouden benaderen, zou de heersende medische wetenschap die stelt dat ziekte wordt veroorzaakt door een virus of door een bacterie, daar het bewijs van moeten overleggen. Ik heb geen enkele alternatieve verklaring nodig om te onderzoeken of een virus wel of niet de oorzaak van ziekte is. Waarom wordt iemand ziek? Dat kan van alles zijn, het water kan vervuild zijn met arsenicum of met kwik of aluminium of glyfosaat. Of, je kunt last hebben van de toegenomen straling van 5G. Het evenwicht in onze cellen, die uit gestructureerd water, een soort gel, bestaan wordt erdoor verstoord. Je lichaam warmt die gel dan op, dat is koorts, en kan op die manier gifstoffen afvoeren, via slijm. Helaas wordt dit ziekte genoemd. Het is de vergiftiging, die je ziek maakt. De koorts is het schoonmaakproces. Als het natuurlijke systeem verstoord is geraakt, word je ziek.

Komt zo’n verstoring dan dus door toxiciteit, elektromagnetische velden en bijvoorbeeld ook door een gebrek aan voedingstoffen, zoals vitaminen en mineralen?

Ja, al die dingen kunnen ziekte veroorzaken. Maar, wat daar bovenuit torent, er is één ding waardoor mensen echt ziek worden: waanideeën. Een voorbeeld: iemand die ik ken is onlangs overleden. Hij was arts en diep overtuigd van de virustheorie. Daarom nam hij een zogenaamd coronavaccin. Snel na de vierde injectie werd hij dood in bed gevonden. Normaal gesproken zouden we zeggen: hij is waarschijnlijk aan de bloedklonters overleden die door de injecties zijn veroorzaakt. Wat is er eigenlijk gebeurd? Overtuigingen en gedachten vertalen zich in actie. Acties hebben consequenties. Dus 20-30 jaar lang heeft hij een diepe overtuiging gehad dat het virussen zijn die ons ziek maken. Maar hij kon daar geen bewijs voor aanleveren. Allerlei handelingen in zijn leven, zoals het voorschrijven van medicatie of vaccinatie, waren gebaseerd op die overtuiging. Die overtuiging heeft ertoe geleid dat hij zich heeft laten inspuiten met gif. Dat gif veroorzaakt bloedklonters. Daar is hij aan overleden. Wat was dus de doodsoorzaak? Zijn geloof in virussen. Het geloof is dat er virussen bestaan, die ziekten veroorzaken. Maar waar is het bewijs? Als je me niet gelooft, bij de volgende tien mensen die je tegenkomt - vraag hun - hoe weet je dat dit waar is?

Nou, omdat tante Bessie ziek werd, dat bewijst dat het een virus is. Omdat ze dit geloven, denken ze dat ze zichzelf kunnen beschermen. Maar dat is tegen een imaginair virus. Dus laten ze zich injecteren, terwijl ze geen flauw benul hebben wat er in die injecties zit.

Niets van wat er in de afgelopen twee tot drie jaar gebeurd is, had kunnen plaatsvinden als we niet een collectieve overtuiging hadden gehad dat er besmettelijke virussen bestaan?
Er waren lockdowns omdat we in virussen geloven. De economie stort in door het geloof in virussen.

Wat voor reacties kwamen er op je boek?

Virologen vallen me aan of negeren me. Maar het maakt mij niet uit wat zij, of de ‘vrijheidsactivisten’, Peter McCullough, Robert Malone, en anderen denken. Wat me wel uitmaakt is mensen. Er zijn intussen miljoenen mensen die dit verhaal begrijpen. Ze begrijpen dat wat ze denken en ­geloven, invloed heeft op wat ze doen. En wat ze doen heeft gevolgen. Ze willen niet ziek zijn en ze hoeven mij niet te geloven. Ik raad alleen aan op zoek te gaan naar het onderzoek dat aantoont dat je ziek wordt van virussen.




 
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.



©2022 De Andere Krant B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.