Nieuws   Mens en Macht

Cognitieve oorlogvoering: brein van burger is het nieuwe slagveld


cognitieve oorlogsvoering
Marjolein Jansen
💨

“Het doel is om van iedereen een wapen te maken”​
“Het doel is om van iedereen een wapen te maken”
Datum: 28 juni 2022
Mens en Macht
Elze van Hamelen

De Navo heeft aan de traditionele domeinen van oorlogvoering – land, zee, lucht, de ruimte en cyberspace – een nieuwe toegevoegd: “het cognitieve domein”. Dit gaat niet alleen om het overbrengen van bepaalde ideeën of gedrag, zoals bij traditionele propaganda en psy-ops, maar om het aanpassen van cognitie - het beïnvloeden van het proces waarmee we tot ideeën, inzichten, overtuigingen, keuzes en gedrag komen. Het doelwit is daarbij niet primair een vijandelijk leger, maar de burger. Inclusief de eigen burger, die wordt ingezet als wapen in de strijd.
“Cognitieve oorlogvoering is een van de meest besproken onderwerpen binnen de Navo”, vertelt de onderzoeker François du Cluzel tijdens een paneldiscussie op 5 oktober 2021. Hij schreef in 2020 een toonaangevend paper Cognitive Warfare voor de Navo-denktank Innovation Hub. Hoewel cognitieve oorlogvoering overlapt met informatieve oorlogvoering, klassieke propaganda en psychologische operaties, wijst Du Cluzel erop dat cognitieve oorlogvoering véél verder gaat. Bij een informatieoorlog probeert men ‘slechts’ de toevoer van informatie te beheersen. Bij psychologische operaties gaat het om het beïnvloeden van percepties, overtuigingen en gedrag. Het doel van cognitieve oorlogvoering is “van iedereen een wapen maken”, en “het doel is niet wát individuen denken aan te vallen, maar hóe ze denken”. Du Cluzel: “Het is een oorlog tegen onze cognitie – de manier waarop onze hersenen informatie verwerken en in kennis omzetten. Het is rechtstreeks gericht op het brein”. Cognitieve oorlogvoering gaat om het “hacken van het individu”, waardoor het brein “geprogrammeerd kan worden”.

Om deze beïnvloeding te bewerkstelligen wordt bijna elk denkbaar kennisdomein uit de kast getrokken: psychologie, linguïstiek, neurobiologie, logica, sociologie, antropologie, gedragswetenschappen, “en meer”. “Sociale maakbaarheid (social engineering) begint altijd met begrip van de omgeving en het doelwit, het doel is de psychologie van de doelpopulatie te doorgronden”, schrijft Du Cluzel. De basis blijft traditionele propaganda en desinformatietechnieken, die worden versterkt door huidige technologie en vooruitgang in kennis. “Gedrag is ondertussen dermate te voorspellen en berekenen”, volgens Du Cluzel, “dat de door AI aangestuurde gedragswetenschap behavioral ­economics eerder als een bèta-vak (hard science) dan als alfa (soft science) geclassificeerd zou moeten worden”.

Omdat bijna iedereen op het internet en social media actief is, zijn ­individuen niet langer passieve ontvangers van propaganda: met de huidige technologie participeren ze actief in het creëren en verspreiden ervan. Kennis over hoe deze processen te manipuleren “is eenvoudig in een wapen om te zetten”. Du Cluzel haalt het Cambridge Analytica schandaal aan als voorbeeld. Door middel van vrijwillig aangeleverde persoonlijke data aan Facebook waren er gedetailleerde individuele psychologische profielen opgesteld van een grote populatie. Normaal gesproken wordt dergelijke informatie gebruikt voor op de persoon aangepaste reclame, maar in het geval van Cambridge Analytica werd deze informatie gebruikt om twijfelende kiezers met op de persoon aangepaste propaganda te bombarderen. De cognitieve oorlogvoering “benut de zwaktes van het menselijk brein”, en erkent het belang van de rol van emoties in het aansturen van cognitie. Cyberpsychologie, die de interactie tussen mens, machine en AI (kunstmatige intelligentie) probeert te begrijpen, zal hierbij in toenemende mate belangrijk zijn.

Andere veelbelovende technologieën die kunnen worden ingezet zijn neurowetenschappen en technologieën: NeuroS/T en NBIC (nanotechnologie, biotechnologie, informatietechnologie, cognitieve wetenschap), “inclusief ontwikkelingen op het gebied van gentech”. NeuroS/T kunnen farmacologische middelen zijn, brein-machinekoppelingen, maar ook psychologisch verontrustende informatie. Door het beïnvloeden van het zenuwstelsel met kennis of technologie kunnen veranderingen in geheugen, leervermogen, slaapcycli, zelfcontrole, gemoedstoestand, zelf-perceptie, besluitvaardigheid, vertrouwen en empathie, en conditie en daadkracht worden teweeggebracht. Du Cluzel schrijft: “Het potentieel van NeuroS/T om inzicht en de capaciteit te creëren om cognitie, emoties en gedrag van individuen te beïnvloeden is met name interessant voor veiligheids- en inlichtingendiensten, en militaire en oorlogsinitiatieven”.

Oorlogvoering op cognitieve processen van individuen betekent een radicale verschuiving van traditionele vormen van oorlogvoering, waarbij men, tenminste in principe, burgers buiten schot probeert te houden. In de cognitieve oorlog is de burger het doelwit en zijn of haar brein het slagveld. Het verandert de aard van oorlogvoering, de spelers, de duur en hoe de oorlog gewonnen wordt.

Volgens Du Cluzel heeft “cognitieve oorlogvoering universeel bereik, van het individu naar staten en multinationale ondernemingen”. Een conflict wordt niet langer gewonnen door het bezetten van een gebied, of door het aanpassen van grenzen op een landkaart, want “de ervaring van oorlog voeren leert ons dat hoewel oorlog in het fysieke domein een vijandelijk leger kan verzwakken, het er niet toe leidt dat alle doelen van de oorlog behaald worden”. Met een cognitieve oorlog verschuift het einddoel: “Wat ook de aard en het doel van de oorlog zelf is, het komt uiteindelijk neer op een botsing tussen groepen die iets anders willen, en daarom betekent overwinning het vermogen om gewenst gedrag bij een gekozen publiek te kunnen opleggen”. In feite gaat het dus om het bewerkstelligen van een ideologische conversie bij de doelpopulatie.

De vijand is niet alleen de burger in bezet of vijandelijk gebied – maar ook de eigen burger, die volgens de inschattingen van de Navo een gemakkelijk doelwit is voor cognitieve operaties door vijandelijke partijen. “De mens is de zwakke schakel. Dit moet erkend worden om het menselijk kapitaal van de Navo te beschermen”.

Deze ‘bescherming’ gaat heel ver: “Het doel van cognitieve oorlogvoering is niet slechts het schaden van militairen, maar van samenlevingen. De manier van oorlogvoeren lijkt op een “schaduwoorlog”, en vereist het betrekken van de gehele overheid bij het bestrijden ervan”. De oorlog kan dus met én zonder militairen erbij gevoerd worden, en Du Cluzel vervolgt: “Cognitieve oorlogvoering is potentieel eindeloos, want voor dit type conflict kun je geen vredesverdrag sluiten, of een overgave tekenen”.

Bronnen:






 
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.



©2022 De Andere Krant B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.