Nieuws Mens en Macht

Apartheidssysteem is de olifant in de kamer van het Indonesië-debat

Indonesie debat
17 augustus 1945: Indonesië roept de onafhankelijkheid uit
💨

Het uitsluiten van Indonesiërs laat zien dat het apartheidssysteem nog altijd in werking is​
Het uitsluiten van Indonesiërs laat zien dat het apartheidssysteem nog altijd in werking is
Datum: 27 juni 2023
Mens en Macht

Marjolein van Pagee


Tijdens het Tweede Kamerdebat op 14 juni over het onderzoeksproject Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950 stelde Thierry Baudet kolonialisme voor als iets moois. Hij verkondigde dat de westerse mens zo vrijgevig was geweest om de gekoloniseerde volken – die genetisch gezien de bijzondere Europese kwaliteiten misten – toch aan de Europese superioriteit bloot te stellen. In de videoboodschap waarmee hij zijn crowdfundingsactie aankondigde, zei hij op te komen voor hen “die de oude wereld nog hebben meegemaakt” en aan Nederlandse zijde stonden. Hij foeterde op “het kartel” dat Indische mensen heeft laten vallen. Hij noemde zichzelf pro-koloniaal en is trots op zijn Indische roots.

Maar Indische mensen zijn geen Indonesiërs, ook al kent de gemiddelde Nederlander het verschil niet. Bovendien staat de visie die Baudet uitdraagt in werkelijkheid niet zo ver af van het beleid dat wordt gevoerd door de Nederlandse overheid. Die houdt nog altijd meer rekening met hen die aan Nederlandse zijde stonden, dan met Indonesiërs die onder de bezetting leden. Voor de 277 miljoen inwoners van Indonesië zijn ‘Indië’ en ‘Indisch’ geen termen waarmee zij zich identificeren. Voor hen is Nederlands-Indië uitsluitend een historische aanduiding voor het Nederlandse bezettingssysteem van vóór 1942. Zij identificeren zich met de Republik Indonesia, het land dat zich vanaf 1945 onafhankelijk verklaarde.

In Nederland telt de zogeheten ‘Indische gemeenschap’ naar schatting twee miljoen mensen. Als ik Indonesiërs vertel dat nazaten in het verre Nederland hun identiteit juist ontlenen aan de naam van de kolonie, reageren ze meestal verbaasd. Voor hen was ‘Indië’ namelijk geen gewoon land, maar een onderdrukkingssysteem waarmee ze zich niet willen identificeren.

‘Indisch’ wordt doorgaans uitgelegd als synoniem voor ‘Indo-Europees’: mensen van gemengde komaf. Dit is misleidend. ‘Indo’s’ komen namelijk in zowel Nederland als Indonesië voor. Het verschil is dat zij niet allemaal konden bogen op de status van Indische Nederlander die recht had op het Nederlands staatsburgerschap. De Indische identiteit draait niet zozeer om etnische vermenging, maar vooral om het racistisch beleid die de groep van Indo-Europeanen onderling verdeelde en hen verwijderde van hun Indonesische oorsprong.

Vanaf het moment dat de eerste VOC-schepen begin zeventiende eeuw naar de archipel vertrokken, gingen Nederlandse mannen ongelijkwaardige relaties aan met lokale vrouwen. Meestal waren deze vrouwen niet meer dan concubines: huishoudster en seksslaaf ineen voor hun Hollandse meesters. Uit deze koloniale relaties werden kinderen geboren die in de loop van de eeuwen een belangrijke tussengroep zijn gaan vormen. Om de controle over alle groepen te houden voerde Nederland in 1850 een drielaags apartheidssysteem in dat bijna honderd jaar heeft bestaan. Hierin vormden Europeanen én gelijkgestelde Indo-Europeanen de toplaag. Een stukje lager op de ladder stonden Chinezen, Arabieren en Indiërs die als ‘vreemde oosterlingen’ werden aangeduid en de koloniale middenklasse vormden. De laagste categorie die denigrerend ‘inlanders’ werd genoemd, bestond uit de oorspronkelijke bevolking. Op hen werd neergekeken. Zij werden op basis van hun ‘ras’ toegang geweigerd tot Europese restaurants en zwembaden, door onder andere bordjes met teksten als: ‘verboden voor honden en inlanders’. Ook moesten zij in treinen en trams in aparte coupés plaatsnemen. Zij kregen in de meeste gevallen geen onderwijs. In 1942 kon slechts zes procent van deze onderlaag lezen en schrijven.

Mensen van gemengd Indo-Europese komaf kwamen in alle drie de lagen voor. Om in aanmerking te komen voor de hoogst haalbare status van Europeaan, waren zij afhankelijk van hun vaders keuze. Indien hij zijn bruine kinderen voor de wet erkende, konden ze aanspraak maken op zijn erfenis en gingen letterlijk meer deuren voor hen open. Indien hij ze niet erkende, dan kregen zij automatisch de status van de moeder, met minder rijkdom en rechten als gevolg.

Voor de meeste Indische mensen in Nederland geldt dat zij − of hun voorouders − in de kolonie via de patriarchale lijn de Europese status genoten en om die reden hier zijn. De niet erkende ‘indo’s’ konden geen aanspraak maken op het Nederlands staatsburgerschap en zijn daarom, gewild of ongewild, opgegaan in de Indonesische bevolking. Na de onafhankelijkheid schafte Indonesië de apartheidswetten af en was iedereen, ongeacht afkomst, vanaf dat moment een Indonesiër.

Het apartheidssysteem is de olifant in de kamer waarover in debatten niet gesproken wordt. Toch is het dit systeem van ongelijkheid, dat de samenstelling van onze samenleving nog sterk beïnvloedt. Het is de reden dat Indonesiërs als groep in Nederland nauwelijks gehoord of gezien worden. Voor de Maatschappelijke Klankbordgroep van het onderzoeksproject werden uitsluitend Indische, Molukse en veteranenorganisaties gevraagd, maar werd de Indonesische Stichting Komite Utang Kehormatan Belanda (KUKB, het Comité Nederlandse Ereschulden) uitgesloten. Terwijl juist de rechtszaken die KUKB namens Indonesische nabestaanden voerde, dé aanleiding zijn geweest voor het financieren van het onderzoek.

Vanuit politiek en historisch oogpunt is het geen toeval dat juist een Indonesische organisatie als KUKB niet werd gevraagd om over de schouders van de onderzoekers mee te kijken. Het uitsluiten van Indonesiërs laat zien dat het apartheidssysteem nog altijd in werking is. De onderzoekers verdedigden hun keuze door te stellen dat het een ‘Nederlandse Klankbordgroep’ betrof. Feitelijk werd hiermee gezegd dat de mening van kritische Indonesiërs, in tegenstelling tot Indische nazaten, niet belangrijk werd geacht, mede omdat zij geen Nederlands paspoort hebben. Stel je voor dat een Duits onderzoek naar de Holocaust een joodse belangengroep negeert onder het mom dat alleen Duitsers mee mogen praten.
Voor Nederland zijn de gevoelens van de bezetters (veteranen) en degenen die aan hun kant stonden (Indische Nederlanders) nog altijd belangrijker dan de gevoelens van hen die de bezetting ondergingen. Baudet is dan wel kritisch op het “kartel” vanwege de achterstallige salarissen die sommige Indische weduwen nog tegoed hebben, maar kan niet ontkennen dat Indische Nederlanders in hoger aanzien staan dan Indonesiërs die er helemaal niet toe doen.

Als een van de weinige politici sprak Baudet zich tijdens de coronatijd uit tegen het onrechtvaardige QR-beleid. In de manier waarop hij kolonialisme verheerlijkt, zie ik een dubbele standaard. Hij keurt de ene vorm van apartheid af en prijst de andere vorm aan. Beseft hij wel dat de Indonesische voormoeder, van wie hij afstamt, in eigen land als derderangsburger werd behandeld? Desgevraagd meent Baudet dat Indonesiërs de Nederlandse bezetting wel konden waarderen. Als Nederlanders daar al misdaden pleegden, waren dit volgens hem slechts individuele gevallen die we vooral “in de context van die tijd” moeten zien.

Om een vertaalslag te maken naar de toekomst, in het scenario dat de Great Reset van het WEF slaagt: wat zou de te keurig uitgedoste opa Baudet ervan vinden als zijn kleinkinderen jaren later opmerken over deze tijd ‘dat het in de context van toen normaal was’? “Ach, opa Thierry bezat dan wel niets, maar hij was in elk geval gelukkig!”

 
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.




©2024 De Andere Krant.
Alle rechten voorbehouden.