De Andere Krant
4 May

Kees van der Pijl, over Machtsuitoefening in Coronatijd


KeesvdPijl
Angst en Uitzondering
Kees van der Pijl, De Andere Krant Macht
 
De politieke wetenschap, de wetenschap van het uitoefenen van macht, heeft zich door de eeuwen heen bezig gehouden met de vraag, hoe men een meerderheid zover kan krijgen dat ze zich door een minderheid laat regeren. Een van de grondleggers van de moderne politicologie, Gaetano Mosca, betoogde in zijn Elementen van Politieke Wetenschap uit 1896 dat dit mogelijk is door wat hij noemde een politieke formule. Zo’n formule rust op een historisch gegroeide eenheid, bijvoorbeeld een religie, een beschaving, of de natie. Daar kan dan voor steun beroep op worden gedaan.

Het rationele sociale contract
In de twintigste eeuw begonnen deze verbanden aan kracht te verliezen. Het fascisme was een laatste, fanatieke beleving van een natiestaat die het gevaar van een socialistische revolutie moest bezweren. Na de oorlog kwam in West-Europa nog wel de Christendemocratie op om wat er resteerde aan religieus-maatschappelijke lotsverbondenheid politiek te exploiteren. Maar in de Verenigde Staten en in Engeland, en na de oorlog ook bij ons, won een meer zakelijke, calculerende benadering het van de oude ‘vormen en gedachten’. De macht kwam nu steeds meer te rusten op een rationeel sociaal contract, gebaseerd op een klassencompromis.
Dat compromis was mogelijk doordat de internationale financiële sector, die verantwoordelijk werd gehouden voor de Grote Depressie van de jaren dertig, onder curatele werd geplaatst. Omdat in veel landen de lonen stabiel bleven (bij ons op een zeer laag niveau), kon de industrie die gebruiksgoederen maakte, de binnenlandse markt tot ontwikkeling brengen. Het compromis bestond erin dat de vakbonden en de PvdA mee mochten praten, mits men meeging in het anti-communisme, in de wapenwedloop van de Koude Oorlog, alsmede in de koloniale avonturen zoals bij ons de ‘politionele acties’ in Indonesië.
Op die basis wilde de meerderheid de macht van de minderheid wel aanvaarden. De belofte van bestaanszekerheid en welvaart deed daarbij wonderen.
 
De uitzonderingstoestand
Zelfs in deze 'gouden jaren' was er niettemin altijd een noodrem in de vorm van de ‘uitzonderingstoestand’. Dit begrip was door de ultra-conservatieve Duitse rechtsgeleerde Carl Schmitt tot de kern van de politieke wetenschap verheven. Schmitt was actief geworden na de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog, toen de Russische Revolutie ook naar Midden-Europa dreigde over te slaan. Waar Mosca nog geloofde in ideologie om de minderheid aan de macht te houden, was voor Schmitt de doorslaggevende factor wie de uitzonderingstoestand kon instellen. Die mogelijkheid was ook voorzien in de grondwet die de Weimar-Republiek had aangenomen nadat Keizer Wilhelm II met pensioen naar Nederland was gestuurd.
 
Vandaag de dag kan iedereen zien wat deze ‘uitzonderingstoestand’ vermag: de staat kan de grondwet buiten werking stellen, vrijheden opschorten en leger en politie inzetten tegen wie het daar niet mee eens is.
 
De oppertse noodtoestand
De uitzonderingstoestand die was voorzien in de Weimar-grondwet werd ingesteld in 1931, maar zelfs daarmee kon de Duitse heersende klasse de nog altijd machtige arbeidersbeweging niet klein krijgen. Dat lukte pas toen Adolf Hitler tot Rijkskanselier werd benoemd. Toen de SS een jaar daarna een bloedbad aanrichtte onder de arbeidersvleugel van de NSDAP - de SA, de Sturm Abteilung - schreef Schmitt, die zelf gevaar liep, dat het recht zijn oorsprong heeft in het instituut van de Führer: ‘In de opperste noodtoestand wordt de hoogste wet bevestigd... alle recht heeft zijn oorsprong in het recht op leven van een volk’.
 
'Het recht op leven', deed dienst als magische formule die ook nu wordt gehanteerd in de uitzonderingstoestand. Nee, er is nog geen Führer, en die zal er ook niet komen. Onze nationale kantoorbediende Rutte is slechts de uitvoerder van een wereldomspannende machtsgreep die niet door één land is ingesteld. De miljardairs die samen de wereld in eigendom denken te hebben, zijn nu degenen die de hoogste macht uitoefenen.
 
Dat is de uitkomst van een proces dat begon toen eind jaren zestig het kapitaal het klasse-compromis met de arbeid opzegde en de financiële sector weer in ere werd hersteld. Ja, na de instorting van de Sovjetunie, kregen de meest risicovolle speculatieve praktijken zelfs de vrije hand—totdat in 2008 het hele kaartenhuis van twijfelachtige schulden instortte. In die lange periode, dus vanaf de jaren 70 tot aan de dag van vandaag, verschoof ook de politieke macht naar het internationale niveau.
 
Sindsdien kan ook op dat niveau de uitzonderingstoestand worden ingesteld. In zijn lezingen in 1977 kwam de Franse filosoof Michel Foucault met het idee dat ook daar sprake is van soevereiniteit. Interessant genoeg gebruikte hij daarvoor de term biopolitiek. De biopolitieke uitzonderingstoestand overstijgt het niveau van de afzonderlijke staat; ‘bio’ staat hier dus voor nationaal én voor internationaal. Maar de macht reikt ook dieper en ‘neemt de leiding over het leven zelf.’ De soeverein neemt die leiding over, aldus Foucault, ' als hij de menselijke soort wil veranderen.' 

Angstscenario’s
In de jaren na 1991 is gewerkt aan nieuwe ideologische schema’s, scenario’s, gebaseerd op angst. Een compromis zat er niet meer in. In deze angstscenario’s worden denkbeeldige gevaren uitvergroot tot rampen die ons allen boven het hoofd hangen. De materiële voordelen die voorheen de beloning waren voor politiek conformisme, mogen zijn weggevallen, angst blijft een onuitputtelijk reservoir om mensen in het gelid te krijgen. Met behulp van deze angstscenario’s werd wat Patrick Zylberman noemt, een ‘wereldmarkt van de fantasie’ gecreëerd, want in dezelfde periode ontstonden de 24-uurs nieuwszenders en kwam het Internet op als mondiale draaischijf voor onbeperkte informatie.
 
In allerlei instituten en denktanks begon de zoektocht naar werkzame scenario’s. Zo deden  bijvoorbeeld regeringen beroep op The Power of Nightmares, de titel van de BBC voor een documentaire van Adam Curtis uit 2004. Na het 'terrorisme' en na 'Poetin' zijn nu ook   'klimaatverandering'  en ‘het virus’ als nachtmerries opgedoken. Al ligt dat voor klimaatverandering wat ingewikkelder. Als angstscenario zijn beide echter zeer werkzaam.

Pandemie van de angst
Veel meer nog dan met terrorisme blijkt, desnoods in combinatie ermee (een bioterreuraanval), een nieuw, onbekend virus iets waarmee de bevolking een diepe, existentiële angst kan worden ingeboezemd. Het is een gouden greep gebleken. In mijn nog te verschijnen boek Pandemie van de angst laat ik zien dat vanaf 1989-90 planningsbijeenkomsten hebben plaatsgevonden over dit thema: hoe kunnen we de bevolking zover krijgen hun vrijheid in te leveren in naam van een geheimzinnige virusepidemie?

Inmiddels weten we dat meer van de helft van de bevolking in ons land actief meedoet aan het handhaven van de uitzonderingstoestand die op 16 maart vorig jaar werd ingesteld. Medisch heeft de huidige staat van beleg nog maar weinig te betekenen. Het is de eerste pandemite waarvan het bestaan door testresultaten achterhaald moet worden. Als politieke wetenschap, als machtsuitoefening, is het een meesterzet.


News